Van glazenwasser tot filmster

Het Uur van de Wolf: Jaargang '94, Ned.3, 23.18-0.10u.

A star is born! Peggy-Jane de Schepper luidt haar naam, en ze bevindt zich nu nog in haar laatste jaar aan de Amsterdamse toneelschool. Maar als de voortekenen niet bedriegen, gaat ze furore maken.

En dat zou niet alleen mooi zijn voor haar, maar ook voor Peter Gielissen die vier jaar geleden al besloot dat zij één van de hoofdpersonen moest worden in zijn documentaire serie Jaargang '94, waarvan vanavond de vierde - en voorlaatste - aflevering wordt uitgezonden door de NPS.

Drie jaar geleden begon Gielissen de reeks met beelden te laten zien van de 400 gegadigden die dat jaar hoopvol bij de Amsterdamse toneelschool op de stoep stonden, en van de twaalf uitverkorenen die tenslotte tot het eerste studiejaar werden toegelaten.

Sindsdien heeft hij ieder jaar een tussenstand gemaakt, waarbij de aandacht zich steeds meer concentreerde op steeds minder mensen. In de aflevering van vanavond zijn er welgeteld nog maar twee over; van de anderen krijgen we niet eens meer te horen of ze óók op school zijn gebleven, en of ze volgend jaar óók eindexamen doen.

Een vreemde eend in de bijt is telkens Robbert-Jan van Dijk, die in 1994 nog pompbediende en glazenwasser was. Destijds werd hij door de school afgewezen, maar Gielissen is hem blijven volgen.

“Ik zou alles wel willen doen, als 't maar spelen is,” luidt zijn credo. Hij heeft er intussen een rolletje in de Veronica-serie Onderweg naar Morgen op zitten, volgt privé-lessen bij acteur Frederik de Groot en krijgt in deze aflevering een rol als presentator in een paar wervingsfilmpjes voor de marine. Zijn stugge volhouden dwingt respect af; geen klusje is te nederig voor hem.

En terwijl Robbert-Jan van Dijk dolgelukkig was toen hij twaalf afleveringen van die Veronica-soap mocht maken, verging het Peggy-Jane de Schepper heel anders.

Zij werd gevraagd voor een andere soap (de SBS6-serie Goudkust), maar weigerde. Ze moest alleen maar komen opdraven als 'lekker jong ding', zegt ze zelfverzekerd, en daar had ze geen trek in. “Inhoudelijk vond ik dat niet sterk genoeg.” Liever trad ze dit voorjaar op tijdens een door Adriaan van Dis ingericht weekeinde in de Balie in Amsterdam, en later dit jaar speelt ze een grote rol in een Lolamoviola-film.

Geregeld herinnert Gielissen in zijn vierde Jaargang '94 aan scènes en uitspraken uit zijn eerdere programma's. Zo krijgen we nog eens te horen hoe Peggy-Jane de Schepper drie jaar geleden zonder blikken of blozen zei te hopen op een hoofdrol in een Amerikaanse film, en bij voorkeur ook meteen een prijs. Nu blijkt ze daar iets genuanceerder over te denken; er is immers óók iets te zeggen voor het spelen van bijrollen. Maar verder is ze ambitieus gebleven: “Ik wil nog steeds heel goed worden.”

Voor haar klasgenote Margriet Struik gelden intussen andere idealen. Drie jaar geleden kwam ze met de hakken over de sloot de school binnen. “She should ontdek herself,” zei een Engelstalige docente toen. En dat heeft ze gedaan, met als resultaat dat ze steeds minder ging hangen aan het acteren. Eigenlijk, zegt ze nu, is ze meer geïnteresseerd geraakt in het regisseren.

Intussen biedt de nieuwe Jaargang '94 voornamelijk drie portretjes van drie al of niet aankomende acteurs, waarbij de school in de loop van de jaren steeds meer op de achtergrond is geraakt. Van de spanningen tussen docenten en leerlingen, de inhoud van de lessen of de onvermijdelijke opwinding bij elke schoolvoorstelling krijgen we niets meer te zien. Het verschil tussen de dromen van toen en de praktijk waarmee deze groep jongeren steeds meer in aanraking moet komen, blijft onbesproken. De vraag is alleen nog of Robbert-Jan van Dijk het zal redden, en of Peggy-Jane de Schepper volgend jaar inderdaad een ster zal zijn.