Een correcte sliding

Tot mijn genoegen zag en hoorde ik op de beeldbuis mijn goede collega van (vooral) destijds, Ben de Graaf, een standpunt verdedigen dat beslist niet het mijne was. Ben bepleitte namelijk totale afschaffing van de sliding en de tackle. Mijn genoegen ontleende ik aan het feit dat De Graaf mentaal op z'n best is als hij weet dat hij zo ongeveer alleen staat met zijn standpunt. In heel zijn lange periode bij de Volkskrant ambieerde hij de rol van robuust criticaster, die ongaarne meekwinkeleerde in het vriendelijk koor der meerderheid.

Maar als je De Graaf dan tekeer hoort gaan tegen alles wat naar tackles en slidings riekt, komt bij mij vooral die ene, bepalende vraag naar voren: “Ben, wat voor voetbal houd je over als jij je zin krijgt?” Het antwoord lijkt me voor de hand te liggen: voetbal van watjes, het spel van de softies. Denken we ons eens in wat dat voetbal, door Sepp Blatter van de FIFA en Ben de Graaf (namens zichzelf) gepresenteerd, voor allure zou hebben. Geen strijd om de bal, anders dan met de sabel in de schede. Zelfs een beschaafde schouderduw zou zich in die nieuwste aller tijden slechts met moeite kunnen handhaven, want elk lichamelijk contact zou bij voorbaat verdacht zijn.

De goeie kant zou zijn dat veel getrek en geduw eveneens voor bestraffing in aanmerking zou komen. Al die armen, al die trekkende en knijpende vingers die geheel ten onrechte vaak onbestraft blijven, zouden veel straffer moeten worden aangepakt. Maar daarover hebben de heren Sepp en Ben zich bij mijn weten niet misprijzend uitgelaten: zij concentreren zich volledig op sliding en tackle. Nu kan het verleidelijk zijn om tackles en slidings kritisch te bezien, maar daarbij moet de redelijkheid in het oog worden gehouden.

Belangrijk is dat sinds enige tijd de tackle van achter al verboden is. Waarom zou een correcte tackle op de bal uit het voetbal moeten verdwijnen? Omdat men soms niet de bal, maar de benen speelt? Maar daar is de scheidsrechter nu juist voor om een zuivere, correcte tackle zijn zegen te geven en een niet correcte te bestraffen! En laten de heren nu niet zeggen dat het verschil tussen goed en kwaad in dit opzicht nauwelijks waarneembaar is, want dat is niet waar. Natuurlijk blijft vergissen mogelijk, maar in het algemeen is de waarneming voor een goede arbiter best om te doen. Dat overigens de kwaliteit van de scheidsrechters voor verbetering vatbaar blijft, staat buiten kijf. Dit zal ook altijd zo blijven. Het gaat evenwel niet aan een wezenskenmerk van competitievoetbal te verkwanselen omdat de oorspronkelijke uitvoering de rechtsprekers boven de pet zou gaan.

Toen Pim Mulier, die voetbal in Nederland introduceerde, een tijdlang buitenslands was geweest en terugkwam, zag hij een sport die hij nauwelijks meer als zodanig herkende. “Het lijkt een sport voor naaimeisjes geworden”, klaagde hij. “Er mag bijna niets meer.” In zijn eerste tijd mocht bijna alles, maar toen de techniek beter werd, veranderde het gezicht van soccer. Aan het einde van de twintigste eeuw is men opnieuw een stuk verder, maar het is geen eenrichtingsverkeer. Verdedigers en aanvallers moeten zoveel mogelijk gelijke kansen hebben. En dat betekent dat men een verdediger de mogelijkheid niet mag ontnemen om via een tackle in balbezit te komen. Een fraaie tackle is een subliem onderdeel van het spel en als men correct de bal speelt, is men positief met zijn sport of beroep bezig. Wie zulks actief met de botte bijl uit het voetbal verwijdert, doet aan zelfdestructie.

Op naar het biljart, Ben. Apropos: ik heb je wel eens zien voetballen in onze jongere jaren. Je was lang geen sissy, dus kun je het beter als veteraan ook niet worden.