SCIENTIFIC AMERICAN

Vervoermiddelen met hoge snelheid, zoals TGV's en vliegtuigen, hebben de toekomst. Hun aandeel in het wereldverkeer zal stijgen van 9 procent in 1990 tot 41 in 2050.

Het aandeel van de auto zal in dezelfde periode dalen van 54 procent in 1990 tot 35 in 2050. Het aandeel van de bus in het wereldverkeer zal dalen van 29 tot 20 procent. Ook treinen met lage snelheid verliezen geleidelijk hun betekenis. Hun aandeel zal dalen van 9 tot 4 procent. Het totale wereldverkeer zal toenemen van 23,4 biljoen passagierkilometers in 1990 tot 103 biljoen in 2050. De helft daarvan zal voor rekening komen van de ontwikkelingslanden.

Dat schrijft de Scientific American in het omslagverhaal van een speciale uitgave die helemaal gewijd is aan mobiliteit. De auteurs van het verhaal zijn Andreas Schafer, van het Massachussets Institute of Technology, en David Victor, van het International Institute for Applied Systems Analysis. Uit hun gegevens vanaf 1960 blijkt dat hoofdelijk inkomen en verkeersomvang op alle continenten groeien als een Siamese tweeling: meer geld doet meer reizen. Dat basisgegeven stelde de onderzoekers in staat om plausibele voorspellingen te doen.

Daarnaast vonden ze bevestiging van de theorie van collega-onderzoeker Yakov Zahavi dat mensen gemiddeld 1,1 uur per persoon per dag aan reizen besteden. Ook is er een duidelijk verband tussen de groei van het inkomen en de keuze voor snellere vervoermiddelen, zij het dat dit per continent zal blijven verschillen. Hoe hoger de bevolkingsdichtheid hoe kleiner het aandeel van de auto in het verkeer zal blijven.

Het maandblad Scientific American is verkrijgbaar in de kiosk.