OBA-directeur: 'Havenpool is achterhaald verschijnsel'

De Amsterdamse havenpool is volgens directeur Van de Vijver van het overslagbedrijf OBA in zijn huidige vorm niet levensvatbaar. Hij blijft tegen het verplicht inhuren van personeel bij de havenpool. “Ik ga toch geen blanco cheque uitschrijven.”

AMSTERDAM, 21 OKT. Het motto van directeur D.L. van de Vijver van Overslagbedrijf Amsterdam (OBA) is simpel: “Met leuke werknemers zoveel mogelijk poen verdienen”. En hij weigert zich te laten chanteren door medewerkers van de failliete Amsterdamse havenpool. Van de bedreigingen - ook in de persoonlijke sfeer - die tegen hem zijn geuit, zegt Van de Vijver niet warm of koud te worden.

Van de Vijver is in een fel conflict verwikkeld met de Vervoersbond FNV en de werknemers van de Arbeidspool Amsterdam Noordzeekanaalgebied. OBA, waar kolen worden overslagen en gemengd, wil het convenant dat werknemers en werkgevers onlangs hebben afgesloten niet ondertekenen. In het convenant verplichten de havenbedrijven al het extra werk bij de havenpool in te huren. “Ik ga toch ook geen blanco cheque uitschrijven. Met het convenant verplicht ik ons bedrijf mee te betalen aan de mensen die thuiszitten, aan 14 procent ziekteverzuim terwijl we binnen ons eigen bedrijf 6 procent hebben en een extra opslag voor pensioenen.”

De bonden willen dat hij het convenant ondertekent omdat dat misschien een doorstart van de havenpool mogelijk maakt. OBA wil echter “een gewone klantrelatie” met de havenpool. Door de verplichting er arbeid af te nemen is de havenpool volgens Van de Vijver een monopolistische organisatie, die in strijd is met het Europese mededingingsrecht. “En je stopt geen geld in een bedrijf dat in drie jaar tijd twee keer failliet is gegaan. Bovendien hebben wij als havenbedrijf geen verstand van een uitzendorganisatie.”

De Amsterdamse havenpool is volgens hem in zijn huidige vorm niet levensvatbaar. Door afnemend vervoer van klein stukgoed is er te weinig laaggeschoold werk in de Amsterdamse haven. Het kan gewoon niet uit; driehonderd werknemers die, of ze nu werken of niet, altijd een volledig salaris krijgen. In de Amsterdamse haven hebben vierhonderd mensen een vaste baan, terwijl er driehonderd in de pool zitten. Die verhouding is volgens hem helemaal scheef. “In een marginale en sterk concurrerende markt moet in Amsterdam bijna elke werknemer het salaris van nog een arbeidskracht verdienen. Dat kan niet goed gaan.”

OBA (115 werknemers) gaat het na een aantal moeizame jaren weer voor de wind. In 1989 werd het bedrijf voor een paar miljoen gulden door de aandeelhouders (Hoogovens, Shell, Amro en Ocean Group) van de hand gedaan aan Interstevedoring-eigenaar Jan Rijsdijk. Die verkocht het bedrijf twee jaar later door aan het Rotterdamse HES Beheer. De gemeente Amsterdam, die een prioriteitsaandeel had, benoemde Van de Vijver als directeur en als president-commissaris P. van Outersterp om te voorkomen dat OBA langzamerhand richting Rotterdam zou verhuizen. Van de Vijver: “HES heeft de afgelopen jaren gepoogd pakketten lading naar Rotterdam te trekken. Dat hebben we kunnen voorkomen.”

In 1993 leed OBA nog tien miljoen gulden verlies, een jaar later was dat nog 1,6 miljoen en in 1995 1,2 miljoen. In 1996 kwam de omslag, het bedrijf droeg positief (0,75 miljoen) bij aan het resultaat van HES Beheer, dat overigens in totaal 32,7 miljoen verlies leed. “Dit jaar verwachten we met OBA de winst te verdubbelen”, zegt Van de Vijver. OBA heeft volgens hem de afgelopen 6 jaar 30 procent bijgedragen aan de groei van de overslag in de Amsterdamse haven van 46 miljoen ton goederen naar 57 miljoen ton. “Amsterdam is de enige haven in Noordwest-Europa die de afgelopen jaren substantieel gegroeid is.”

Het succes van OBA is volgens Van de Vijver vooral te danken aan gunstige ontwikkelingen op de kolenmarkt, zoals het verlagen van subsidie voor Duitse kolenbedrijven en het beëindigen van de monopoliepositie van British Coal. Ook een goed personeelsbeleid was van grote betekenis, zegt hij.

In 1993 stapte het verlieslijdende OBA als aandeelhouder uit de havenpool SHB, de voorloper van de Arbeidspool Amsterdam Noordzeekanaalgebied. Van de Vijver vond het risico voor zijn bedrijf te groot omdat het niet goed ging in de haven. Hij achtte de kans reëel dat als een groot bedrijf failliet zou gaan er te hoge lasten van de havenpool bij OBA terecht zouden komen. OBA betaalde volgens de reglementen van de SHB een afkoopsom van 2,5 miljoen gulden, gelijk aan een jaar salaris van het aantal werknemers dat OBA behoorde af te nemen van de pool. OBA bleef overigens wel klant van de havenpool. “Het bleek een goede beslissing want in 1995 ging de SHB failliet.”

Met 24 miljoen gulden van Sociale Zaken werd de havenpool destijds in leven gehouden. Volgens Van de Vijver gingen de zaken met de havenpool begin dit jaar zo slecht dat de directie wist dat het bedrijf rond augustus failliet zou gaan, maar er werd verzuimd in te grijpen. “Het management van de havenpool kent zijn vak niet. Als je 24 miljoen gulden subsidie krijgt en je ziet hoe uitzendorganisaties als Randstad en Start groeien dan heb je het niet goed gedaan.” De begeleidingscommissie van de havenpool, waarin werkgevers, vakbonden en het ministerie van Sociale Zaken zitting hebben, is volgens hem ernstig tekort geschoten.

Voor de havenpool ziet hij alleen kansen als die afslankt van 300 naar 70 mensen. Van een samengaan met de Rotterdamse havenpool SHB, zoals de FNV bepleit, heeft Van de Vijver ook geen goede verwachtingen. “Amsterdam en Rotterdam zijn volstrekt onbereikbaar aan het worden voor elkaar. Het uitwisselen van arbeidskrachten kost te veel reistijd.”

Van de Vijver ontkent afgelopen vrijdag de toezegging te hebben gedaan om het convenant alsnog te ondertekenen. Vakbondsman Koningh zegt dat hij met valse verwachtingen de bezetting van de Noordersluis in IJmuiden heeft beëindigd. “Ik ga me nergens toe verplichten”, aldus Van de Vijver. “Alleen als klant van de havenpool wil ik meedenken over de toekomst.”

Maar die toekomst is niet rooskleurig, voegt hij er meteen aan toe. De vakbond moet volgens hem erkennen dat de havenpool in zijn huidige vorm een achterhaald verschijnsel is. “In deze tijd kan het niet meer zo zijn dat je 3,5 maand werkt voor een volledig jaarsalaris.”