DE OMGANG MET DE PERS DOOR KAMERLEDEN...

Door het herfstreces was het de afgelopen dagen rustig op het Binnenhof. Kon iedereen mooi de handleiding lezen die Buitenlandse Zaken heeft laten maken over omgang met de pers.

Niet dat Kamerleden dat nodig hebben: de meesten beheersen dit aspect van het métier perfect. Op dinsdagmiddag bijvoorbeeld, voorafgaand aan de stemmingen, is er in de wandelgang rondom de vergaderzaal een ware informatiemarkt. Parlementariërs distribueren laatste nieuws en opvattingen. Iemand als Hans Hillen (CDA) geldt op deze markt als een topverkoper. Altijd bereid tot informatieve achtergrondgesprekken, waarbij hij de feiten meestal zo presenteert dat 'Jaap' (zijn politiek leider De Hoop Scheffer) er gunstig uitspringt.

Rob Oudkerk (PvdA) is ook veelgezocht. Hij is het type Kamerlid dat nooit bang is om met naam en toenaam te worden genoemd. Integendeel, de huisarts is tijdens zijn drie jaar in de Kamer mede door zijn exposure in de media uitgegroeid tot een potentiële uitdager van fractievoorzitter Wallage. “Als je iets wilt weten, bel je Jan van Zijl. Als je iets wilt horen, bel je Rob Oudkerk”, legde laatst een collega uit. Van Zijl is tweede man in de PvdA-fractie en lid van het presidium, het dagelijks bestuur van de Kamer.

Dan is er nog de categorie van Frans Weisglas (VVD), iemand die de toegang tot de media zo goed weet te vinden dat overexposure dreigt. De lezer die ook wel eens naar de radio luistert en tv kijkt, weet wat dat betekent. Weisglas heeft (kennelijk) overal verstand van. Dit type Kamerlid benadert zelf journalisten om ze op fluistertoon toe te vertrouwen dat hij “nog iets heeft”. Tijdens een gesprek over koetjes en kalfjes in de koffiebar klinkt het gul: “Dit mag je best gebruiken, hoor.” En een serieus interview wordt beëindigd met: “Je maakt er wel wat leuks van, hè?”