'Er is nog veel te veroordelen in België'

Een jaar geleden hielden 300.000 mensen in Brussel hun 'Witte Mars' voor een menswaardiger justitie, naar aanleiding van de affaire-Dutroux. Ter herdenking kwamen gisteren zo'n vierduizend Belgen naar Neufchâteau.

NEUFCHÂTEAU, 20 OKT. De parkeerplaats voor het justitiepaleis van Neufchâteau was voor de gelegenheid omgedoopt tot het Witte Plein. Uit de ramen wapperden lakens, op het plein verdrongen zich duizenden mensen. Veel ouders met kinderen, maar ook kromgetrokken oudstrijders met baret, vaandel en witte pomponnetjes.

De grootouders van de vermoorde meisjes Julie en Mélissa verkochten veelgevraagde speldjes met de namen van hun kleinkinderen. Dringen was het ook voor een tafel met herdenkingsprentjes van verdwenen kinderen, en voor de petities waarin premier Dehaene werd gewaarschuwd dat de burgers waakzaam blijven opdat er geen “martelaarskinderen” meer hoeven te boeten voor fouten van anderen.

Uit de spandoeken en gesprekken op het 'Witte Plein' klonk vooral woede op de regering die haar belofte niet zou nakomen. “Dehaene en kompanen, hoe lang houdt gij dit land nog voor de zot?” luidde een opschrift. Premier Dehaene heeft onlangs onderstreept dat hij zich hield aan de beloftes die hij deed op de avond van de witte mars: er is een centrum voor vermiste kinderen, er liggen 75 wetsvoorstellen op tafel om de justitie te moderniseren, voor het onderzoek naar Dutroux werden meer middelen vrijgemaakt en de parlementaire commissie die het onderzoek doorlichtte kreeg de vrije hand en zelfs verlenging van haar mandaat.

Onvoldoende, oordeelden de demonstranten gisteren. Ze zijn vooral ontevreden dat er in het falende onderzoek naar verdwenen kinderen nog geen verantwoordelijken zijn gestraft. “Wanneer de waarheid, wanneer de sancties?” blokletterde een spandoek. Met name het herbenoemen van Melchior Wathelet als rechter aan het Europese Hof van justitie werd gehekeld. Hij was als minister van Justitie verantwoordelijk voor de voorwaardelijke invrijheidstelling van Marc Dutroux. “Wathelet dient afgezet”, was een van de slogans. Huidig minister van Justitie Stefaan de Clerck erkende overigens afgelopen weekeinde dat de herbenoeming van Wathelet “niet de meest gelukkige stap” is geweest.

“Er is niets ten gronde veranderd”, constateerde Carine Russo, de moeder van Julie, vanaf het bordes van het justitiepaleis. Ze was een van de als helden onthaalde ouders die een toespraak hield. Ook kinderen kwamen aan het woord. Even leek het op een volksgericht, toen een meisje declameerde dat dit geen wereld was maar een hel en dat Dutroux geboeid in een rivier moest worden gegooid. Het publiek applaudisseerde en joelde, een man blies schril op een fluitje, kleine kinderen huilden van schrik.

Daarna waren woordvoerders van de witte comités aan de beurt - de organisaties die werden opgericht na de witte mars van vorig jaar, op verzoek van ouders van verdwenen kinderen met de opdracht om waakzaam te blijven. De inmiddels 124 comités waren de drijvende kracht achter de demonstratie in Neufchâteau, het Ardense stadje vanwaaruit het onderzoek wordt gevoerd naar de zedenzaak rond Dutroux en dat gisteren de morele hoofdstad van België werd genoemd. Met de bijeenkomst wilden de comités aantonen dat de witte woede nog niet is bekoeld.

“We moeten hier een nieuwe start maken”, riep een organisator. “We hebben nog veel onrechtvaardigheden te veroordelen.” Een van de activisten die op het bordes kwamen uitleggen wat haar comité doet, was Manu Toffoli, mede-oprichtster van 'De uitgestoken hand'. Toffoli, een kapster uit Wandre (bij Luik), komt ten minste een keer per week bijeen met haar comité. “We hebben het comité in december opgericht, omdat er veel gevallen van pedofilie zijn in Wandre”, verklaarde ze. “Wij staan slachtoffers bij, met informatie en geld.” Haar comité organiseert debatavonden over onderwerpen die met justitie te maken hebben. Politiek, daarvan houdt Toffoli zich verre. “Als je daaraan meedoet, word je als de rest.”

De witte beweging is dood, constateerden deze zomer eensgezind de Belgische media. Om de bewering te steunen werd een opiniepeiling aangehaald, waaruit bleek dat niet meer dan 10 procent van de Belgen zou deelnemen aan een nieuwe witte mars. Volgens de sociologen Stefaan Walgrave en Benoît Rihoux is het echter te vroeg voor een in memoriam. Tien procent van alle Belgen is immers nog altijd een miljoen mensen die bereid zijn te demonstreren. Aan de vooravond van de bijeenkomst in Neufchâteau verscheen hun boek De Witte Mars. Een jaar later, waarin Walgrave en Rihoux tot de conclusie komen dat het afgelopen jaar 223 witte acties werden gevoerd en dat lokale manifestaties zo'n 240.000 mensen op de been brachten.

Vrouwen zijn in de meerderheid in de witte beweging, die vooral recruteert uit midden- en hogere klassen, constateren Walgrave en Rihoux. Ze schatten dat momenteel 5000 mensen deelnemen aan één van de witte comités, die vooral in Wallonië werden opgericht. Walen blijken zich devoter te gedragen dan Vlamingen: ze hangen vaker een foto op van vermoorde kinderen en gingen vaker bloemen leggen. Bovendien geloven ze meer dan Vlamingen dat het protest vruchten zal afwerpen.

De witte activist blijkt erg wantrouwend: alleen het onderwijs en de koning roepen meer vertrouwen op dan wantrouwen. De meeste achterdocht wekken regering, justitie en de politieke partijen. Ten aanzien van partijen stelt de witte activist zich overigens tweeslachtig op: slechts 4 procent stelt er vertrouwen in, maar toch beschikt 10 procent over een partijkaart. Kennelijk omdat een partijkaart handig blijft voor kleine diensten, concluderen de onderzoekers. Ze stellen dan ook vast dat Belgen de leiders hebben die ze verdienen.

Dat was niet de mening van de demonstranten gisteren. Politici werden uitgemaakt voor Pontius Pilatussen, Dehaene werd “naar Europa” verwenst. Vertrouwen kreeg alleen de parlementaire commissie die het onderzoek naar Dutroux doorlicht. “Laat u niet muilkorven”, werd de commissie aangespoord. “Ga door tot op het bot.”