'Surinamers moeten dubbel vechten'

Gebrek aan respect leidt tot irritatie in de Surinaamse gemeenschap. Dat kwam weer plotseling, maar ook scherp, naar voren na een interview met drie spelers van het Nederlands voetbalelftal, Kluivert, Seedorf en Bogarde.

AMSTERDAM, 20 OKT. Witte Nederlanders hebben weinig respect voor zwarten. De Surinaamse theoloog L. Pocorni heeft het 's ochtends op weg naar de radiostudio van Damski So Mi Tan nog gemerkt. Op het station van Rotterdam had hij een kaartje gekocht, maar de lokettiste gaf alleen kleingeld terug en vergat het kaartje. “Ik wachtte een half minuut en vroeg naar mijn kaartje. Begint die dame me toch uit te schelden. Alsof ik een junkie was. En iedereen kan toch zien hoe netjes ik gekleed ga.”

Het niet krijgen van respect of granie leidt volgens Pocorni tot irritatie bij de Surinaamse gemeenschap. Het radioprogramma van Damsko So Mi Tan, een lokale radiozender voor Surinamers die te ontvangen is in Amsterdam en omgeving, stond zondagochtend in het teken van het gebrek aan respect dat Surinaamse voetballers in het Nederlands elftal zeggen te krijgen. Aanleiding was de commotie na een interview van de spelers Patrick Kluivert, Clarence Seedorf en Winston Bogarde met het Surinaamse 'onafhankelijke' maandblad Obsession. Dat blad wordt gemaakt door onder anderen Iwan Bottse, ook hoofdredacteur van Damski So Mi Tan.

In dat interview zeiden de spelers dat zij zich in het Nederlands elftal ondergewaardeerd voelden. Kluivert verklaarde graag in een Surinaams elftal te willen voetballen. “Met Surinaamse jongens vorm je toch een andere band.” In het Nederlands elftal moeten donkere spelers volgens Kluivert altijd dubbel zo zwaar presteren en dubbel zo hard hun mond houden. De vermeende vete tussen blanke en zwarte voetballers in het Nederlands elftal kwam door het interview weer naar voren. De kabel, het verbond van zwarte spelers, liet onverwachts weer van zich horen.

Niet alleen rond het Nederlands elftal maar ook in de Surinaamse gemeenschap hebben de uitspraken voor ophef gezorgd. Volgens Lesley Hellings, co-auteur van het interview en bij de gemeente Amsterdam werkzaam in het minderhedenwerk, heeft het interview gewerkt als katalysator. “Het zegt iets over hoe witte Nederlanders over ons denken. Ze hebben een verkeerd beeld van Surinamers.”

Dat het vraaggesprek veel discussie teweeg heeft gebracht, en dan met name onder Surinamers, vindt zijn collega Iwan Bottse alleen maar goed. “De Nederlandse pers mag het zich aanrekenen dat wij met onze weinige middelen zo'n discussie op gang hebben weten te brengen.” Dat andere media het interview zouden oppikken, was echter niet de bedoeling. “We hebben het alleen voor onze lezers gemaakt”, zegt Bottse.

Volgens de Surinaamse historicus C.P. Carrot, gisteren te gast bij de radiozender, herkennen velen zich in de problemen die de voetballers zeggen te ondervinden. “Op allerlei andere terreinen merken Surinamers dat ze weinig respect krijgen. In de zorgsector, in het onderwijs, altijd wordt alleen over achterstanden gepraat. In Nederland word je niet op je kwaliteiten beoordeeld. Waarom krijgen onze voetballers in het buitenland wel veel waardering?”

In de uitzending zegt Iwan Bottse dat de problemen van de voetballers niets met zwart-wit-tegenstellingen te maken hebben. Een nieuweling heeft volgens hem altijd te maken met de macht van de gevestigde orde. “De zwarte jongens zoeken elkaar op, omdat ze allen hun positie moeten bevechten. Dat gebeurt op scholen, in bedrijven, in voetbalelftallen. Nederlanders hokken ook met elkaar in Australië.” In een commentaar in Obsession neemt Bottse feller stelling tegen het gebrek aan respect voor de Surinaamse voetballers. “In feite zijn zij de dragers van het Nederlandse voetbal. Alleen, de granie (dat respect) wil men ze niet geven”, schrijft hij. Bottse zegt achteraf het commentaar misschien “wel iets te snel te hebben geschreven”.

Een vrouwelijke luisteraar vindt dat de kwestie aantoont dat de wit-zwart-relatie een beladen onderwerp is. Zij pleit voor een nationale discussie over het koloniale verleden en de slavernij. Dat is volgens haar nog steeds niet goed verwerkt. Lesley Hellings sluit zich hierbij aan: “Nederlanders willen toch ook dat de Japanners en de Duitsers verantwoording over hun daden afleggen. Er wordt nooit over het Nederlandse koloniale verleden gepraat. Nederlanders kennen hun eigen geschiedenis niet.”

Tijdens de radiouitzending valt vrijwel niemand Kluivert, Bogarde of Seedorf af. Ze moeten in een democratische samenleving toch kunnen zeggen wat ze vinden en hun hart laten spreken.

Een luisteraar vindt wel dat de voetballers weinig ruggengraat hebben getoond door later de opzienbarende uitspraken in Obsession te ontkennen.

In Nederland vangen hoge bomen nu eenmaal altijd veel wind, stelt theoloog Pocorni. De Surinaamse gemeenschap zou jongeren een betere “wapenrusting” moeten geven om hiermee om te gaan. “Misschien schieten wij zelf ook wel te kort. We moeten zorgen dat onze jongeren meer geestelijke bagage meekrijgen.”

Historicus Carrot voorspelt een zwaar gevecht voor de huidige Surinaamse jongeren. “Ze moeten binnen hun eigen cultuur èn in de Nederlandse samenleving omhoog zien te komen. Dat wordt een dubbel emancipatoir gevecht.”