Duel at Diablo

Duel at Diablo (Nelson, 1966), BBC1, 01.20-03.00u.

Dat de historische film, net als geschiedschrijving, altijd meer zegt over de tijd waarin ze gemaakt zijn dan over de tijd die ze beschrijven, dat wisten we natuurlijk al. Toch blijft het leuk om te zien.

Van Duel at Diablo weet je al na vijf minuten dat-ie zo rond 1970 moet zijn gemaakt. De bakkebaarden, de terlenka broeken, de vrouwenkledij die bij de minste aanraking scheurt. En dan de camera, die vanuit een nerveuze helikopter de achtervolging in de woestijn filmt, met lichtvermomde popmuziek op de achtergrond; het is precies Starsky & Hutch. En zoals Starsky & Hutch eigenlijk over auto's gaat, zo gaat Duel at Diablo eigenlijk over paarden.

Er zijn filmcritici die beweren dat het paard ondergewaardeerd is in de western. Altijd in beeld, maar nooit van belang, luidt die kritiek. De hersens registreren het dier niet: vragen we ons ooit af of het dier moe is? Of het eigenlijk wel zin heeft in een achtervolging?

Ja, in elk geval na vanavond. In Duel at Diablo kun je namelijk echt niet om het paard heen, al was het maar omdat de hoofdpersonen voortdurend en telkens in de eerste plaats aan hun paard denken.

Het is een keiharde film, waarin een groepje cavaleristen gemengd met burgers door indianen Diablo Canyon in wordt gelokt. Vrouwen worden gescalpeerd, mannen boven vuurtjes geroosterd, een soldaat kan geen sprintje trekken of hij krijgt een pijl tussen zijn schouders. Maar de liefde is voor paarden gereserveerd.

Het begint wanneer Bibi Andersson (het is haar Amerikaanse debuut) bij haar man wordt terugbezorgd, nadat ze door de Apaches was geroofd. “Waar is je paard”, is de eerste vraag van haar man na al die jaren. Dood, zegt zij. “Jammer.”

En zo gaat het de hele film door. Als paardenhandelaar Sidney Poitier het bevel moet overnemen - de luitenant is een speldenkussen geworden - luidt zijn eerste bevel: “Breng de paarden naar de bron, ze hebben het verdiend.” Als Jess Garner na een barre woestijntocht in het fort aankomt, zijn z'n eerste woorden: “Wrijf mijn paard droog terwijl hij eet.” En wat zegt Dennis Weaver terwijl hij een wagen in volle galop ment, de pijlen hem om de oren vliegen en een soldaat naast hem van uitputting van de bok valt? “Dit houden de paarden nooit vol.”

Dus, paarden en paardengekken, kijken naar Duel at Diablo.