In een zwembroek geef ik mezelf bloot

Als je me op straat tegenkomt, zie je dankzij een prothese niks bijzonders aan me. In het zwembad is dat anders - in een zwembroek geef ik mezelf bloot. Dan zie je dat ik een vergroeiing heb aan mijn rechteronderbeen. Daardoor staat mijn rechtervoet in een verticale stand. Dat onderbeen is sinds mijn derde ook niet meer gegroeid. Verder functioneert mijn linkerenkel niet optimaal. Allemaal het gevolg van een bloedvergiftiging.

Mijn ouders deden aan waterpolo. Zodoende ben ik min of meer in het water opgegroeid. Zwemmen is voor mij een goed beoefenbare sport. De belasting voor mijn gewrichten is minder groot dan bij landsporten.

Op m'n zevende begon ik met wedstrijdzwemmen. Door mijn handicap kan ik bij de start- en keerpunten minder goed afzetten dan validen. De stuwing uit mijn benen is tijdens het zwemmen ook minder. Toch heb ik bij wedstrijden voor validen op nationaal niveau gepresteerd. Ik heb een goed watergevoel en een zwaar ontwikkeld bovenstelsel. In mijn tienerjaren kon ik daardoor bij de Gelderse kampioenschappen één zilveren en twee bronzen medailles winnen. Daar ben ik trots op.

Toevallig kwam ik er later achter dat er ook wedstrijden zijn voor invaliden. Sindsdien heb ik op EK's en WK's voor gehandicapten tientallen medailles gewonnen. Bij de laatste twee Paralympics won ik dertien plakken, waarvan zes gouden. Ik verlies trouwens liever van een goede gehandicapte dan van een slechte valide.

Na de WK voor gehandicapten van 1998 wil ik weer gaan waterpoloën voor validen. Net als enkele jaren geleden, toen ik met DWK uitkwam in de nationale tweede klasse. Omdat ik weinig stuwkracht kan ontwikkelen, is 'staan' om een schot te blokkeren lastig. Maar ik heb andere kwaliteiten. Snelheid, souplesse en balgevoel bijvoorbeeld.