SLAAN MET DE KRACHT VAN EEN KEREL

Een 19-jarige boerendochter uit Bloemfontein voert dit seizoen de topscorerslijst aan in de nationale hockeycompetitie. Scoren doet Pietie Coetzee aan de lopende band voor koploper Amsterdam. “Een doelpunt maken is geen kunst”, zegt de Zuid-Afrikaanse.

Praten gaat Pietie Coetzee makkelijk af. In het Engels, in het Nederlands en, als ze de controle over haar emoties verliest, in het Zuid-Afrikaans. Schamen doet Coetzee zich niet voor haar moedertaal, maar spreken in de taal van de Afrikaners doet ze bij voorkeur niet. Want wie in Nederland woont, behoort Nederlands te praten, zegt ze met een stem die weinig tegenspraak duldt. “Ik ben hier om wat te leren, niet om lui achterover te hangen.”

Twee keer in de week volgt ze Nederlandse taallessen en vrijwel dagelijks bladert ze de kranten door. Wat haar dan opvalt? Ze fronst de wenkbrauwen. “Wat een rustig en een vredig land. Saai zou ik bijna zeggen. Sla in Zuid-Afrika de krant open en het geweld komt je tegemoet. Moordaanslagen, verkrachtingen, berovingen - je leest bijna niets anders.” Nee, dan Amsterdam. “Hier kan ik 's nachts rustig over straat lopen en fietsen zonder dat ik bang hoef te zijn om vermoord of verkracht te worden. Fantastisch toch?”

Politiek is niet haar favoriete gespreksonderwerp. Het nieuwe Zuid-Afrika onder leiding van president Nelson Mandela (“Een indrukwekkende man”), de jaren van de raciale scheidslijnen (“Toen was ik nog heel jong, hoor”) of hockey als blank bastion (“Ja, maar dat verandert”) - het zijn thema's die haar zichtbaar in verlegenheid brengen. Verder dan een uiteenzetting over het toenemende geweld in haar vaderland wil Coetzee niet gaan. “Op straat voelt niemand zich meer veilig. Van nature ben ik niet zo snel bang, maar tegenwoordig voel ik mij niet op mijn gemak in Zuid-Afrika. Na tien uur 's avonds alleen in de auto stappen zonder een wapen op zak, dat is vragen om problemen.”

Ruim een maand geleden streek Pietie Coetzee neer in Nederland. Op zoek naar een nieuwe uitdaging liet de boerendochter uit Bloemfontein haar oog vallen op de Nederlandse hoofdklasse, de beste clubcompetitie ter wereld. Het was een keuze die mede werd ingegeven door de parttime-bondscoach van Zuid-Afrika, de Nederlander Boudewijn Castelijn, die zijn international in contact bracht met Amsterdam en coach Carina Benninga. Twee telefoongesprekken volgden, maar oud-international Benninga wist “niets, helemaal niets” van Coetzee. “Ze wilde dolgraag komen en eigenlijk wist ik toen al genoeg. Een meisje dat zo zeker is van haar zaak, iemand met zoveel commitment, met zo'n enorme wil om in het buitenland te slagen, dat kan nooit een slechte hockeyster zijn.”

Benninga's vermoeden werd bewaarheid, getuige de ogenschijnlijk moeiteloze entree van haar pupil in de hoofdklasse. Amper twee dagen in Nederland of haar eerste twee competitiedoelpunten waren een feit. Zaterdag scoorde ze opnieuw en leidde ze Amsterdam in en tegen Den Bosch (0-1) naar de zesde overwinning op rij. Haar ploeggenoten lopen met haar weg en spreken liefkozend over Tweety zodra haar naam valt.

Gisteren, in het thuisduel tegen Laren (1-0), scoorde Coetzee voor de verandering niet, maar liet ze bij vlagen zien waarom ze inmiddels alom gevreesd en geprezen wordt. Want Pietie Coetzee hockeyt zoals ze praat: op intuïtie en zonder veel omhalen. “Met één flitsende actie weet ze zich uit de greep van een tegenstander te ontworstelen en dat kunnen maar een paar speelsters haar nazeggen”, sprak coach Benninga na afloop vol bewondering.

Na zeven speelronden voert de Zuid-Afrikaanse de topscorerslijst aan, samen met jeugdinternational Karlijn Petri van Rotterdam. Negen doelpunten staan achter haar naam, maar tevreden is de aanvalster van koploper Amsterdam allerminst. “Een doelpunt maken is geen kunst. Doelpunten zeggen zo weinig. Een complete hockeyster is niet degene die veel doelpunten maakt. Een complete hockeyster is degene die een ploeg op sleeptouw kan nemen en durft te nemen. Iemand die in dienst van het elftal speelt. Bovendien: wie snel tevreden is zal nooit beter worden.”

Negentien jaar is Coetzee, maar wie haar hoort praten en ziet lopen zou anders vermoeden. Behalve over een uitgesproken mening beschikt ze over een stevig postuur, handen als kolenschoppen en indrukwekkende schouders. Coetzee was jaren geleden een verwoed zwemster en waterpoloster, legde zich ooit toe op de triatlon en behoort tot de vaste klantenkring van het krachthonk.

Benninga prijst de fysieke kracht van haar pupil en noemt Coetzee een typische exponent van het Zuid-Afrikaanse hockey, een speltype waarbij kracht en discipline de belangrijkste ingrediënten zijn. “Hier in Nederland wordt voornamelijk op balbezit gespeeld en speelt techniek een belangrijke rol. In Zuid-Afrika gelden andere normen en worden de spitsen voortdurend de ruimte ingestuurd.” Coetzee's imposante gestalte staat garant voor een slagkracht die volgens Benninga ongeëvenaard is in het vrouwenhockey. “Pietie heeft de kracht van een kerel. Geef haar een bal en ze ramt 'm zo het stadion uit.”

Mede daarom is Coetzee dit seizoen bij Amsterdam belast met de strafcorner. Als een van de weinige vrouwen is de Zuid-Afrikaanse in staat de bal te pushen in plaats van te slaan - een hoogstandje waarbij kracht en techniek vereist zijn, en daarom voor veel hockeysters praktisch onuitvoerbaar. Coetzee's sleeppush is een dodelijk wapen, vergelijkbaar met de strafcorner van Bram Lomans in de mannencompetitie. Acht van de negen doelpunten die ze tot dusverre maakte kwamen tot stand vanaf de rand van de cirkel. “Maar het kan nog veel beter. Want ik ben pas sinds januari bezig.”

De sleeppush was een onbekend fenomeen voor Coetzee totdat bondscoach Castelijn haar een videoband overhandigde met allerlei technische handelingen en vaardigheden. De instructieband van de Nederlandse bond bevatte ook beelden van de strafcorner van Taco van den Honert, de oud-international die de sleeppush introduceerde op de Nederlandse velden. Eindeloos herhaalde Coetzee de “sleeps van Taco”, waarna ze besloot zichzelf te wagen aan de uitvoering. In eerste instantie zonder succes. “Uren aaneen stond ik in mijn eentje te oefenen op die beweging. Soms wel honderd sleeps achter elkaar, maar echt lukken wilde het maar niet.”

Pas eind juli, vlak voor het WK-kwalificatietoernooi in Zimbabwe, stapte Coetzee af op Castelijn. “Maak je geen zorgen, zei ze. Alles komt goed”, herinnert de bondscoach zich. Het bleek geen grootspraak. Vijftien doelpunten in zeven duels maakte Coetzee, driekwart van de totale Zuid-Afrikaanse productie en daarmee leidde de spits haar land onbedreigd naar de eerste plaats van het plaatsingstoernooi in Harare. Het betekende haar internationale doorbraak en voor Zuid-Afrika een sprong op de wereldranglijst, van de vijftiende naar de zevende plaats.

Castelijn, voormalig bondscoach van de Amerikaanse vrouwen, omschrijft Coetzee als “een ongepolijst talent met een neusje voor de goal”. En: “Ik ken maar weinig mensen van haar leeftijd met zoveel zelfdiscipline. In de aanloop naar het kwalificatietoernooi in Harare ging ze elke dag met een emmer vol ballen op stap. Hier in Nederland moet je ze soms met een zweep achter de broek aanzitten, daar is het de normaalste zaak van de wereld om commitment te tonen.”

Haar ster rijst snel, zegt Castelijn. In het land waar cricket en rugby op eenzame hoogte staan, prijkte onlangs zowaar haar afbeelding op de omslag van SA Sports Illustrated, een gezaghebbend sporttijdschrift in Zuid-Afrika. Maar ook buiten de landsgrenzen snelt de naam en faam Pietie Coetzee vooruit. Laatst nog, bij de WK voor junioren in Seoul. “Komt er een Nederlands meisje naar me toe met de vraag of het waar was dat wij naast de boerderij een kunstgrasveld hebben liggen waarop ik train terwijl mijn vader en mijn moeder me langs de zijlijn staan aan te moedigen. Onzin natuurlijk. Het enige wat wij daar hebben zijn schapen en een geweer.”