Ohra-Van Lanschot: verrassend duo

ROTTERDAM, 21 OKT. Een verzekeraar voor de gewone man en een bankier voor vermogenden. De combinatie van Nuts Ohra en Van Lanschot Bankiers ligt op het eerste gezicht misschien niet voor de hand, maar een geringe overlap van activiteiten heeft ook zo zijn voordelen: zo goed als geen personele overlappingen, dus weinig kans op tumultueuze integratietwisten.

De Arnhemse verzekeraar en de Bossche bank maakten gisteren bekend op basis van gelijkwaardigheid en met behoud van eigen identiteit te willen samenwerken. In Nederland, waar niemand en plein public de onderliggende partij mag zijn, wijst deze zinsnede op de wording van een fusie, doordat Van Lanschot Nuts Ohra overneemt.

Van Lanschot is, sinds de Britse bank National Westminster Bank eind 1994 haar meerderheidsbelang (80 procent) van de hand deed aan een Nederlands financieel consortium, bezig om een breder dienstenpakket op te bouwen, waarin naast bankzaken ook verzekeringsproducten thuishoren. Dit zogeheten All Finanz-concept is volgens de bank nodig om “het hoofd boven het maaiveld te kunnen blijven uitsteken”, zo verklaarde bestuursvoorzitter H. Heemskerk in het voorjaar. Zelf een verzekeringsafdeling opzetten levert volgens hem zeker vijf jaar verlies op. Door de vele fusiebewegingen in de financiële sector is het maaiveld heel wat hoger komen te staan. Van Lanschot, met eind vorig jaar een balanstotaal van 11,7 miljard gulden, is een laatkomer in de financiële vrijerij.

De financiële giganten ING, ABN Amro, Aegon, Fortis en Rabobank, die ooit ook een minderheidspakket van Van Lanschot bezat, zijn al lang niet meer het ijkpunt voor de laatste bank met aandeelhouders die nazaten zijn van de oprichtersfamilie. Sinds een partij als de regionale spaarbank SNS fuseerde met een verzekeraar (NOG) en een algemene bank (Suez Nederland) opkocht, moet ook Van Lanschot zijn strategische positie onder ogen zien.

Ook Ohra wil zich breder opstellen en zich als verzekeraar op de bancaire wereld storten. Eerder dit jaar nam het Arnhemse bedrijf een belang van 35 procent in de effectenbank Stroeve. Directeur B. Huesmann van Ohra gaf toen aan dat die deelneming wat hem betreft moest uitgroeien tot een meerderheidsbelang.

Stroeve maakte vanochtend bekend in gesprek te zijn over verlaging van het belang waar Ohra over beschikt. “Verrast zijn we niet, want we wisten dat Ohra een onderzoek wilde starten. Voorlopig wachten wij af wat er uit de gesprekken tussen Van Lanschot en Ohra komt, voordat we zelf een beslissing nemen”, stelt directeur C. Haasnoot. Tot een fusie van drie partijen komt het in elk geval niet. “Stroeve is een van de laatste onafhankelijke instellingen en die zelfstandigheid is van groot belang voor objectieve en persoonlijke dienstverlening. Met Van Lanschot wordt Ohra natuurlijk direct actief op ons werkterrein.” Van een meederheidsbelang van Ohra, waar directeur Huesmann op duidde, is volgens Haasnoot nooit sprake geweest.

Ohra verkoopt zijn producten rechtstreeks aan de klant, wat vroeger direct writing heette, en staat in dat opzicht zwakker dan Van Lanschot. Directe verkoop vereist niet alleen hoge uitgaven voor reclame en marketing, maar ook substantiële investeringen in technologie. Doordat Ohra niet beursgenoteerd is, moet het bedrijf het geld daarvoor zelf verdienen. Deze inkomsten kunnen snel onder druk komen als de invoering van de euro na 1999 de Europese consumentenmarkt in één keer opengooit. De nationale belemmeringen vallen weg en buitenlandse concurrenten, van de Duitse Allianz tot de Franse AGF, kunnen met directe verkoop, het goedkoopste afzetkanaal, in heel Europa toeslaan.

Als geïntegreerde financier heeft Ohra weer een voorsprong op Van Lanschot. Ohra combineert bank en verzekeringsproducten met de grote brokken dienstverlening die uit het publieke naar het private domein worden overgeheveld. De verzekeraar is actief op het terrein van ziektekosten (particulier en ziekenfonds), sociale zekerheid en schade. Naast Ohra Bank telt het Arnhemse financiële concern tal van beleggingsfondsen en een landelijk werkend ziekenfonds met 47.500 verzekerden. De producten in de sociale verzekeringssfeer bieden een op het oog interessante combinatie met de klanten van Van Lanschot in het (middelgrote) bedrijfsleven. Werknemer of werkgever: niemand kan om de privatisering van de sociale wetgeving heen.

Als naar het aantal werknemers wordt gekeken, worden Van Lanschot (1200 medewerkers) en Ohra (ruim 1000) de negende financiële instelling van Nederland. Naast de grote banken hebben ook nieuwe combinaties als SNS-Reaal en Fortis-MeesPierson een fikse voorsprong op alleenstaanden als Ohra en Van Lanschot genomen.

Door fusies aan te gaan besparen de twee partijen kapitalen. De semi-coöperatieve status gaf Ohra al geen financiële slagkracht voor overnames. Van Lanschot, dat volgend jaar naar de Amsterdamse beurs wil, kan wel gemakkelijk kapitaal aantrekken. Intern erkennen directeuren echter dat overnames van verzekeraars dure exercities zijn. Van Lanschot heeft wel eens geroken aan de overname van een kleine buitenlandse verzekeraar in Nederland (die door het moederconcern in de etalage was gezet). Wie een levensverzekeraar koopt, ontkomt er niet aan om een overnamepremie te betalen, die vervolgens in mindering moet worden gebracht op de eigen financiële reserves. Bij relatief kleine levensverzekeraars kan dat al oplopen tot honderden miljoenen. Het voordeel van een fusie is dat zo'n verzekeraar nu “gratis” meekomt. Het nadeel is dat er geen keus is: ook activiteiten met een grillig winstverloop, zoals schadeverzekeringen, dienen op de koop toe worden genomen.