Een huisvriend in den vreemde

'Wij dienen geen partij, wij dienen alleen de goede zaak van al wat Hollandsch is.' Zo opende honderd jaar geleden het eerste nummer van Hollandia, een weekblad voor Nederlanders in den vreemde, en hiermee was de toon gezet.

Het tijdschrift was overduidelijk bedoeld om Nederland op te stoten in de vaart der volkeren. Potgieter, de grote hater van de Nederlandse gemiddeldheid, was al bijna een kwart eeuw dood, maar de echo van zijn stem klonk kristalhelder door in de kolommen van het tijdschrift. Aan “hollandsche lamlendigheid, aan hollandsche gemakkelijk-op-je-stoel-zitterigheid, aan hollandsche kat-uit-den-boom-kijkerigheid” liet de hoofdredactie weten een diepgewortelde hekel te hebben.

Het weekblad was bedoeld voor Nederlanders die zich langdurig in het buitenland bevonden en op de hoogte wilden blijven van de situatie in patria. Elke week kregen de abonnees artikelen voorgeschoteld over de actualiteiten in handel, industrie, politiek en kunst. Daarnaast was Hollandia een gezelligheidstijdschrift, een huisvriend die elke week bij Nederlanders van Londen tot Pretoria, van New York tot Bandoeng op de mat plofte. Nieuwtjes uit het vaderland, anekdotes over Nederlanders in het buitenland, bijeenkomstverslagen van 'Hollandsche clubs', een brievenrubriek, feuilletons en een mededelingenkolom met benoemingen, onderscheidingen en familieberichten moesten de band tussen de Nederlanders “over de gansche wereld” sterker smeden.

Het doorbladeren van de jaargangen wekt verbazing. Het is nauwelijks te geloven dat een dergelijk weekblad honderd jaar geleden al bestond. Een internationaal tijdschrift lijkt alleen succesvol te exploiteren in een tijd waarin een snelle en betrouwbare distributrie te garanderen is. Tenslotte is het nieuws in een tijdschrift dat na een wekenlange zeereis bij de abonnee arriveert, niet echt vers van de pers. Het vliegverkeer maakt de bezorging van internationale bladen tegenwoordig minder problematisch, maar honderd jaar geleden?

Klaarblijkelijk kwam door de zegeningen van de industriële revolutie een acceptabele distributie binnen handbereik. Het verbeterde internationale postverkeer - dankzij de opkomst van de stoomscheepvaart, de opening van het Suezkanaal in 1869 en de oprichting van de Wereldpostunie in 1874 - moet ervoor gezorgd hebben dat de uitgave toch snel genoeg onder de ogen van de lezers kwam.

Aan het blad valt nog een moderne eigenschap op: de onpartijdigheid. Over het algemeen droegen tijdschriften rond de eeuwwisseling een duidelijke politieke of levensbeschouwelijke signatuur; de voorbode van de verzuilde pers in de twintigste eeuw. Het is niet eens zo heel lang geleden dat deze partijdigheid plaatsmaakte voor een onafhankelijke berichtgeving, waarin nog slechts plaats is voor verschillen in stijl en fatsoen.

Hollandia was zijn tijd ver vooruit. De redactie voelde zich in geen enkel opzicht verbonden aan één specifiek Nederlands volksdeel. De wil boven de partijen te staan kwam tot uitdrukking in de felle onafhankelijkheidsverklaring waarmee het tijdschrift in 1897 opende: “Wij dienen geen partij, wij dienen alleen de goede zaak van al wat Hollandsch is.”

Toch werd er in Hollandia regelmatig gepolemiseerd over de signatuur van het blad. Want een neutraal tijdschrift bestond niet, althans niet in de ogen van de lezer. Socialistische lezers vonden het blad veel te conservatief, terwijl conservatieven protesteerden tegen de aanwezigheid van socialistische of links-liberale ideeën.

Begin 1899 beklaagde de hoofdredacteur Leo Simons (1863-1932), de latere oprichter van uitgeverij de Wereldbibliotheek, zich over dergelijke lezerskritiek. Het hoofdredactioneel commentaar van 7 januari 1899 is een gepassioneerde pleitbezorging voor objectieve journalistiek. “Is 't dan waarlijk alleen de taak van de pers, den lezers alles naar één maat gesneden voor te zetten?” vroeg de auteur zich af. “Is het zoo onmogelijk één orgaan ten minste te hebben, dat niet van vastgezette, vooropgestelde meeningen uitgaat, maar de dingen tracht te beoordeelen naar hun wijs en manieren? Is het zoo ondenkbaar, een blad dat in zijn verscheidenheid de verscheidenheid van heel dit leven reflecteert?” Te oordelen naar de korte levensduur van Hollandia, dat al in 1901 ophield te bestaan, was dat rond de eeuwwisseling inderdaad ondenkbaar.