...EN DOOR DIPLOMATEN

Met ambtenaren is de omgang bepaald anders. Via de media communiceren met het publiek is nu eenmaal geen essentieel deel van hun werk. Op 'achtergrondbasis' willen ambtenaren journalisten nog wel eens aan onthullingen helpen, vooral van het soort dat voor ambtenaren op andere ministeries uiterst hinderlijk kan zijn.

Maar officieel praat de 'vierde macht' alleen via de afdelingen voorlichting. Dat geldt in het bijzonder voor de ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken. “Melk en suiker in de koffie?”, vroeg de journalist. “Geen commentaar”, antwoordde de ambassadeur. Dit dialoogje komt uit Contact met de Pers, de handleiding die oud-journalist Willem Bemboom op verzoek van BZ heeft geschreven. De brochure is eind augustus uitgereikt aan harer Majesteits ambassadeurs en begint nu buiten diplomatieke kring op te duiken. Want diplomaten lekken ook.

“Er waren in het algemeen klachten over de verschillende manieren waarop ambtenaren reageerden op vragen van de pers”, aldus woordvoerder Frank de Bruin over de ontstaansgeschiedenis van de brochure. Terwijl het ministerie de stroom informatie naar de pers juist “zo consistent mogelijk” wil houden. In de linkerbovenhoek van de brochure zit een gaatje, zodat het boekje met een touwtje bij de telefoon kan worden gehangen. Een kaart met 'tien geboden' kan worden losgescheurd om te worden meegedragen in de portefeuille.

De diplomaat moet zich vooral niet laten verleiden door suggestieve of politieke vragen. “Het is natuurlijk altijd interessant als diplomaten antwoorden op puur politieke vragen. Vooral als het politieke antwoord afwijkt van het bestaande beleid. Op die momenten is het weer feest in de redactionele kolommen.” Persoonlijke ervaringen? Taboe. “Een diplomaat die tijdens een interview over een aardbeving feiten geeft, doet zijn werk voortreffelijk. Maar het gevaar zit 'm weer eens in de beroemde vraag naar het persoonlijke welbevinden van de ambassadeur. Zijn antwoord over het tafelzilver, dat verloren is gegaan, komt in Nederland vreemd over als we weten dat er die dag 4.000 doden zijn gevallen.”

Het gevaarlijkste moment van een persbijeenkomst, zo waarschuwt de brochure, is na afloop. “Iedereen is tevreden met het welslagen van het evenement en laat als een opgeluchte bokser de dekking zakken. Ook dan doet een goede journalist zijn werk. De opluchting die gecreëerd wordt na het interview, is hét moment om nog eens even door te vragen. Alles wat u dan zegt is relevant. Gebruik die tijd dus maar strategisch, bijvoorbeeld om de kernboodschap nog eens te herhalen. Het interview is pas afgelopen als de journalist het pand verlaten heeft.”

Eén ander ministerie heeft inmiddels belangstelling voor het boekje getoond, zo bevestigt De Bruin desgevraagd. Maar er zijn ook sceptischer reacties. “Ik heb er vreselijk om moeten lachen”, zegt de directeur voorlichting van een groot departement. “De pers wordt er afgeschilderd als een boze geest die de ambtenaar voortdurend naar valkuilen lokt.” Maar hij begrijpt het wel. Buitenlandse Zaken is nu eenmaal het enige departement dat niet over een “professionele” directeur voorlichting beschikt. Het is daar een functie voor een diplomaat die na een paar jaar weer door moet naar een volgende post. “Heeft-ie net het vak geleerd, moet-ie weer weg. Typisch BZ.” Maar dit oordeel is uiteraad, naar Haags gebruik, off the record.