Contemporanisten (2)

In NRC Handelsblad van 18 oktober haalt prof.dr. K. van Berkel (Groningen) uit naar Bastiaan Bommeljé die meer levendigheid en opwinding in de beoefening van de geschiedwetenschap wil.

Levendigheid en opwinding, zegt Van Berkel, kun je beter overlaten aan journalisten, en dan met name aan 'de groep' 'investigative reporters' die spannende verhalen opdist over mensen die het in het verleden niet zo nauw hebben genomen met de moraal, de politieke en economische code, of die de boel belazerd hebben en toch - ook dat doet het goed - iets groots tot stand hebben gebracht. Verhalen die het eerst in krant, bijvoegsel of weekblad goed doen en later nog eens in een vlot boekje voor de andere lezers worden vastgelegd.

Wat mij treft in deze beschrijving van de geschiedschrijvende journalist is de denigrerende toon. Natuurlijk produceren journalisten sensationele eendagsvliegen, maar er zijn ook bundelingen van journalistieke artikelen en boeken van journalisten die inmiddels onmisbaar zo niet gezaghebbend zijn geworden: denk aan het werk van Paul van 't Veer over Atjeh, Paul Koedijk en Gerard Mulder over De Arbeiderspers, van dr. P.E. de Hen over de industriepolitiek in Nederland, van Jan Rogier over De Quay, van Michel van der Plas over Alberdingk Thijm of aan Ewald Vanvugt over de koloniale winsten behaald uit de opiumhandel. Iets meer nuancering in het portret van de geschiedschrijvende journalistiek is misschien toch op zijn plaats?