PILAR MIRÓ 1940-1997; Koele rebel

MADRID, 20 OKT. De ijzeren dame van de Spaanse cinema is dood. Gistermiddag overleed onverwacht in haar woning in Madrid Pilar Miró (57 jaar), cineaste, theater-regisseur en voormalig directrice van de Spaanse staats-tv en radio.

Miró, die al eerder geopereerd was vanwege hartproblemen, werd getroffen door een fatale hartaanval. Met Miró verliest Spanje een toonaangevende figuur in de wereld van film en tv die een groot stempel wist te zetten op de ontwikkelingen in de post-Franco periode. Miró, die vooral de reputatie van koel en afstandelijk aankleefde, begon haar loopbaan als regisseuse eind jaren '70. Rebelsheid was haar handelsmerk. Ze brak door met de film El crimen de Cuenca uit 1979. Zelf afkomstig uit een familie van militairen, bracht ze op ongekend gewelddadige wijze een historisch geval van de martelpraktijken en het machtsmisbruik door de Guardia Civil in de Spaanse provincie in beeld. Het woedende politiekorps achtervolgde Miró met strafprocessen. Na een vertoningsverbod van twee jaar werd de film in Spanje een kassucces zonder weerga.

Nadat zij in 1976 lid was geworden van de socialistische partij van Felipe González - met wie zij persoonlijk nauwe banden onderhield - groeide Miró als eerste vrouw uit tot een invloedrijke figuur in Spanjes film en tv-politiek. In 1986 werd ze directeur-generaal van de Spaanse staatsomroep, een belangrijke positie in de door media geobsedeerde Spaanse politiek. Met haar eigengereide beleid kweekte ze al snel vijanden, met name in radicaal-socialistische kring.

In 1989 nam ze ontslag nadat ze was beschuldigd van verduistering van gelden voor het kopen van kleding, maar werd na een twee jaar slepend strafproces vrijgesproken van alle schuld. De teleurstelling over de politieke verwording van de jonge Spaanse democratie stak Miró nooit onder stoelen of banken. “Een enorm idealisme dat oorverdovend in elkaar is geklapt”, zo definieerde ze in deze krant de huidige positie van haar progressief denkende generatie-genoten. Haar ervaringen tekenden ook haar films, zoals El pájaro de la felicidad (De vogel van het geluk), over het leven van een carrière-vrouw dat wordt bepaald door teleurstelling en egoïsme.

Afgezien van speelfilms - waaronder de in 1992 met de Gouden Beer in Berlijn bekroonde Beltenebos en El perro del Hortelano (1996) dat dit jaar zes Goya's kreeg in Madrid - regisseerde zij toneel en opera. Begin deze maand nog voerde zij de regie van het huwelijksspektakel van de Spaanse prinses Cristina in Barcelona.

In weerwil van haar scherpe tong en koele optredens wist Miró een brede groep uit de Spaanse samenleving aan zich te binden. Dat bleek gisteren toen naast bekendheden uit de wereld van theater en film zowel de zeer geëmotioneerde koning en koningin als Felipe González en ministers uit het huidige conservatieve kabinet zich naar de begraafplaats spoedden om haar de laatste eer te bewijzen. Pilar Miró is vandaag in Madrid gecremeerd.