Ook accountants vergroten hun schaal

AMSTERDAM, 20 OKT. Bij de Amerikaanse kantoren van Ernst & Whinney, accountants en belastingadviseurs, werd tot 1989 alleen de limonade van hun klant Coca Cola gedronken. Bij concurrent Arthur Young was het Pepsi. Toen werden Ernst & Whinney en Arthur Young één geheel en zei Coca Cola: kiezen. Coca Cola wilde niet bediend worden door een firma die ook werkte voor de aartsvijand.

Wat zal dat worden als de wereldwijde fusie tussen KPMG en Ernst & Young doorgaat? In Nederland werken ze dan samen voor onder andere voor Fortis Amev, Aegon, ABN Amro, ING, Achmea, SNS Groep en de Rabobank. Gaan die klagen?

“Verwacht ik niet,” zegt Ruud Koedijk, bestuursvoorzitter van KPMG in Nederland. Maandagochtend vroeg, in de auto op weg van Amstelveen naar De Nederlandsche Bank - hij gaat met Jan den Hartog, zijn aanstaande nieuwe collega van Moret Ernst & Young president Nout Wellink inlichten over hun plannen - vertelt hij dat zijn bedrijf al jaren werkt voor Koninklijke Bijenkorf Beheer én Vendex International. “Dat heeft nog nooit problemen gegeven. Die teams opereren gescheiden. Ze krijgen geen informatie over wat de anderen doen. Als ze op het hoofdkantoor dossiers willen opvragen, moeten ze zich legitimeren met een pasje.”

Zeven jaar lang was het rustig bij de accountantskantoren, na de grote fusiegolf van de jaren tachtig. De Big Eight werden de Big Six. Maar sinds de zomer is het opeens weer druk. Overal in de wereld gaan verzekeringsmaatschappijen, banken, uitgeverijen en telecommunicatiebedrijven samen. Dan kunnen hun dienstverleners niet achterblijven, vinden ze zelf. In Nederland probeerde KPMG een fusie met de VB Groep, (accountants) maar die ging op het laatste moment niet door. De VB Groep, een voormalig overheidsbedrijf, eiste teveel zeggenschap. KPMG probeerde daarna een samenwerkingsovereenkomst met een groot advocatenkantoor. Dat lukte ook al niet: niet één advocatenkantoor wilde. Den Hartog van Moret: “Advocaten zijn partijmannen. Ze komen op voor één belang. Accountants zijn neutraal.”

Moret Ernst & Young had het intussen wel voor elkaar gekregen - onder andere met Banning Van Kemenade en Holland (Den Bosch en Eindhoven) en Van Benthem en Keulen (Utrecht) - en meldde vorige maand trots dat zijn bedrijf nu al het vierde advocatenkantoor van Nederland is, met vooral specialisten in ondernemingsrecht. Het vakblad Account schreef in het laatste nummer: Moret koploper, KPMG maakt late start.

Maar kijk hoe snel internationale ontwikkelingen de tactische bewegingen in het binnenland naar de achtergrond dringen. Op donderdag 18 september maakten twee van de Big Six, Coopers & Lybrand en Price Waterhouse, hún fusie bekend.

Op dezelfde dag gingen de voorzichtige besprekingen tussen KPMG en Ernst & Young over in hard zakendoen. Vijf dagen later zat Den Hartog namens Moret Ernst & Young in het vliegtuig naar New York, en was Koedijk als Europese topman van KPMG ook al druk in de weer met zijn Europese compagnons.

Afgelopen woensdag besloten de topmannen van KPMG en Ernst & Young in New York dat de firma's samen gaan. Maar volgens Den Hartog is er geen sprake van dat de fusie wordt opgelegd vanuit Amerika. In Europa waren ze al tot dezelfde conclusie gekomen.

Den Hartog en Koedijk zien alleen maar voordelen. “We waren concurrenten,” zegt Koedijk. “Maar onze culturen passen goed bij elkaar.”

Den Hartog: “Onze accountant is Moret.”

Allebei zeggen ze dat de grote investeringen die nodig zijn om kantoren op te zetten in de opkomende economieën van Rusland, China en Zuidoost-Azië zo veel financiële inspanningen vergen, dat schaalvergroting onontkoombaar is. “Twee jaar geleden begonnen we met een kantoor in Moskou.” zegt Koedijk. “Nu werken daar zevenhonderd mensen. Over twee jaar is dat het dubbele.”

“Je betaalt daar zomaar vijfduizend huur per maand,” zegt Den Hartog. “Dollar,” zegt Koedijk.

Het aantrekken van goede mensen, de kosten van het aanleggen en onderhouden van databestanden - het zijn, zeggen Koedijk en Den Hartog, belangrijke redenen om de krachten te bundelen. Vandaar dat de Grote Zes onderling al een tijdje in gesprek waren. “Het is net als met verkering in de brugklas,” zegt Den Hartog. Iedereen praat met iedereen.

Coopers & Lybrand Price Waterhouse heeft precies een maand het genoegen mogen smaken pro forma het grootste bureau ter wereld te zijn, met een omzet van 11,8 miljard dollar. KPMG Ernst & Young gaat daar ver overheen: 15,9 miljard dollar zet de nieuwe combinatie om. Ook in Europa wordt KPMG Enrst & Young de grootste (6,9 miljard dollar) met Coopers/Price (5,1 miljard) op een tweede plaats.

Dat zet de voormalige nummer één, Andersen Worlwide (9,5 miljard), en vooral de voormalige nummer vijf Deloitte & Touche (6,5 miljard), op grote afstand. Na de fusie tussen Coopers & Price haastte de branche zich om te onderstrepen dat de volgende samenklontering niet noodzakelijkerwijs onder accountants onderling hoefde plaats te vinden. Een automatiserings-adviesgigant als EDS zou ook een partij kunnen zijn, of een management-adviesbureau als Arthur D. Little. Maar de volgende stap is er nu, met KPMG en Ernst Young, toch weer een tussen accountantsfirma's geworden. “Het zou best kunnen dat Deloitte en Andersen nu ook met elkaar gaan praten,” zegt Den Hartog.

Dan zijn er nog maar drie kleine negertjes.