In repen gesneden het lekkerst

Tienduizend kilo scheepsbeschuit had de Portugese zeevaarder Fernando Magelhaes bij zich toen hij op 10 augustus 1519 uit Lissabon vertrok. Deze hoeveelheid was, met 265 man aan boord, genoeg voor twee jaar. De enige zekerheid was dat de reis naar het westen zou gaan. Magelhaes: “Wij varen naar de West, al zullen we daarvoor het leer van de ra's moeten vreten!”

Arne Zuidhoek: Drenkelingendieet. Uitgeverij Fontein.

In het nieuwste boek van de koopvaardijman Arne Zuidhoek, Drenkelingendieet, lezen we dat dit inderdaad gebeurde. “De mannen mengden scheepsbeschuit met houtspaanders en aten stukken leer van de ra.” Zuidhoek presenteert de samenstelling van de maaltijden aan boord als het enige dieet ter wereld dat het lichaamsgewicht verlaagt. En niet de diëten die een week kwark, bananen of sappen voorschrijven.

Zuidhoek: “Het drenkelingendieet verlost u van fortuinverslindende drogdiëten en rek- en strektuigen.” De auteur geeft 75 recepten zoals zeebaars, oesters, rijsttafel en forel. Hij plaatst ze in de historische context en schetst de omstandigheden waaronder de zeelieden aten.

Het boek gaat over overleven aan boord in het verre en in het recente verleden en over de discipline om de rantsoenering vol te houden. De hoeveelheid voedsel aan boord was immers beperkt. Magelhaes had aan boord behalve scheepsbeschuit ook 3.000 kilo gepekeld varkensvlees, 200 vaten ansjovis, 984 kazen, 350 snoeren uien, 3.000 kilo honing en 7 koeien. En zakken meel, bonen, linzen, rijst, peulvruchten, suiker, azijn, mosterd en rozijnen. Omgerekend volgens Zuidhoek genoeg voor drie weken. Wijn ging mee in 417 zakken en 253 vaten, goed voor twee jaar.

Maar Magelhaes was drie jaar en twee maanden onderweg. De zon verbrandde armen, schouders, neuzen en oren. Lichamen waren niets anders dan vel en botten, de ledematen zaten onder de puisten en etterende zweren. De hoofdhuid viel eraf, de genitaliën waren opgezwollen, de billen doorgezeten, roodachtige schilfers bedekten de handen en voeten.

Hoe zwak de bemanning ook was, toch moest ze eten. Op het menu stond altijd scheepsbeschuit, als het oud was in geschaafde vorm. En als er niets was bereidden de mannen piepende en bijtende ratten uit de holen van het schip of uit het kielwater. Ook insecten zoals mieren, rupsen, maden, spinnen, krekels en torren werden in maaltijden verwerkt vanwege het hoge eiwitgehalte. Zo waren er de 'hiphanen', gebak van geroosterde sprinkhanen, chocolade, vanille, suiker en room.

De mannen bleven volgens Zuidhoek dezelfde lichamelijke arbeid verrichten als bij gewone rantsoenen. Met de gekrompen magen hadden ze geen extreme honger of dorst. Men dronk zeewater of de eigen urine, die ene plas per dag. Het leegzuigen van een vogeltje dat op het dek landde was een tractatie. Uit de ingewanden werd het half verteerde voedsel opgegeten, het hart, de nieren en de lever. De stukken vlees werden van de ribben gegeten, het merg eruitgezogen en de veren erafgerukt.

Na ernstige verzwakking begon het wachten op de eerste stervende. Duurde dit te lang dan begon het loeren op de zwakste om z'n hersens in te slaan en repen vlees van het lichaam te snijden.

Mensenvlees is draderig en zoetig, zegt Zuidhoek. Drenkelingendieet is niet alleen een historisch overzicht over de lotgevallen van zeevarenden, Zuidhoek geeft ook kooktips.

Hij raadt aan mensenvlees te koken in water en peper, zout, peterselie en salie toe te voegen. De dunne reepjes kunnen ook genuttigd worden met wier. “Als u in staat bent deze bereiding uit te proberen”, zegt Zuidhoek, “heeft u eigenlijk geen zout, peper of een dipsaus nodig. Wat het gerecht aantrekkelijk maakt is vreselijke honger.” “Het nadeel van mensenvlees”, gaat Zuidhoek verder, “is de verstopping”.