Krappe arbeidsmarkt bedreigt poldermodel

ROTTERDAM, 21 OKT. Nederlandse werkgevers zullen de komende jaren steeds meer moeite moeten doen om voldoende personeel aan te trekken. Vooral in de zakelijke dienstverlening, in de gezondheidszorg en bij de overheid dreigen grote knelpunten te ontstaan. Dat voorspelt het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de universiteit van Maastricht in het vandaag verschenen rapport De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2002. Volgens het ROA zal dit probleem in vrijwel alle bedrijfssectoren gaan optreden.

De toenemende krapte op de arbeidsmarkt kan een bedreiging vormen voor het huidige succesvolle Nederlandse 'poldermodel', waarin werknemers genoegen nemen met relatief lage loonsverhogingen in ruil voor lastenverlaging door de overheid. “Het gevaar bestaat dat werkgevers met hogere lonen gaan proberen om toch aan voldoende geschikte mensen te komen. Dat kan leiden tot een behoorlijke verhitting van de arbeidsmarkt”, stelt ROA-onderzoeker A. de Grip. Het ROA ziet twee mogelijkheden om deze situatie (deels) te voorkomen. In de eerste plaats door - met behulp van betere studie-adviezen - meer leerlingen te sturen richting veelgevraagde opleidingen. In de tweede plaats door het vergroten van de arbeidsparticipatie van de huidige beroepsbevolking, veelal met behulp van om- of bijscholing.

Schoolverlaters profiteren het meeste van de toenemende krapte op de arbeidsmarkt, zo blijkt uit de ROA-prognoses (die om de twee jaar worden geactualiseerd). Over vijf jaar heeft volgens het ROA 89 procent van de schoolverlaters een goede tot zeer goede kans een baan te vinden die past bij hun opleiding. Vijf jaar geleden, in 1992, toen de Nederlandse arbeidsmarkt zich op een dieptepunt bevond, had slechts 16 procent van de schoolverlaters uitzicht op een passende baan. De jeugdwerkloosheid in Nederland behoort op dit moment al tot de laagste in Europa.

De nijpende problemen die werkgevers kunnen verwachten bij het op peil houden van hun personeelsbestand, volgen uit een klassiek economisch paradigma: de vraag stijgt, terwijl het aanbod daalt.

“Alle ontwikkelingen werken nu dezelfde kant op”, zegt ROA-onderzoeker A. de Grip. Belangrijkste factor, zo signaleert het ROA, is de vergrijzende beroepsbevolking. Als gevolg daarvan stijgt het percentage mensen dat ophoudt met werken van gemiddeld 3 tot 3,3 procent per jaar. In ronde cijfers uitgedrukt, betekent dat in vijf jaar tijd een uitstroom van 1,1 miljoen werknemers.

Los van de vervanging van deze werknemers zorgt de economische groei ervoor dat er ieder jaar gemiddeld 1,7 procent extra banen bijkomen (op basis van prognoses van het Centraal Planbureau). Daarmee komt de totale vraag op 5 procent per jaar. Tegelijkertijd slaat de in het onderwijs reeds gesignaleerde ontgroening de komende jaren ook op de arbeidsmarkt toe: de instroom van schoolverlaters neemt daardoor op korte termijn al af van 5,6 tot 4,2 procent per jaar.

Hoewel de banen voor schoolverlaters voor het oprapen lijken te liggen, is het volgens de ROA-onderzoekers zeker niet zo dat iedere studierichting dezelfde perspectieven biedt. Tussen de verschillende niveaus zitten grote verschillen. In de groep schoolverlaters met een hbo-dploma of een academische titel op zak hebben informatici, accountants en vervoersdeskundigen de beste papieren.