Pronk geeft stem aan Afrikaanse kritiek op VN

De ontmoeting van minister Pronk met Congo's president Kabila is in Midden-Afrika met aandacht gevolgd. Afrikaanse politici en Westerse diplomaten hopen op een doorbraak van de patstelling tussen Congo en de Verenigde Naties. Zij ergeren zich allang aan het optreden van de VN.

KINSHASA, 21 OKT. Toen de Nederlandse delegatie gisteravond een VIP-afscheid ten deel viel op het vliegveld N'djili, noemde een Congolese politicus de ontmoeting van minister Pronk met president Laurent-Désiré Kabila “een Westerse primeur”. Pronk heeft maandag, in zijn gesprek met Kabila en daarna tegen deze krant, stem gegeven aan een grote groep politici en diplomaten in Midden-Afrika. Zij ergeren zich allang aan de onder Westerse politici gangbare opvatting dat “the UN can do no wrong”. In dit deel van Afrika denkt men daar anders over.

De critici van de VN in Rwanda en Congo, de beide landen die rechtstreeks zijn betrokken bij de controverse over de moordpartijen in Oost-Congo, spreken geen van allen tegen dat er in Masisi, Noord- en Zuid-Kivu bloed heeft gevloeid. Zij beklemtonen echter dat het moorden niet is begonnen in oktober 1996, toen ginds een opstand uitbrak tegen dictator Mobutu en Kabila's rebellen hun opmars naar het westen begonnen. De keuze van dat tijdstip als begin van de onderzochte periode door de VN-onderzoekscommissie getuigt van kwade wil, zo valt te horen in Kigali en Kinshasa.

Seth E. Kamanzi, adviseur internationale en diplomatieke aangelegenheden van de Rwandese president, vat de wrevel in de regio aldus samen: “De internationale gemeenschap wil de fouten die ze in het verleden tegen ons heeft gemaakt, nu op ons afwentelen.” Volgens Kamanzi duidt de taakomschrijving van de VN-commissie die de moordpartijen in Oost-Congo moet onderzoeken “op een ontbrekend gevoel voor historische verhoudingen”. Hij brengt in herinnering dat de VN nooit een rapport hebben opgesteld over de genocide van 1994 in Rwanda. Kamanzi: “Waarom? Er werden op grote schaal Tutsi's en gematigde Hutu's vermoord in delen van Rwanda waar het Rwandan Patriottic Army (het leger van Tutsi-ballingen onder leiding van de huidige vice-president Kagame, dat vanuit Oeganda Rwanda binnenviel) helemaal niet was. En wel onder de ogen van de Fransen, die de moordenaars beschermden.” Meer dan een miljoen Hutu's ontvluchtten Rwanda, merendeels naar Oost-Zaïre. Onder hen waren onschuldigen aan de genocide, maar ook fanatieke moordenaars van de Hutu-milities Interahamwe en van het door Hutu's gedomineerde voormalige leger, het FAR.

Een Amerikaanse diplomaat: “De vluchtelingenorganisatie van de VN (UNHCR) moedigde de stroom ontheemden aan. Wat Kabila nu zegt, dat het UNHCR de grens overstak om in Rwanda vluc htelingen te ronselen, is wat overdreven, maar het UNHCR kan, anders dan het internationale Rode Kruis, zijn mond niet houden en de standaardreactie van het UNHCR is nieuwe kampen bouwen. Het hoge commissariaat wordt overigens niet geacht kampen aan te leggen in oorlogsgebied, zoals gebeurde in Oost-Congo/ Zaïre.”

Het Mobutu-bewind heeft de Interahamwe en ex-FAR onder de vluchtelingen nooit ontwapend en het UNHCR weigerde, ondanks herhaaldelijk aandringen door de nieuwe regering van Rwanda, de vluchtelingen te scheiden van de niet-vluchtelingen. Hutu-milities konden vanuit de UNHCR-kampen ongehinderd de Rwandese grens oversteken om aanvallen uit te voeren op het leger van Kagame. Kamanzi: “Dezelfde elementen die genocide pleegden in Rwanda, deden dat vervolgens in Oost-Congo, waar ze de Banyamulenge-Tutsi's uitmoordden.” Een voormalige liaison-officier van de VN zag vrachtwagens langskomen vol met Tutsi-vluchtelingen uit Masisi, waar werd gemoord. Ze reden richting Rwanda. De ex-officier: “De enige reactie van het UNHCR was: die zijn niet van ons.” Kamanzi: “Niemand reageerde op deze nieuwe slachting. Wij informeercen de VN, de Europese 'trojka'. Niemand reageerde. De kampen van het UNHCR waren militaire kampen en niemand poogde de vluchtelingen te scheiden van de moordenaars. Wat had u verwacht dat we zouden doen? Wij maakten die scheiding tussen de schuldigen en onschuldigen mogelijk.” Rwandese troepen vielen in november 1996 Oost-Congo binnen en openden het vuur op de Hutu-milities in de kampen. Daarbij viel een nog onbekend aantal doden. De gijzeling van de vluchtelingen was voorbij en opnieuw kwam een lange colonne op gang, ditmaal terug naar Rwanda. Kamanzi: “De internationale gemeenschap is eenzijdig principieel. Waar zijn de VN-rapporten over de genocide van 1994 en de massamoorden onder de Tutsi's van Oost-Congo? Wat is er zo bijzonder aan deze doden? De Fransen, de collaborateurs van de genocide, zitten achter dit onderzoek. Kofi Anan staat bij hen in het krijt, omdat ze zijn benoeming hebben gesteund.”

De eerste, voorlopige onderzoeksmissie richting Oost-Congo werd uitgestuurd door de Commissie Mensenrechten van de VN en werd geleid door de Chileen Roberto Garreton, die in maart drie dagen rondkeek in de streek om de grensstad Goma. Een Europese diplomaat in Kinshasa: “Een bekwame vent, die echter op grond van beperkte bevindingen de noodklok luidde. Van genocide durfde hij nog niet te spreken, zei hij. Welnu, als je nog niet weet of er sprake is van volkerenmoord, moet je dat woord ook niet gebruiken. Het was een valse start.”

Garreton mocht van Kabila Congo niet meer in en Kofi Anan stelde een nieuwe voorzitter aan, de Togolese jurist Kofi Amega. Al gauw bleek dat hem ooit door Mobutu de Orde van het Luipaard was opgespeld. In Kinshasa vond men deze door de dictator gedecoreerde rechtsgeleerde onvoldoende onpartijdig. Er volgden nog meer tactische fouten, maar het belangrijkste bezwaar tegen de commissie in de regio was dat Congo al werd beschuldigd voor het onderzoek was begonnen. Minister Pronk heeft gisteren tegenover Kabila als eerste Europese bewindsman erkend dat ook de VN fouten maken. Misschien helpt het.