Scènes uit de tijd van de terreur

De tweede ronde. Russisch nummer. Jrg. 18, nr. 3. Uitgeverij Van Oorschot. Losse nummers ƒ 20,-.

Het is moeilijk een gevoel van misselijkheid en afkeer te onderdrukken na het lezen van het Russische nummer van de Tweede Ronde. Niet omdat er zulke weerzinwekkende literatuur in staat - integendeel. Het is een schitterend rijk nummer, met Russisch en Nederlands proza, met prachtige gedichten en met onzinnig en vermakelijk light verse over Rusland, zoals dit van Drs. P:

De kersverse Russische ambassadeur Kwam aan te Djakarta, verscheen in 't hotel (Zijn ambtswoning kon hij niet aanstonds betrekken)

En stond met de manager toen al heel snel Luchthartig in vloeiend bahasa te kwekken 'Mijnheer Amidjojo! Wat fijn u te zien!'

De huid van uw vrouw - zijn ze over, die vlekken? Uw dochtertje, leest ze nog altijd Tolkien En bent u content met uw nieuwe masseur?

Een taal absorberen in zeer korte tijd - Dat is het waarom ik de Russen benijd Maar de moderne Russische literatuur is nu eenmaal voor een groot deel geschreven in de communistische tijd, en die is voor schrijvers niet zachtaardig geweest. Wat we weten, al zo vaak gehoord hebben - maar toch, elke keer dat iemand opschrijft hoe het was, wat hij of zij heeft meegemaakt, trilt de grond onder je voeten. Dat is met recht de wereldschandkroniek. En wat zijn het voor mensen geweest die tegenover een regiem dat van wreedheid, grofheid en absurditeit aan elkaar hing toch het hoofd hoog hielden, die de spot dreven, die een beeld van een normale wereld in zichzelf bewaarden of juist de krankzinnigheden uitvergrootten, zoals de onvolprezen Daniil Charms: 'Ik ben alleen geïnteresseerd in onzin, alleen in zaken die geen enkel praktisch nut hebben.' Irina Grivnina schrijft over de voorliefde voor het absurde van Charms, Aleksandr Vvedenski en de andere schrijvers rond Oberioe, de 'Vereniging voor Reële Kunst'. Het lijkt allemaal speels en grappig wat ze schreven, het ís ook speels en grappig, maar het is dat niet uitsluitend. 'Het is opvallend hoe goed deze nog zeer jonge mensen de valsheid en de plebejersmentaliteit van hun tijd aanvoelden (-) en hoe schitterend zij de lelijke werkelijkheid parodieerden', schrijft Grivnina.

Met de meesten van deze schrijvers liep het slecht af. Ze werden ervan beticht een 'anti-sovjet schrijversgroep' te hebben opgericht en verhoren, martelingen en verbanningen volgden. Na een onverwacht eerherstel gingen ze onverdroten op de oude voet voort met gekheid maken. Dat mocht niet lang, Vvedenski en Charms kwamen ellendig aan hun eind.

In veel verhalen en verslagen zien we scènes van de alledaagse waanzin van het sovjetregiem. Het meest uitgebreide verslag van wat er met iemand gebeurde, - 'heel dit verwordingsproces' - doet Nikolaj Zabolotski die in 1938 gearresteerd werd en die na mishandelingen en gevangenisstraf op transport gesteld werd naar een kamp. Zo koeltjes en kalm staat er hoe hij afscheid nam van zijn vrouw, die met hun kinderen verbannen was naar ergens buiten de stad: 'Ik kreeg een zak met de noodzakelijke spullen van haar en we namen afscheid zonder te weten of we elkaar ooit terug zouden zien.' Verschrikkelijk.

Gelukkig zijn er niet alleen verhalen uit de tijd van de ergste terreur. Marina Tsvetajeva's verslag 'De dichteressenavond', over een avond gehouden in de winter van 1920/21 is vermakelijk, lucide en vervuld met het natuurlijke gevoel van eigenwaarde dat Tsvetajeva's werk kenmerkt en dat er een brutale en briljante schittering aan geeft. Het is prachtig vertaald door Anne Stoffel die ook haar poëzie zo mooi natuurlijk en licht laat klinken.

Oh er is zovéél in dit nummer, een werkelijk schitterend gedicht van Brodsky bij voorbeeld ook, 'Op de via Funari', dat in een natuurlijk parlando de kosmos laat krimpen tot een deurbel, een mislukte ontmoeting juist weer kosmische proporties geeft, om dan nuchter te zeggen 'Enfin, we hebben elkaar gemist'. Koopt dit nummer. Leest dit nummer. Wie het niet doet is gek.