Energiedistributeurs vrezen dat Wijers' plan vrijheid aantast; Ontwerp-elektrawet omstreden

De energiedistributeurs koesteren grondige bezwaren tegen minister Wijers' ontwerp van een nieuwe Elektriciteitswet. Zij vrezen dat die wet ondanks liberale intenties hun ondernemersvrijheid zal inperken. En dat zal, zo vrezen zij, leiden tot lagere efficiency en hogere prijzen.

AMSTERDAM, 20 OKT. De energie-distributiebedrijven hebben “ernstige bezwaren” tegen onderdelen van het ontwerp van minister Wijers (Economische Zaken) voor een nieuwe Elektriciteitswet. Dat blijkt uit een nota die de branche-organisatie EnergieNed vandaag aan de Tweede Kamer heeft aangeboden.

“We voelen ons belemmerd in ons ondernemerschap en er dreigt een achterstand ten opzichte van buitenlandse concurrenten die op de Nederlandse energiemarkt actief worden”, zegt algemeen directeur dr. Rob van 't Hullenaar van EnergieNed. “Wij zijn met Wijers vóór liberalisering van de markt en we hebben zelf ook belangrijke stappen gezet op die weg. Maar op een aantal belangrijke punten worden de distributiebedrijven door dit wetsvoorstel tussen dranghekken gezet, waardoor een optimale efficiency wordt belemmerd. De sterke greep die de overheid op de bedrijven wil hebben, zal kostenverhogend werken voor de consument.”

De kritiek van Van 't Hullenaar spitst zich toe op Wijers' voorstellen aan de Kamer om: - de energietarieven voor kleinverbruikers jaarlijks door de minister vast te laten stellen zolang huishoudens en kleine bedrijven nog niet vrij zijn in hun keuze van een leverancier; - de tarieven voor transport van elektriciteit via de netwerken te laten vaststellen door een toezichthouder; - een strikt juridisch-organisatorische scheiding aan te brengen tussen het netbeheer en de commerciële activiteiten van de distributiebedrijven.

“Wij vinden het niet goed als ambtenaren taken vervullen die bij de ondernemers horen. Als de tarieven van bovenaf worden vastgesteld neem je de prikkel bij bedrijven weg om zo doelmatig en goedkoop mogelijk te werken”, zegt Van 't Hullenaar. “We snappen best dat de kleinverbruikers beschermd moeten worden, maar zo ontneem je de ondernemers de lol om hun omzet en winst te verhogen. Daarom bepleiten wij bij de Tweede Kamer om de minister een landelijk maximumtarief voor deze klanten te laten vaststellen. Dan geef je toch ruimte voor concurrentie, want bedrijven zullen proberen daaronder te gaan zitten en de consument een voordeel te geven.”

Ook voor het netwerkbedrijf zou zo'n landelijk maximumtarief moeten gelden. Daarbinnen kunnen de distributiebedrijven dan, “op basis van objectieve factoren en eigen bedrijfsbeleid” het feitelijke tarief vaststellen. “Dan praat je over het aantal aansluitingen, de dichtheid van de klantenkring in een bepaald gebied en de kosten per aansluiting. Bij dat laatste speelt bijvoorbeeld de bodemgesteldheid een rol. Ook hier kan de efficiency van elk regionaal netwerkbedrijf een rol spelen: je stimuleert kostenbesparing. Maar de extra winst die je daardoor boekt moet dan wel ten goede kunnen komen aan de eigenaar van dat bedrijf, de holding die een distributeur is, en aan de klant”, zegt Van 't Hullenaar.

“Als de toezichthouder gaat beknibbelen op de tarieven is dat het werk van ambtenaren die regeltjes uitvoeren. Waarom zou een bedrijf zich dan extra inspannen om de kosten te drukken”, legt hij uit. “Er moet een uitdaging voor het netwerkbedrijf zijn om te kijken of het goedkoper kan. Wij gaan nog verder: we bepleiten ook om het toezicht op te dragen aan een onafhankelijk Zelfstandig Bestuuursorgaan (ZBO) in plaats van een ambtelijke dienst.”

De scheiding die Wijers tussen het netwerkbedrijf en de eigenaar wil aanbrengen vindt EnergieNed te strikt. Van 't Hullenaar: “Daarmee loopt Wijers in de Europese Unie vèr voor de muziek uit. Zo'n verplichting geldt niet voor onze concurrenten in de buurlanden en daardoor kom je in Nederland op achterstand. Wij willen het netwerk, het belangrijkste bezit van de distributiebedrijven, administratief en qua management apart zetten in business units, waardoor de bedrijfsvoering en de kosten transparant worden voor alle klanten. Maar je moet niet onze band met het netwerk doorknippen want juist daar zit veel ervaring, kennis, gegevens en de noodzakelijke faciliteiten op het gebied van energiebesparing en milieuzorg. Dat beleid waaraan we de laatste zeven jaar veel hebben gedaan, gestimuleerd door de overheid, moet overeind blijven.”

De EnergieNed-directeur vindt ook het verbod in het wetsvoorstel op privatisering van de distributiebedrijven te strikt. “Net zoals bij de afvalverwerkingsbedrijven zien wij voordeel in een mogelijkheid om geleidelijk belangen van de overheden (gemeenten en provincies) over te hevelen naar particuliere geïnteresseerden. In de Afvalstoffenwet is geregeld dat er voorlopig een meerderheidsbelang van 51 procent bij de overheid blijft. Dan schep je ruimte voor competitie. Geen particier is geïnteresseerd in bijvoorbeeld een netwerkbedrijf met tarieven die alleen op de kosten en een kleine opslag zijn gebaseerd.”

Internationaal vergeleken is de financiële positie van de meeste Nederlandse distributiebedrijven zwak, aldus EnergieNed. Daarom is “voldoende financiële ruimte om een goede concurrentiepositie op te bouwen essentieel”, meent de directeur. “Die kun je versterken door flexibiliteit in de tarieven voor energie en het netwerkgebruik in te bouwen, binnen landelijke maxima”, aldus Van 't Hullenaar.