Merkenrecht

Een buitengewoon grote kennis van theorie en praktijk van het merkenrecht kan de Stichting Vrijmerk niet worden toegedicht ('Onze taal is niet te koop', NRC Handelsblad 16 oktober).

Beschrijvende namen en soortnamen hebben noch onder het oude noch onder het nieuwe Benelux Merkenrecht enige materiële betekenis (gehad): a. onder het oude recht (tot 1 januari 1996) was het Benelux Merkenbureau weliswaar tijdelijk, doch bij inbreukzaken toetste immer de rechter de materiële vraag van het onderscheidend vermogen van het aangevallen merk, zodat in die situatie niet-onderscheidende merken (waar de Stichting Vrijmerk zich zo druk over maakt) geen bescherming genoten (ondanks de registratie); b. onder het nieuwe recht (sinds 1 januari 1996) toetst het Benelux Merkenbureau dit materiële aspect van het onderscheidend vermogen. Het Benelux Merkenbureau past hierbij de fijnmazige criteria toe die in de rechtspraak tot 1 januari 1996 zijn ontwikkeld. Mist een gedeponeerd merk onder het nieuwe recht onderscheidend vermogen, dan wordt het niet geregistreerd.

Me dunkt dat de, enigszins offensieve, commotie die door de Stichting Vrijmerk wordt teweeggebracht, niet alleen buiten proportie is, doch ook onnodig onrustbarend. Noch voor de merkhouders, noch voor de hoeders der Nederlandse taal, is er enige reden tot ongerustheid.