Domme worm

De mens blijft een raadsel. Dat constateerde de Nederlandse theoloog dr. W. Zijlstra acht jaar geleden in zijn fameus geworden studieboek 'Op zoek naar een nieuwe horizon' (Nijkerk, 1989) over de ontwikkeling van de menselijke identiteit en het ontstaan van allerlei ontwikkelingsstoornissen. Uiteindelijk, zo oordeelde de schrijver, is de mens toch een geheim want hoeveel er in de literatuur, de filosofie, de menswetenschappen en de theologie ook over de mens is geschreven, er blijven altijd hinderlijke open stukken.

De Franse filosoof Blaise Pascal (1623-1662) had, aldus Zijlstra, ongeveer hetzelfde drieëneenhalve eeuw geleden in zijn 'Pensées' al heel scherp beschreven. Bijvoorbeeld waar hij schreef: “Wat een hersenschim is de mens toch, wat een ongehoord iets, wat een monster, wat een chaos, wat een voorwerp van innerlijke tegenstrijdigheden, wat een wonder! Rechter over alle dingen, domme worm, heerser over de waarheid, riool van onzekerheid en dwaling, glorie en uitvaagsel van het heelal!”

Voor Zijlstra was het dan ook niet verbazingwekkend dat mensen in hun leven vrij gemakkelijk het spoor bijster raken en kunnen verzeilen in wat in de psychologische wetenschap neurosen en psychosen worden genoemd. Altijd leven mensen aan de rand van ongeweten afgronden. De afgrond van de kosmos om hen heen en de afgrond in henzelf. Altijd onderweg, maar waarheen? En naar Kant: wat mag de mens hopen, wat moet hij doen en wat kan hij kennen? Wie is hijzelf en wie zijn die anderen met wie hij de wereld en het leven deelt? En wie is God? De mens wil vrij zijn, ongebonden en tegelijk zekerheid vinden in het gezag van anderen. Hij zoekt de ander om bemind te worden en zelf te beminnen, maar bespeurt in zichzelf ook de begeerte om te vernielen. Hij streeft naar het hoogste, maar puurt ook intens genot uit het laagste. Hemel en aarde trekken aan hem. Hoe kan hij anders dan een verscheurd wezen zijn?

Omdat dominees en priesters over deze menselijke verscheurdheid vaak slecht op de hoogte waren, begon dr. Wybe Zijlstra - hij overleed op 1 september op 76-jarige leeftijd nadat hij kort daarvoor nog een eredoctoraat van de Universiteit van Leipzig had gekregen - dertig jaar geleden met klinische trainingen voor pastores. Zo veel succes oogstte hij daarmee, dat hij een vermaard pastoraaltheoloog werd.

Zijn werkwijze, die onder meer in de vroegere DDR sterk is nagevolgd, houdt in dat pastores door middel van intensieve trainingen in een klinische setting een verdiept inzicht krijgen in de manier waarop ze zelf in elkaar steken, zich bewust worden van hun attitude in hun werk en in de gaten krijgen hoe ze omgaan met de schapen die in de kerk aan hen zijn toevertrouwd.

Veel inzichten en methoden die door hem en inmiddels ook door heel wat andere pastoraaltheologen worden gepropageerd, waren in de jaren vijftig en zestig in de Verenigde Staten ontwikkeld en al uitgebreid toegepast. Zijlstra en andere theologen die sterk beïnvloed waren door de ideeën en het helaas reeds lang niet meer herdrukte boek 'De moed om te zijn' (Utrecht, 1955) van de Duits-Amerikaanse filosoof-theoloog Paul Tillich (1886-1965), haalden de Amerikaanse ervaringen naar Nederland en pasten die hier grondig aan niet-Amerikaanse verhoudingen aan.

Centraal in de trainingen van drie maanden of van veel kortere duur in het Psychiatrisch Centrum Zon en Schild in Amersfoort staan de geloofs- en persoonlijke groeps- en individuele ervaringen van pastores in hun ontmoetingen met patiënten en in de confrontatie met zichzelf. Deze werkwijze als ook korte cursussen voor niet-professionele pastorale vrijwilligers hebben altijd een dag-en-nacht karakter. De deelnemers moeten zelf voor hun maaltijden zorgen, gedurende de cursus intern wonen en ook in hun 'vrije uren' deel van de groep blijven uitmaken om op die manier met zichzelf en anderen bezig te blijven en elkaar 'tegen te komen'.

In Nederland zijn zo'n tweeduizend pastores (dominees, priesters en andere pastorale werkers) door de zelfgekozen mangel van de klinisch pastorale vorming gegaan. Daarbij hebben ze heel wat ervaren van de integratie van theologie en hun eigen persoonlijke functioneren als pastor en hebben ze geleerd hoe psychologie en theologie tegen-

over elkaar staan. Het gevolg hiervan is dat veel ziekenhuizen tegenwoordig zonder meer van een aan te stellen geestelijke verzorger verlangen dat hij of zij de methode-Zijlstra aan den lijve heeft meegemaakt.