Nederlandse klassiekers verkopen goed tijdens Frankfurter Buchmesse; Arundhati Roy doet waar ze zin in heeft

Arundhati Roy, die vorige week met haar debuut de Booker-prijs won, weet niet zeker of ze ooit nog een tweede boek zal schrijven. Dat zei de Indiase zaterdag tijdens de Buchmesse, die vandaag is afgesloten. Nederlandse uitgevers deden dit jaar goede zaken in Frankfurt.

FRANKFURT, 20 OKT. Op de vandaag afgesloten Frankfurter Buchmesse heeft de Nederlandse non-fictie redelijk geprofiteerd van de speciale aandacht die zij dit jaar kreeg. Het Literair Produktie- en Vertalingenfonds had voor het eerst een folder uitgebracht met 'Quality non-fiction from Holland' waarin twaalf boeken een paginalange beschrijving in het Engels kregen. Daarvan werden Geert Maks Kleine geschiedenis van Amsterdam (naar het Engelse Harvill Press), De Metaforenmachine van Douwe Draaisma (Alianza Editorial uit Spanje) en Piet Vroons Verborgen Verleider (het Spaanse Tusquets en een uitgeverij in Japan) prompt de grens over verkocht.

Maar ook non-fictie die niet in de folder stond was in trek: zo werden de Spaanse rechten van Gekust door de koning van Caroline Hanken gekocht door uitgeverij Edicíones 62. Ajax, Barcelona Cruijff, van Frits Barend en Henk van Dorp, was eveneens in trek in Spanje. De Nederlandse uitgever was zelfs al rond met Edicíones B, toen Cruijff zijn veto uitsprak over de verkoop: de maestro wil niet dat het boek in Spanje uitkomt. Als troost werd het wel aan het Britse Bloomsbury verkocht. Een saillante deal was verder de verkoop van Het verhaal gaat... van Nico ter Linden aan uitgerekend een Italiaanse uitgever, Rizzoli.

Nederlandse uitgevers erkennen dat het werk van het Produktiefonds voor de non-fictie geholpen heeft. “Dit boek van Vroon heeft zeker een impuls gekregen doordat het in die non-fictie folder stond”, zegt directeur Robbert Ammerlaan van Ambo. Patrick Everard vertelt dat zijn Historische Uitgeverij, gespecialiseerd in geschiedenis- en filosofieboeken, aanvankelijk niet eens van plan was naar Frankfurt te komen. “Maar omdat een andere uitgeverij ons vroeg een stand te delen, en door dat initiatief van het Fonds, zijn we toch maar gegaan.”

Naast de non-fictie lag ook een aantal Nederlandse fictie-klassiekers goed in de markt. Van Couperus werden Extaze en Psyche naar Engeland verkocht, en Eene illuzie aan het Italiaanse Iperborea. Slauerhoffs Opstand van Guadalajara ging eveneens naar Iperborea, en zal tevens verschijnen bij het Duitse Suhrkamp. Verder blijft het werk van Hella Haasse populair. De rechten van haar boeken zijn in Frankrijk verdeeld tussen de uitgeverijen Seuil en Actes Sud, dat in 1998 verschillende titels van Haasse zal uitbrengen en zich ook al heeft verzekerd van de rechten van haar eerstvolgende boek Zwanen schieten. “In Spanje en Frankrijk zijn ze dol op geschiedenis en historische romans”, licht Rudi Wester, directeur van het Literair Produktie- en Vertalingenfonds, toe. “Dat zie je ook weer aan de grote aandacht voor het werk van Haasse.”

In Spanje heeft uitgeverij Mondadori zo langzamerhand een aardig Nederlands fonds bijeen. Het gaf al Thomas Rosenboom uit en verzekerde zich op deze Buchmesse ook nog eens van de rechten van de twee romans van Arnon Grunberg en van het debuut van Abdelkader Benali. Andere fictie-titels die de grens over gingen waren In Babylon van Marcel Möring (Harper Collins) en Het Lied en de waarheid van Helga Ruebsamen (Mondadori Italië).

Het afgelopen weekend was de Buchmesse ook opengesteld voor het gewone publiek, dat zaterdag in groten getale afkwam op het openbare interview met Booker-prijswinnaar Arundhati Roy. Het kleine amfitheatertje in gebouw 9 puilde uit met meer dan tweehonderd toeschouwers, die hoorden hoe de Indiase schrijfster bevestigde dat ze niet zeker weet of ze ooit nog een tweede boek zal schrijven. “Je moet een boek schrijven wanneer je een boek te schrijven hebt. Ik heb nooit geloofd in het uitoefenen van één beroep: daarvan gaan je hersens in één richting groeien, zoals bij een tumor.”

Roy reageerde fel op de vraag waarom ze het boek in het Engels in plaats van één van de Indiase talen had geschreven. “Ik ben het kind van een gekoloniseerd land. Engels is de taal die al voor mij was uitgekozen voordat ik geboren was. Je vraagt het kind van een verkrachte moeder toch ook niet naar de vader? I do what the hell I like to do. De vraag is niet waarom ik de Engelse taal gebruik, maar waarom ik ervan houd.”

Tot slot benadrukte Roy nog eens hoe serieus ze het proces neemt dat een landgenoot haar heeft aangedaan omdat zij met haar boek de publieke moraal gecorrumpeerd zou hebben. “Het debat over moraliteit in India gaat over de cutting edge van literatuur. Het is belangrijker dan alle interviews die ik hier geef, hoe leuk ik die ook vind.”