Controle op mega-fusies is ten onrechte vrijwel afwezig

Het bedrijfsleven rilt en trilt van zijn eigen fusiekoorts. Het nieuws over de voorgenomen samensmelting van de uitgeversgiganten Reed Elsevier en Wolters Kluwer was nog vers of KPMG en Ernst & Young maakten bekend te willen fuseren. De dynamiek van het kapitalistische systeem lijkt niet te stuiten maar volgens Menno Tamminga is dat schijn.

Hoeveel groter willen de grote multinationale ondernemingen nog worden? Hoeveel groter kunnen zij nog worden? De (inter)nationale fusie- en overnamedrang lijkt tomeloos. Kuddegedrag is aan de orde van de dag.

Fuseren twee grote accountantskantoren? Gisteren, drie weken later, doen twee van hun vier overblijvende concurrenten hetzelfde. Biedt een Brits telefoonbedrijf bijna 50 miljard gulden voor een Amerikaanse gigant? Een andere Amerikaanse telecomgigant komt met een concurrerend bod van 60 miljard gulden, gevolgd door een derde bieding. Straks begint het tegen elkaar opbieden.

Monopoly is maar een schim van het spel dat in het echt, met echte guldens, ponden en dollars wordt gespeeld. De fusie van Reed Elsevier en Wolters Kluwer, die zelf groot zijn geworden door reeksen opvernames, levert een onderneming op die wereldmarktleider is. Op de Amsterdamse beurs zijn de aandelen van de nieuwe combinatie even veel waard als die van Philips of ABN Amro: rond de 57 miljard gulden.

Niet slecht voor drie bedrijven die twintig jaar geleden weinig meer waren dan twee provinciale uitgevers en een Amsterdamse uitgever van boeken-, weekbladen-, encyclopedie- en vakinformatie. De fenomenale groei van provinciale trots tot global player onderstreept dat het bedrijfsleven zichzelf de laatste vijftien jaar in een proces van samenklontering heeft gestort.

In ruim een eeuw tijd is dit de vierde keer dat het bedrijfsleven trilt en rilt van zijn eigen fusiekoorts. Aan het eind van de vorige eeuw werden de eerste industriële combinaties gevormd, in de jaren twintig volgde een tweede golf (met onder meer Unilever), de jaren zestig produceerde in Nederland 'giganten' als Akzo, Nationale-Nederlanden, ABN en Amro, en in de jaren tachtig en negentig fuseren ook deze weer: Akzo Nobel, Wolters Kluwer, ING, ABN Amro. Dit jaar hadden in Nederland dan ook nog grote fusies plaats in de detailhandel, aannemerij en de scheepsbouw.

Amerikaanse bedrijven reageren op Europese fusies en andersom. Het Europese bedrijfsleven reageert ook op een van de grootste fusies buiten zijn eigen domein: het samengaan van een kern van zeker vijf of zes Europese landen in de Europese en Monetaire Unie. De daaropvolgende invoering van de euro zal de concurrentieverhoudingen in bijvoorbeeld de financiële sector drastisch wijzigen.

De dynamiek van het kapitalistische systeem, dat zich sinds de val van de Muur zelf een politiek-maatschappelijke monoplist mag noemen, komt nergens zo goed tot uitdrukking als in deze periodes van fusies en overnames. De zwakte evenzeer.

Tijdperken van fusies en overnames gaan altijd hand in hand met hoge koersen op de effectenbeurzen, gunstige economische groei, korte rokken en een algemeen positief klimaat. Bankiers zijn gretig om zaken te doen en het geld van hun spaarders en aandeelhouders uit te lenen. Managers, een beroepsgroep die niet gekenmerkt wordt door grote bescheidenheid, zijn nog wat optimistischter over hun eigen vaardigheden om winstgroei te bereiken en complexe organisaties te leiden. De vakbonden, de natuurlijke dwarsliggers van het kapitalisme, weten dat hun opvattingen onder deze omstandigheden weinig invloed hebben en maken een verdeelde indruk.

Onder deze omstandigheden kunnen kleine bedrijven grotere concurrenten opkopen, zoals nu in de telecommunicatie kan gebeuren. Rivalen kunnen samengaan in de overtuiging dat het economisch leven een stuk plezieriger is als zij samen de markt beheersen in plaats van elkaar op kosten jagen bij de volgende overname. Marktposities die vroeger onvoorstelbaar waren vanwege hun dominante karakter kunnen nu worden veroverd.

Moet de samenleving een beschaafd applaus laten weerklinken? Of moeten werknemers en consumenten zich verzetten tegen de bundeling van zoveel economische en financiële macht in de handen van zo weinigen? De Nederlandse bibliothecarissen zien zich bijvoorbeeld, niet voor het eerst, gemangeld tussen publieke armoede, die hun budgetruimte bepaalt, en de private rijkdom die de managers van het nieuwe Elsevier hun veeleisende beleggers zullen willen bieden.

De regelgever van oudsher, de nationale overheid, is als gevolg van het grensoverschrijdende karakter van deze fusies, buiten spel gezet. Een zekere desintereese heerst. Daar komt bij dat het Nederlandse beleid om mededinging te bevorderen, een politiek die zowel linkse als liberale partijen moet aanspreken, tot voor kort niet bestond. Beoordeling van het effect van deze fusies op bijvoorbeeld de consumentenbelangen op Europese schaal staat nog maar in de kinderschoenen.

Of discipline van de beleggersmarkt deze nieuwe reuzen in toom zal houden, zoals Paul Frentrop vorige week stelde, is twijfelachtig. Beleggers op financiële markten lijken behept met een vergelijkbare kuddegeest als de managers van de bedrijven waarin zij investeren. Tegen de stroom van de consensus op de financiële markten inzwemmen, slurpt energie en levert beleggers, zeker op korte termijn, alleen maar verlies op.

Het is al de vraag of de topmanagers die de fusies tot stand brengen, greep hebben op de nieuwe supertankers. Hebben de beleggers die langs de wal staan een beter inzicht? De pijnlijke affaire bij Reed Elsevier, waar enkele jaren achtereen met de oplagecijfers is gefraudeerd bij dochter Reed Travel, geeft aan dat zelfs een stevige financiële kooi van budgetten in een multinational geen uitkomst biedt tegen zulke excessen.

De fusies zetten nog meer druk op de mannen (en de weinige vrouwen) die als commissaris in het bedrijfsleven de managers moeten controleren. Zij zullen hun invloed ten opzichte van “hun” zo expansieve managers opnieuw moeten vestigen. Hun communicatie met en hun verantwoording tegenover de buitenwereld wordt een cruciaal baken: commissarissen staan buiten het bedrijf, maar zijn door hun functie toch insiders. In het verleden liet met name de verantwoording te wensen over, maar verbetering is aangekondigd.

Wie zijn deze wakers? De mannen die de vorige fusies maakten (en nu met pensioen zijn) en de managers die nu in hun eigen bedrijfstak op de fusiegolven surfen. Bij Reed Elsevier en Wolters Kluwer zijn de Nederlandse commissarissen met een uitzondering gepensioneerde managers, de Britse zijn actieve managers, van wie de helft onlangs zelf in fusiebesprekingen verkeerde. Deskundigheid volop, maar ook genoeg afzijdig om lastige vragen te stellen en conclusies te trekken? Wie controleert de wakers?

De tweehonderd van Mertens, die volgens de toenmalig NKV-voorman in de jaren zestig de dienst uitmaakten in het Nederlandse bedrijfsleven, zijn er nu hooguit vijftig. Het wordt echt eenzaam aan de top.