Ritzen dupeert wetenschap

In het ontwerp Hoger Onderwijs- en Onderzoek Plan (HOOP) 1998 stelt minister Ritzen voor om in totaal 500 miljoen gulden bij de universiteiten weg te halen en over te hevelen naar de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Volgens het gezaghebbende internationale wetenschapsblad Science van 7 februari van dit jaar: a) neemt Nederland op de wereldranglijst van wetenschappelijke productie een zesde plaats in, zowel kwantitatief als kwalitatief;

b) is deze prestatie des te opmerkelijker waar Nederland relatief weinig investeert in onderzoek en ontwikkeling: 1,9 procent van het bruto nationaal product;

c) valt Nederland, juist als relatief klein land, ook op door de brede spreiding van zijn output in de top, zowel kwantitatief als kwalitatief: vijfde in wiskunde en landbouwwetenschappen, vierde in natuurkunde, scheikunde en microbiologie, en zelfs derde in sterrenkunde en materiaalwetenschappen;

d) valt Nederland eveneens op door zijn nagenoeg gelijkblijvende positie in de periode 1981-1994, ondanks het stijgende aandeel in de wetenschappelijke productie in de wereld van Japan en van diverse Zuidoost-Aziatische landen, en het dalende aandeel van diverse westerse landen, en

e) zijn er aanwijzingen dat een universitaire omgeving, zoals deze aangetroffen wordt in de VS, het VK en Noordwest-Europese landen stimulerender is voor wetenschappelijke prestaties dan afzonderlijke onderzoekinstituten, zoals deze in Duitsland en Frankrijk (Max Planck- respectievelijk CNRS-instituten) bestaan.

Is het tegen deze achtergrond verstandig om een belangrijke wijziging in de structuur en organisatie van het Nederlandse wetenschappelijke onderzoek aan te brengen, zoals Ritzen voorstelt? Is het verantwoord to change a winning structure?

Is het voorts niet noodzakelijk dat Nederland, zowel overheid als bedrijfsleven, extra investeert in onderzoek en ontwikkeling, juist in een periode dat er meer financiële ruimte is, en er wèl investeringen in fysieke infrastructuur, in gezondheidszorg, in primair onderwijs en in milieu worden gedaan?

De boven aangegeven fraaie resultaten zijn geboekt in een periode waarin Nederland een hoger percentage van zijn bruto nationaal product investeerde in onderzoek en ontwikkeling dan nu het geval is. Inmiddels is Nederland op de OESO-ranglijst gezakt tot onder het midden. De veronderstelling is gewettigd dat deze lagere inspanning voor onderzoek en ontwikkeling over enkele jaren negatieve gevolgen zal hebben voor de Nederlandse wetenschappelijke productie.