Ook Noord-Koreanen in Japan zijn blij

In Japan leeft een grote Noord-Koreaanse gemeenschap. Die heeft afgelopen weekeinde de promotie van Kim Jong-il tot de sterke man van Noord-Korea gevierd.

TOKIO, 20 OKT. Fier wapperden tientallen vlaggen van communistisch Noord-Korea dit weekeinde in Tokio terwijl het 'Lied van Generaal Kim Jong-il' weergalmde. Op het sportterrein van een van de vele Koreaanse scholen in de Japanse hoofdstad kwamen zaterdag 20.000 Koreanen bijeen om de recente benoeming van Kim Jong-il tot secretaris-generaal van de Noord-Koreaanse Arbeiderspartij te vieren.

Japan en Noord-Korea hebben geen diplomatieke relaties en er is geen vrij personenverkeer tussen beide landen. Als restant van de Japanse kolonisering van het Koreaanse schiereiland wonen er echter enkele honderdduizenden Koreanen in Japan, van wie een groot deel Noord-Korea steunt. Hun vereniging probeert het Koreaanse erfgoed in ere te houden en heeft ruim honderd eigen scholen verspreid over het hele land, zelfs een eigen universiteit.

Terwijl op het naast de Koreaanse school gelegen flatcomplex voor ambtenaren van de Japanse belastingdienst een vrouw op een balkon haar was te drogen hing, riep vice-voorzitter Ho Jon-man op het schoolterrein in Tokio de verzamelde menigte Koreanen toe dat “Kim Jong-il als het zonlicht van de eenentwintigste eeuw de wereld zal verlichten”. En dat succes in het “grote werk” van hereniging van het Koreaanse schiereiland “in een nabije toekomst plaats zal hebben”.

Naast alle politieke retoriek is de bijeenkomst echter ook een gelegenheid voor de Koreanen om weer eens onder vrienden te eten en te drinken. De toespraken maken al snel plaats voor dans en muziek onder de warme herftszon. Rondom het terrein staan tientallen tentjes met eten en drank waar aan een van de tafels een groep jonge mannen en vrouwen zich luidruchtig vermaakt. Hun leeftijd ligt rond de 30 en ze zijn verbonden aan de Koreaanse Universiteit van de vereniging. Zodra de komende voetbalwedstrijd tussen Japan en Zuid-Korea voor kwalificatie voor de wereldkampioensschappen ter sprake komt, komt ook al snel de paradox naar boven die de Koude Oorlog op het Koreaanse schiereiland beheerst: “Natuurlijk zijn wij voor Zuid-Korea”, klinkt het.

Ook al staan Noord- en Zuid-Korea tot de tanden gewapend tegenover elkaar, de zuidelijken zijn deel van het eigen, Koreaanse volk. De harde opstelling van beide Korea's tegenover elkaar zou dan ook zeer makkelijk zijn op te lossen, aldus een van de jonge mannen: “Als noord en zuid hun trots opzij zouden zetten en begrip voor elkaar zouden tonen, is de eenwording van Korea geen probleem.” Onder luid gelach van de anderen komt vervolgens echter de adder onder het gras te voorschijn: “Maar een Koreaan die z'n trots opzij zet, is geen Koreaan meer!”

Een van de jonge docenten aan tafel is Ko Il-gon. Als goed lid van de vereniging heeft hij op z'n revers een speldje met de beeltenis van wijlen president Kim Il-sung, de stichter van de Noord-Koreaanse staat. “Wij dragen de beeltenis van Kim om te tonen dat hij voor altijd bij ons is, in ons hart.” Ko is geboren en getogen in Japan maar inmiddels vier keer in Noord-Korea op bezoek geweest. Er is een speciale verbinding per veerboot tussen Japan en Noord-Korea die alleen voor leden van deze vereniging toegankelijk is. Gevraagd naar de situatie in Noord-Korea, nu het land is getroffen door voedselschaarste, zegt hij: “Ach, de situatie is altijd hard geweest in Noord-Korea want we zijn in oorlog met de Verenigde Staten, ook al is er momenteel een wapenstilstand. De situatie is nu alleen wat harder dan daarvoor.”

Gezien zijn achtergrond is een bezoek aan Zuid-Korea voor Ko absoluut onmogelijk, ook al zou hij daar graag de graven van zijn voorouders bezoeken op het eiland Cheju. Ko heeft wel Zuid-Koreaanse vrienden. Vorige week kwam hij terug van een jaar studie in Liverpool, waar hij vriendschap sloot met een aantal Zuid-Koreaanse studenten. Zolang de Koude Oorlog op het schiereiland voortduurt kunnen de vrienden elkaar echter alleen op neutraal terrein ontmoeten. Daarom kijkt Ko, met het speldje van de stichter van communistisch Noord-Korea op zijn revers, nu uit naar het beloofde bezoek uit kapitalistisch zuidelijk Korea.