B

Een groot deel van de B is voor de enorme buizerd die in het bos woont dat mijn werkschuurtje rugdekt, behaagziek bied ik hem/haar de in barre maanden in de val gelokte muizen aan, jawel: op een boomstronk.

Buiksloterhammetje = vrouwelijk geslachtsdeel.

B óf: A gaat Beckett vertalen, voor de Bezige Bij.

Er zijn veel brave boeren in mijn B, behalve buurmanboer en de kippenboer die tevens mijn schuurboer is ook de door John Berger beschreven boeren. En niet te vergeten vilt- en vetboer Joseph Beuys, de elk jaar opnieuw verblindend en brutaal paars bloeiende bolderik, baldadige Bad Girls en bizarre Battus, dr. Barnes, Louis Paul Boon, Jeroen Brouwers. Baskerville, schitterend lettertype waaruit ik meestal teksten zet.

Bijl, altijd bij de hand op het platteland.

Briefwisselingen en briketten branden in Ierland!

BB. Welke? Voor mij geen Boudewijn Büch noch diervriendelijke blonde bubbellip met beroemde ballonborsten, vier B's is bovendien te veel. Liever blief ik bloeiende boterbloem, bruine bonen met stroop en kaantjes en, als student, Bertolt Brechts Erzählungen.

Als belegen boterham werd ik verliefd op A, ze vertaalde toen Hermann Brochs Der Tod des Vergil, berucht onleesbaar boek.