Nederlandse tolk in jiddische Tewje

Voorstelling: Tewje, van Andrej Jendrusch, door het Hackesches Hof Theater / Theaterburo Schmid. Muziek: Dietrich Petzold. Spelers: Mark Aizikovitsch, Marlies Hamelynck, Yardeen Roos, e.a. Regie: Burkhart Seidemann. Gezien: 18/10 in Het Park, Hoorn. Tournee t/m 29/11. Inl. (030) 6375530.

Zodra hij op het toneel verschijnt, wordt Tewje aangeklampt door de Nederlands sprekende jongedame die vanavond als onze gids en tolk zal fungeren. Of hij dezelfde is die de hoofdrol in de musical Fiddler on the roof speelde, vraagt ze, of hij de man is die daarin de hit If I were a rich man zong. Tewje doet zijn best het mee te neuriën: “Didel didel dei...” Maar dan schudt hij het melancholieke hoofd en zegt: “Nejn, kejnmol nisjt gehert!” - nee, nooit van gehoord.

Tewje de melkboer, die zo veel te stellen had met zijn drie dochters en heur vrijers, was wel degelijk de hoofdpersoon van de uit 1985 daterende roman Tewje, der Milchiker van Sjolem Alejchem, die ten grondslag lag aan de musical Fiddler on the roof (hier bekend als Anatevka). Maar het in Berlijn gevestigde Hackesches Hof Theater, gespecialiseerd in jiddisch muziektheater, maakte er een nieuwe bewerking van die volgens regisseur Burkhart Seidemann ver uit de buurt moest blijven van de “nostalgische liefheid” van Broadway. Eenvoud is hier het motto; niet alleen in de zuinige vormgeving, waarin een neerhangend laken de enige blikvanger is, maar ook in de muziek van Dietrich Petzold - een reeks slepende melodietjes met niet meer dan een dienende functie.

Omdat de voertaal in zang en dialogen jiddisch is, werd voor de uitgebreide Nederlandse tournee een Puck-figuur geschapen die beurtelings - als in een Brecht-voorstelling - een stukje meespeelt en zich dan weer tot het publiek wendt, samenvattend wat er net gezegd is, en preludiërend op de volgende scène. Hoewel het taalprobleem daardoor goeddeels is opgelost, blijft er toch iets van een barrière bestaan. Voor wie geen jiddisch verstaat, is het immers onmogelijk direct mee te leven met de twisten die Tewje uitvecht met zijn omgeving. Steeds is het wachten op de Nederlandse uitleg van onze gids en tolk, die bovendien te vaak de toonhoogte van een kleuterjuffrouw aanslaat.

Intussen is Mark Aizikovitsch wel precies de Tewje die ik mij voorstel: de armen gespreid, het hoofd tussen de schouders, de benen gekromd, de laarzen stevig op de grond en een stem die diep uit zijn welgevulde vest lijkt te komen. Hij klinkt als een bronzen klok en gesticuleert, net als de anderen, dat het een aard heeft. Om hen heen weven vijf muzikanten - gitaar, accordeon, klarinet, viool en tuba - een ragfijn spinsel van ijle klezmer-klanken dat de handeling spaarzaam illustreert. Erg spaarzaam zelfs; in zijn streven om er vooral géén gelikte musical voor massaconsumptie van te maken, legt regisseur Seidemann de muziek steeds snel het zwijgen op.

Mij had hij nog wel wat meer mogen onderdompelen in de sfeer van een wereld die zo hardhandig met de grond gelijk is gemaakt, dat er nooit meer met louter zorgeloze nostalgie naar kan worden gekeken. Ook niet als de muziek op haar vrolijkst is.