Conference waar energie van afspat

Jeugdtheater: Part Two door Het Syndicaat. Tekst: Oscar van Woensel. Regie: Daniëlle Wagenaar. Spel: Herman van Baar, Niek van der Horst, Isabella Chapel. Vanaf 14 jaar. Gezien: 10/10, Van Ostadetheater Amsterdam. Tournee t/m mei 1998. Inl. 020-6880210

Met veel uitleg begint de tweede voorstelling voor jongeren van Het Syndicaat: waar bevinden we ons (op een ommuurd plein ergens in een stad of dorpje), hoe zit het toneelstuk in elkaar. Vooral dat laatste had gevoegelijk achterwege kunnen blijven. Part Two heeft geen duidelijke proloog, en zeker geen heldere opbouw, zoals beloofd.

Het is meer een wervelende en vermakelijke conference, die van zotte overgangen en kronkelassociaties aan elkaar hangt. Het Syndicaat zet zijn publiek constant op het verkeerde been, door helderheid te suggereren waar een warboel volgt, door ernst en scherts in razend tempo af te wisselen, door in het ongewisse te laten of iets om te lachen of te huilen is, serieus bedoeld of een parodie.

De energie spat meteen van het podium. De acteurs zijn niet te stuiten, vallen elkaar in de rede, duwen elkaar opzij, wagen zich aan synchrone discodansjes en af en toe een zogenaamd doodserieuze verhandeling over hun karakter of de liefde, in het Engels. Alsof een slijmerig fragment uit een soap in de voorstelling is gemonteerd.

Herman van Baar en Niek van der Horst zijn uitstekend op elkaar ingespeeld, zoals in de eerste voorstelling van Het Syndicaat, Varkens, ook al opviel.

Samen zijn de vroeg-dertigers (ze vertellen dat 'Love is a battlefield' van Pat Benetar een hit was toen ze op de havo zaten) net veertienjarigen. Ze maken ruzie, roddelen over elkaar tegen het publiek en rollen af en toe vechtend over het podium. Een verlegen huilbui van de een lokt een voorzichtige arm rond de schouders van de ander op.

Vooral Van der Horst schittert, Van Baar is meer de aangever. Alles aan Van der Horst is kwiek en komisch, de beheersing van zowel zijn stem, als zijn lichaam en zijn mimiek zijn benijdenswaardig. Zodra hij het woord neemt of anderzins de aandacht op zich vestigt, begint de zaal verwachtingsvol te grinniken.

Groots is bijvoorbeeld de monoloog over de 'movie-star' die hij gaat worden, waarbij hij staand op een tafel stoer roept een soort Jarmusch of Tarantino te zullen worden.

Actrice Isabella Chapel staat als 'het meisje' buiten de vriendschap van de twee jongens. Zij was ooit de derde 'man' in de geheime club van drie, maar nu zij langzaamaan volwassen worden, verschillen hun toekomstdromen. Zij wil naar buiten, de jongens blijven liever veilig thuis. Zij vermoorden haar nog liever dan haar te laten gaan.

Het mag dan de bedoeling zijn, toch verveelt Chapels isolement. Dat ligt aan de hoogdravende teksten die tekstschrijver Oscar van Woensel haar in de mond legt. Eerst wordt zij steeds in de rede gevallen, later kan zij toch een eind in de verte wauwelen over alleen zijn, haar geloof in de vrije wil, de bakermat van het bestaan die zij wil gaan zoeken. Chapel acteert goed, met komisch opengesperde ogen op één rood gehakte schoen, maar deze teksten houden de verder zo dynamisch geschreven voorstelling op.