Lastige keuzen bij veel overeenkomsten in programma's

Verkiezingsprogramma's hebben een beperkte betekenis voor de vorming van een coalitie. Zou het anders zijn, dan ligt een regering van PvdA, CDA en D66 voor de hand, zo blijkt uit een vergelijking van de tot nu toe gepresenteerde teksten. Een kleine handreiking voor de serieuze kiezer.

DEN HAAG, 21 OKT. Als verkiezingsprogramma's belangrijker zouden zijn dan politici, dan lag een kabinet van CDA, PvdA en D66 meer voor de hand dan een voortzetting van 'paars'.

De sociaal-economische plannen van de VVD wijken sterk af van die van de andere drie partijen. Opmerkelijk is verder de soms bijna gelijkluidende aandacht voor normen en waarden bij de traditionele tegenpolen CDA en D66.

Bij een vergelijking van de concept-teksten die de afgelopen weken zijn gepresenteerd, valt allereerst de grote mate van eensgezindheid op. Bewogen in beweging (D66), Een wereld te winnen (PvdA), Samenleven doe je niet alleen (CDA), Investeren in de toekomst (VVD), het naamloze programma van GroenLinks: alle vragen ze meer aandacht voor onderwijs, volksgezondheid, werkgelegenheid, veiligheid en milieu. Een concreet punt als kleinere klassen in het basisonderwijs duikt in elk van de vijf programma's op. Het verlangen naar de gymleraar leeft breed. En van welke kleur ook, politici willen in de gezondheidszorg “meer handen aan het bed”.

Op het punt van de sociale zekerheid wijkt de VVD het meest af. De liberalen staan alleen met hun pleidooi voor verlaging van het minimumloon en met hun voornemen de duur van WW-uitkeringen te bekorten. De andere vier zijn hier eensgezind tegen ingrijpende wijzingen. GroenLinks wil wel experimenteren met 'persoonsgebonden budgetten' voor langdurig werklozen. Die kunnen dan zelf kiezen wat ze met het geld doen: scholing, een eigen bedrijf beginnen, een werkgever subsidiëren.

Ook met de lastenverlichting voor burgers en bedrijven gaan de liberalen het verst: 7,5 miljard in de komende vier jaar. De PvdA vindt 4 miljard genoeg. Het CDA wil geen algemene lastenverlichting, maar heeft 3 miljard gereserveerd voor 'gezinspolitiek'; een reeks van maatregelen die neerkomt op lastenverlichting voor mensen met kinderen. Bij GroenLinks komt het woord lastenverlichting niet voor en D66 is nog aan het rekenen; de financiële paragraaf bij Bewogen in Beweging is nog niet af.

Werkende ouders kunnen zich in de warme belangstelling verheugen van bijna alle partijen die tot nu toe hun programma hebben gepresenteerd. Alleen de VVD behandelt deze groep kiezers niet apart. Er moeten, zo vinden de andere vier, meer deeltijdbanen komen om werk met kinderen te kunnen combineren. GroenLinks wil gelijk ook de normwerkweek van 32 uur invoeren. De mogelijkheden om tijdelijk verlof op te nemen moeten worden verruimd.

CDA, D66 en GroenLinks willen alle verlofregelingen ook nog in een brede, allesomvattende wet vastleggen. Werknemers die onverwachts voor zieke familieleden moeten zorgen, kunnen bij het CDA rekenen op onbetaald 'calamiteitenverlof'.

Meer geld voor kinderopvang is ook een breed levende wens. De PvdA spreekt van een 'verdubbeling' van het aantal plaatsen. GroenLinks stelt dat 'de tekorten worden weggewerkt'. CDA en D66 onthouden zich van concrete doelstellingen.

Wat betreft hun zorg om de jeugd zelf delen PvdA en vooral CDA en D66 ook veel opvattingen. De maximumsnelheid in de buurt van scholen moet worden teruggebracht naar 30 kilometer per uur. Binnen die scholen “gaat het niet alleen om het overdragen van feiten en kennis. Onderwijs is emancipatie”, vindt D66. D66-lijstrekker Borst heeft al eens gepleit voor een opvoeding tot 'goed burgerschap'. Het CDA weet al langer: “Onderwijs is meer dan kennisoverdracht. De school moet het opvoedingsklimaat thuis versterken.” De VVD let meer op het lesprogramma: “Gewaakt moet worden voor de overladenheid van het onderwijsprogramma door de aandacht voor tal van maatschappelijke actualiteiten en problemen.”

Ongerustheid over het geweld op straat komt bij alle partijen aan de orde, al beperkt GroenLinks het aantal concrete voornemens tot één: bij jeugdcriminaliteit moet een snelle berechting plaatsvinden en de mogelijkheid van alternatieve straffen worden verruimd. De VVD pleit voor strikte handhaving van wetten en regels, en voor een extra 5.000 agenten. D66 wil ook “enkele duizenden” agenten erbij, het CDA zelfs 7.000. De PvdA legt de nadruk op een andere organisatie van de rechtshandhaving: in elke wijk en in elk dorp moeten politie en justitie bereikbaar zijn.

Het belang van geweldspreventie wordt algemeen onderstreept, waarbij CDA, D66 en PvdA dat ruim zien. “Er is een samenleving nodig die geschillen dempt en tijdig opvangt, een samenleving met een sociaal beleid en met betekenisvolle maatschappelijke organisaties”, vindt het CDA. D66 onderstreept dat de overheid “criminaliteitsbeheersing in een brede context” moet plaatsen en vraagt om een 'integraal veiligheidsbeleid'. Ook de PvdA wil zo'n 'integraal veiligheidsbeleid'. “Het heel houden van de samenhang in steden en dorpen is cruciaal om een leefbare en veilige woonomgeving te scheppen en te behouden.”

Wat de infrastructuur betreft: het is verbazingwekkend dat er in de Randstad nog geen ondergrondse treinen rijden. Alle partijen pleiten hartstochtelijk voor lightrail of Randstadrail. De automobilist moet het vooral van de VVD hebben. Het liberale uitgangspunt luidt dat de burger zich snel moet kunnen verplaatsen en zelf mag kiezen hoe hij dat doet. De capaciteit van autowegen moet daarom worden uitgebreid. Voor het CDA, dat streeft naar het “beperken van onnodige mobiliteit” is aanleg van nieuwe wegen hooguit een laatste redmiddel. De christendemocraten onderstrepen net als PvdA en D66 de noodzaak van alternatieve manieren van vervoer. D66 noemt hierbij expliciet de fiets en de binnenvaart. Alleen GroenLinks legt zich onomwonden vast: “Er worden geen nieuwe autosnelwegen aangelegd en bestaande snelwegen worden niet verbreed.”

Wie aan de hand van verkiezingsprogramma's op basis van zijn eigen belang een keuze wil bepalen, wacht een lastige afweging.

De man die 's morgens met de auto zijn oudste kind afzet bij het kinderdagverblijf waar zijn jongste al maanden op de wachtlijst staat, die daarna in de file naar zijn kantoor rijdt waar hij liever in deeltijd zou werken, opdat hij meer tijd bij zijn gezin zou zijn, die tijdens de koffiepauze met zijn collega's praat over de normvervaging bij de jeugd en hamert op de noodzaak van ouderwets, degelijk onderwijs - op welke partij moet die man stemmen?