Militaire missie in Bosnië moet warlords afschrikken

Minister Voorhoeve (Defensie) bracht dit weekeinde een bezoek aan de Nederlandse troepen in Bosnië. Op grond van hun dagelijkse ervaringen zijn de manschappen het eens met de minister: wil deze missie slagen, dan zullen we nog jaren moeten blijven.

SISAVA, 21 OKT. Kleine groepjes mannen en vrouwen lopen met vrachtwagenwielen door de modder. Zij klimmen over touwbanen en onder netten door die over een ijskoude modderpoel zijn gespannen. Dan pakken ze zware balken op en lopen naar de finish. Het heet 'de spinnewebloop' en tijdens het bezoek van minister Voorhoeve aan de Nederlandse troepen in Bosnië wordt het een soort circusnummer. Je moet iets verzinnen op het terrein van het oude skihotel in Sisava, hoofdkwartier van het 42ste gemechaniseerde bataljon uit Havelte. De instructeur lichamelijke opvoeding noemt het een goed middel om “de mannen en vrouwen scherp te houden”.

De spanning in dit deel van Bosnië mag dan wat verminderd zijn, op een triplexbordje boven de koffiehoek in een van de Nederlandse kampementen hangt een nieuwe wapenspreuk: 'Geen moed, geen glorie'. Dat is het nieuwe devies na de smadelijke terugtocht van de Nederlanders uit de moslim-enclave Srebrenica, twee jaar geleden.

Buiten staan de tanks en de mortieren opgesteld. Enkele gevechtswagens krijgen een 500-kilometer-beurt. “Pas als je hier laat zien dat je vuurkracht hebt, boezem je ontzag in”, zegt de commandant, overste Feskens. “Dat moet zo blijven.”

Voor minister Voorhoeve staat het al vast: ook na juli 1998 zullen de Nederlandse militairen met zwaar materieel een bijdrage moeten blijven leveren in Bosnië. Op dat moment loopt het mandaat van SFOR, de huidige Stabilisatiemacht, af. SFOR telt 36.000 militairen uit veertig landen en staat onder commando van de NAVO.

Zonder duidelijke afschrikking zullen opnieuw vijandelijkheden uitbreken tussen moslims, Kroaten en Serviërs die Bosnië van oudsher bewonen, zo verwachten de meeste Nederlanders.

Voorhoeve meent zeker te weten dat ook de Amerikanen na juni in Bosnië zullen blijven ondanks de druk uit het Amerikaanse Congres om midden volgend jaar te vertrekken. De Tweede Kamer heeft bepaald dat die Amerikaanse aanwezigheid ook een eis is voor de voortgezette aanwezigheid van de Nederlandse militairen.

“We kunnen hier niet weg”, zegt sergeant Leon van Drost uit Roosendaal. “Als we nu met de mariniers hier patrouilleren, dan weten ze dat we het menen. Een moslim-agent op een kruispunt kijkt wel uit om te veel Kroaten aan te houden. En een Kroaat laat moslims door. Waarom? Omdat wij ze in de smiezen houden en anders rapportjes schrijven. Gebeurt het niet, dan is het de hel voor ze. Nu schieten ze met hun kalazjnikovs alleen in de lucht bij bruiloften en partijen. Maar letten we niet op, dan wordt het opnieuw menens.”

De komende maanden moeten de nieuw gekozen politici voor de gemeenten en de geïntegreerde politie aan de slag. Brigadegeneraal Hans Eijzenbach, de contingentscommandant in Busovaca: “De afgedwongen vrede moet omgezet worden in politieke vernieuwing.” Maar hij geeft ook aan dat er in de moslim-Kroatische federatie nog grote spanningen bestaan, zoals ook bij de Serviërs onderling. De civiele hulpverlening in Bosnië komt al te traag op gang en Kroaten en moslims in zijn gebied rekenen af met terugkerende vluchtelingen die te grote Mercedessen hebben aangeschaft en die te veel geld meekregen in de ogen van de achterblijvers die de oorlog hebben meegemaakt.

De militairen van de internationale Stabilisatiemacht zijn er weliswaar in geslaagd een zekere rust in het land te bewerkstellingen, maar de hulp bij de wederopbouw blijft achter en de vluchtelingen durven alleen terug te keren naar die gebieden waar hun etnische groep in de meerderheid is. Dat gebeurt nog maar mondjesmaat, aldus generaal Eijzenbach.

Majoor Bart Haverman uit Amersfoort: “Iedereen bedoelt het goed. Maar de bijna tweehonderd internationale hulporganisaties racen hier langs elkaar heen als ongeleide projectielen. Ze zijn allemaal vol goede wil, maar ze coördineren voor geen meter. Dat merkt de bevolking. Die kijkt uit naar een beter leven, maar dat komt te traag op gang. Straks valt de winter in.”

Minister Voorhoeve voelt er behoefte aan dat oordeel over de internationale hulpverlening te nuanceren. “Het moge waar zijn. Van de andere kant hebben de donoren er geen behoefte aan om geld ter beschikking te stellen aan de oude warlords. Je moet ook goed uitkijken waar die hulp terechtkomt. Er wordt door lokale bonzen gigantisch geziekt en wij hebben geen behoefte bij te dragen aan mafioos getinte praktijken.”

De meeste Nederlandse militairen zijn van mening dat een internationale afschrikkingsmacht hier nog jaren aanwezig moet blijven. Anders is veel werk voor niets geweest.

“Je kunt het wel met minder, misschien van 36.000 naar 20.000 man, of nog minder in Bosnië”, zegt sergeant Drost. “Maar we moeten de vuurlopen laten staan en, als het moet, die ook bedienen. Anders lopen ze alsnog met ons weg.”