Modern leven

Lilongwe is de hoofdstad van Malawi, het vrolijkste land van Afrika. Het hart van Lilongwe is een smerige helling met daarop een drukke markt.

Tussen de kraampjes meanderen riolen die dode ratten en slachtafval meevoeren. Rondom de markt staan kleine hotelletjes. Daar overnachten de marktkooplui. Zo vies als de markt is, zo vies zijn ook de hotels. Kapotte ramen, een verstopte douche, muren vol geplette muggen, een binnenplaats met gammele stoelen. Na zonsondergang gloeien er barbecues met kip en muis, 'mousekebab'. Reggae dreunt uit luidsprekerboxen en de kooplui ontkurken flessen Castle Green bier.

Ik ben op doorreis en woon voor enkele dagen in een van deze krotten. De meeste kamers zijn verhuurd aan hoeren. Met omslagdoeken over hun borsten en billen snellen de meisjes door de gangen. Ze onderhandelen in de opening van hun kamerdeur. Veel gegiechel, veel gesmeek om lagere prijzen, gevloek en de muziek van Bob Marley. Voor mijn raam lopen mannen af en aan. Schroomvallig of vol bravoure. In een leunstoel lurkt een oude vrouw aan haar pijp. Een hoer, toevallig als de Venus van Botticelli, vlecht haar haren in een wrong en leunt tegen de deurpost van haar kamer. Ze kijkt verveeld naar een man die zijn geld telt. Dan laat ze hem door.

Dit is de onderkant van Afrika. Gedompeld in de vrolijkheid van bier en muziek, zwemt de dood in golven van sperma naar de omliggende dorpen. Want het gebruik van condooms, zo hoor ik regelmatig, past niet bij de Afrikaanse cultuur. Inmiddels is een derde van de Malawiërs met aids besmet en over tien jaar zal de helft van de beroepsbevolking zijn overleden.

Bij zonsopgang hangt er een serene stilte in het bordeel. Ook op de markt is het nog stil. Ik loop met mijn tandenborstel door de gangen op zoek naar water. Het ruikt naar verschaald bier, as, verbrand vlees en goedkoop parfum. Op het binnenplaatsje staan volle emmers. Zwijgend borstelen twee vrouwen hun haar. Terug op mijn kamer ga ik lezen tot de dag begint. In mijn rugzak vind ik twee boeken, gekocht in de laatste fatsoenlijke boekhandel. In Harare, zo'n zeshonderd kilometer ten zuiden van Lilongwe. Het eerste boek heet No more lies about Africa en draagt als ondertitel Here is the truth from an African. De auteur, Chief Musamaali Nangoli, staat gewapend met speer en in een jurk van antilopenvel op de voorplaat.

Het boek is eigenlijk bestemd voor de Amerikaanse markt. Ook de Chief woont in de Verenige Staten. Daar geeft hij les aan Afro-Amerikaanse studenten. Deze zwarte Amerikanen, schrijft Nangoli, zijn ontheemd. Ze zijn zelfs vergeten hoe Afrikaans ze zijn. Hun wordt een westerse levensstijl opgedrongen door gewetenloze blanken. Met name het westerse onderwijs weekt de Afrikaan los van zijn traditie. Fatsoenlijk onderwijs, meent de Chief, zou de Afrikaan overal ter wereld moeten leren hoe weldadig zijn Afrikaanse cultuur is. Nergens zijn mensen zo gastvrij, nergens zijn ze zo diep verbonden met moeder aarde, nergens zo kuis in hun seksualiteit. Uitvoerig gaat de Chief in op de traditionele Afrikaanse methode van seksuele voorlichting. Die gaat van grootouders op kleinkinderen. Opa en oma staan altijd klaar voor advies. Of zij ook condooms adviseren bij bordeelbezoek, of zelfs maar weten wat aids is, laat Nangoli wijselijk in het midden. Dit boek doet het ongetwijfeld goed in de Verenigde Staten. Maar ik huiver ervan. Nangoli kluistert me aan de smerige muren, aan het krakende ledikant en aan de dood in deze godvergeten uithoek van de wereld, waar moeder aarde een open riool is.

Hoe anders is het tweede boek. Dit is geschreven door de Keniaan Samuel Wamae en heet How to live as a modern person. A guide for young people. Een boek exclusief voor de Afrikaanse markt. Voor jongens en meisjes in landen als Malawi die bankwerker willen worden, boekhouder, ondernemer, of vliegtuigbouwer. Op de voorplaat staat een zwarte familie in westerse opstelling: vader in pak met stropdas, moeder in bloemetjesjurk, dochter in plooirok en zoon met voetbal. Geheel in tegenstelling tot Chief Nangoli, poneert Samuel Wamae dat mensen overal ter wereld dezelfde verlangens koesteren. Van een exclusief Afrikaanse cultuur wil hij niet weten. Iedereen wil een huis, iedereen wil goed onderwijs en iedereen wil gezond zijn. 'Jij kunt andere mensen helpen om gezond te zijn', richt Wamae zich direct tot zijn jonge lezers. 'Je zou verpleegster kunnen worden, of studeren voor arts en gezondheidsvoorlichter.' In How to live as a modern person is geen sprake van kuise seks, moeder aarde en geloof in God. Hier gaat het om openbaar vervoer, leslokalen en ziekenhuizen. Ik lig op bed in een vijfderangs bordeel aan de rand van een stinkende markt en het optimisme van Samuel Wamae ontroert me. Gelukkig is dit boekje bestemd voor de Afrikaanse markt. En die flauwekul van de Chief voor de lezers ver weg, in de Verenigde Staten.