Britse premier wil informatie aan pers indammen

LONDEN, 21 OKT. De Britse Labourpremier Tony Blair wil een einde maken aan de wildgroei van vertrouwelijke informatiebijeenkomsten voor journalisten die de geloofwaardigheid van zijn regering dreigt te ondermijnen.

De afgelopen weken is grote onzekerheid ontstaan over de Britse houding tegenover de Europese monetaire unie doordat de uitspraken van bewindslieden en hun politieke adviseurs elkaar niet helemaal dekten of zelfs strijdig waren. De reputatie van betrouwbaarheid en degelijkheid die Gordon Brown in zijn eerste maanden als minister van Financiën verwierf, is daardoor geschaad.

Labour heeft zich in de aanloop naar de verkiezingen grote faam verworven door het bespelen van de media. In de Britse politiek is het gebruikelijk om sleutelpassages van toespraken of plannen vooraf aan de pers toe te schuiven. Zogeheten 'spin doctors' plegen een eigen draai - 'spin' - aan het nieuws te geven. Dat gebeurt op speciale voorlichtingsbijeenkomsten door regeringswoordvoerders die niet bij naam genoemd mogen worden. De media bedienen zich noodgedwongen van verhullende omschrijvingen als 'een gezaghebbende bron' of 'een adviseur van de premier'.

Labour heeft die Britse traditie de laatste jaren tot ware kunst verheven. Maar sinds de partij aan de macht is, heeft een overmatig gebruik van deze praktijken ook tot onzekerheid en scepsis geleid. Financiële markten wisten de afgelopen weken niet wie ze moesten geloven als er over Groot-Brittannië en de Europese munt werd gesproken. De officiële woordvoerders of de anonieme exegeten?

Minister van Financiën Brown is er ook gisteren niet in geslaagd de financiële markten gerust te stellen waardoor de FT-100, een index van de honderd meest verhandelde fondsen, met ruim één procent daalde en de waarde van de pond tegenover de D-mark met ruim drie pfennig steeg. Weliswaar wekte Brown de indruk dat het Verenigd Koninkrijk pas na de volgende verkiezingen in 2001 of 2002 een besluit over deelneming in de Europese munt zal nemen. Hij zei dat de Britse economie behoefte heeft aan “een periode van stabiliteit” als het land niet van meet af aan - per 1 januari 1999 - meedoet met een monetaire unie. Maar hij zei ook dat hij pas meer duidelijkheid kan geven als het parlement volgende week terugkeert van zomerreces.

Anders dan de vorige, Conservatieve, regering is Labour in principe voorstander van de monetaire unie. Premier Blair verzekerde de Duitse bondskanselier Helmut Kohl nog gisteren dat Groot-Brittannië “niets zal doen om de landen te frustreren die aansturen op een Europese munt”. Dat is voor de Europese partners een geruststellende verklaring omdat het Verenigd Koninkrijk in de eerste helft van 1988 het voorzitterschap bekleedt van de Europese Unie als definitief bepaald wordt welke landen meedoen aan de monetaire unie.

Naast grote economische bezwaren heeft de Labourregering ook zwaarwegende politieke motieven om deelneming in een monetaire unie voor deze regeerperiode uit te sluiten. Volgens een recente opiniepeiling van het bureau Mori is 54 procent van de Britse bevolking tegen meedoen aan een Europese munt. Ook het overgrote deel van de Britse pers staat vijandig tegenover de monetaire unie. Labour heeft beloofd een referendum te houden als de regering zou besluiten zich aan te sluiten bij de monetaire unie. Zo'n referendum zou de kans op een tweede regeerperiode voor Labour verkleinen en het moderniseringsprogramma voor de komende jaren overschaduwen.