Kiest u maar

NU OOK DE VVD als laatste van de grote politieke partijen haar ontwerp verkiezingsprogramma heeft gepresenteerd, is het beeld voor de Tweede-Kamerverkiezingen van volgend jaar enigszins helder.

De voorlopige posities zijn bepaald; het is nu allereerst aan de georganiseerde partij-achterbannen met de conceptteksten in te stemmen, vervolgens kan de campagne echt beginnen. Dit althans is de formele procedure. In werkelijkheid is de campagne allang begonnen en zijn de programma's niet meer dan de noodzakelijke voetnoten bij het allesoverheersende optreden van de lijsttrekkers. De volgorde is ook aan de gegroeide praktijk aangepast. De lijsttrekkers waren aangezocht nog voordat het programma dat zij moeten uitdragen was geschreven.

Het kan allemaal in een tijd waarin de verschillen tussen de grote politieke stromingen tot een minimum zijn teruggebracht en politici het vooral van het beeld moeten hebben. Nieuw is die ontwikkeling niet, de jongste ontwerpprogramma's zijn slechts een bevestiging ervan. De veilige plaats in het politieke midden is bij alle programmaschrijvers en zeker bij de eindredacteuren maatgevend geweest. Voor zover er sprake is van verschillen, gaat het om accenten. Met andere woorden, ook al zou de soevereine kiezer zich geheel door de programma's willen laten leiden in plaats van de door de politieke leiders ten toon gespreide beeldvorming, dan nog wordt het hem niet gemakkelijk gemaakt.

ER KAN OVER ruim een half jaar gestemd worden, maar waarvoor? Bij de drie coalitiepartijen PvdA, VVD en D66 bestaat de intentie hun 'paarse' huwelijk te continueren. De verschillende partijprogramma's staan dat voornemen niet in de weg, integendeel. Het spiegelbeeld van dit gegeven is dat ook oppositiepartij CDA zich op voorhand bij deze rolverdeling heeft neergelegd. Programmatisch zou de partij zonder veel problemen kunnen aanschuiven bij de paarse bondgenoten, maar omdat het bastion momenteel zo ondoordringbaar is, veroorlooft het CDA zich meer kleur op het eigen gezicht zonder zich maar enigszins uit de coalitiemarkt te prijzen.

Wat dat laatste betreft kan worden geconstateerd dat de drie jaar geleden voorspelde heilzame werking van de oppositie bij het CDA inderdaad is opgetreden. De ingrijpend vernieuwde kandidatenlijst voor de Tweede Kamer en het ontwerpprogramma laten zien dat de partij in die beide opzichten af is van het zo verstikkende 'bestuurdersimago'. Het gedwongen verblijf buiten het centrum van de macht heeft het CDA de ruimte gegeven zich te bezinnen op de eigen uitgangspunten. Dat heeft geleid tot een programma dat zeker vergeleken bij de geschriften van de coalitiepartijen eigenzinnig aandoet.

OM IN DE CDA-terminologie van drie jaar geleden te blijven: als er sprake is van een waterscheiding met het verleden dan is het wel dit programma. In lijn met de vorig jaar begonnen interne discussie heeft het CDA samenlevingsverbanden centraal gesteld. Vanuit de gedachte dat de overheid relaties tussen personen en gemeenschappen van mensen dient te respecteren en te beschermen, en daar het beleid op moet richten, is het gehele programma opgebouwd. Met de cultuur-kritische reactie op de voortgaande 'economisering' van de maatschappij zit het CDA op een lijn die zich ook elders in de wereld steeds meer manifesteert. Zo was de veel aangehaalde toespraak van de Britse premier Blair op het Labour-congres van enkele weken geleden ook doorspekt met het gemeenschapsdenken.

Er lijkt een beweging op gang die zich keert tegen de gevoelde anonimisering en verharding van de maatschappij. Het CDA-programma doet een poging daar politiek en beleidsmatig een vertaling aan te geven. Al te gemakkelijk is dit door de politieke concurrentie uitgelegd als ouderwets gezinsdenken. De concrete voorstellen die het CDA doet bij voorbeeld ten aanzien van het combineren van werk en zorg, zijn een erkenning van het feit dat de verhoudingen tussen mannen en vrouwen ingrijpend zijn gewijzigd. Het CDA wil wel de ongewenste neveneffecten van deze ontwikkeling tegengaan. De diverse beleidsvoornemens van de partij zijn zonder meer uit te leggen als een overwinning van het invloedrijke Vrouwenberaad op de heren binnen het CDA.

POLITIEK GESPROKEN bevindt het verkiezingsprogramma van de christen-democraten zich dichter in de buurt van de PvdA en D66 dan van de VVD. Binnen de smallere marges dan ooit heeft de VVD zich met haar gisteren gepresenteerde programma het 'verst' van de hoofdstromingen verwijderd. Dit blijkt vooral uit de 12,6 miljard gulden die de liberalen in een nieuwe kabinetsperiode willen bezuinigen. Hierin gaat de partij veel verder dan PvdA, CDA en D66. Daar staat tegenover dat veel van de door de VVD opgevoerde bezuinigingen boterzacht zijn. Zo rekent de partij zich alvast rijk aan een begrenzing van de EU-afdrachten en wordt wel erg vaak het begrip efficiencykorting gehanteerd.

Maar cijfers zijn niet langer doorslaggevend in de politieke strijd. De afgelopen kabinetsformatie heeft laten zien dat zeker in een tijd waarin de bezuinigingsnoodzaak minder urgent is, dit onderwerp volop onderhandelbaar is. Veel moeilijker was het drie jaar geleden gesteld met de inrichting van de sociale zekerheid. Niet onbelangrijk is dan ook dat het obstakel van toen - het door de VVD gewenste ministelsel - thans niet meer in het programma van de liberalen voorkomt.

Bij de PvdA is alles bespreekbaar. De grap van CDA-fractieleider De Hoop Scheffer tijdens de algemene beschouwingen dat het programma van de PvdA drie punten zou tellen te weten Kok, Kok en Kok zat zeer dicht bij de werkelijkheid. Voor experimenten biedt het onder strakke regie van de partijtop opgestelde programma geen ruimte. De combinatie van economisch en sociaal beleid wordt voortgezet onder de premisse dat de economie de goede kant uit blijft gaan.

Ook het programma van D66 legt voortzetting van de huidige paarse coalitie geen strobreed in de weg. Al met al wacht Nederland een bizarre campagne. De suggestie is dat het gaat tussen Kok of Bolkestein. Een valse keuze want de intentie van de paarse partijen is dat het weer wordt Kok èn Bolkestein.

ZO KAN DE KIEZER straks naar de stembus. In de ongemakkelijke wetenschap dat de echte keuzes zonder hem na de verkiezingen tijdens de formatie worden gemaakt.