CARMEN GOMES OVER Het jazz-café

AMSTERDAM, 20 OKT. “Een jazzcafé is voor mij een laboratorium, een plek waar je stukken uitprobeert. Je geniet er de luxe dat je fouten mag maken. Bij nieuwe stukken registreer ik zo wakker mogelijk hoe ze vallen bij het publiek. Als ik merk dat bij een bepaald punt de aandacht verslapt, dan kan dat een reden zijn die passage te veranderen. Alle stukken die in studioversies op mijn nieuwe cd staan, zijn in cafés in première gegaan.”

Carmen Gomes Inc.: Heaven is a State of Mind (Byton 971019). Distr. VIA. Optredens: 26/10 Café Alto, Amsterdam, 30/10 TROS Sesjun, Laren, 2/11 De Klepel, Amsterdam, 8/11 DJS, Dordrecht, 23/11 Café d'Hooghe Ghast, Purmerend, 30/11 Brouwershoeck, Leeuwarden.

De Amsterdamse zangeres Carmen Gomes (32) volgde de jazzopleiding op het Sweelinck conservatorium. Met haar groep Inc. won ze twee prijzen op het concours van het Breda Jazz Festival en in '94 de eerste prijs op het Nederlands Jazz Vocalisten Concours in Zwolle. Haar eerste cd Callin' from K.C. leverde haar, zoals ze vorig jaar in deze krant zei, 'beter' werk op: 'meer concerten, minder in de kroeg'. Toch heeft ze het café niet afgezworen.

“Er is een verschil tussen cafés die zich door hun programmering als jazzpodium profileren en willekeurige kroegen op de hoek. Wij treden op in cafés waarvan het publiek in elk geval óók voor de muziek komt. Tegen kroegbazen die ook wel eens wat willen en ons als achtergrondgeluid in een dooie hoek willen proppen, zeggen we nee. Muziek maken tegen een muur van ongeïnteresseerde ruggen, daar hebben we niet zo'n trek in.

“Het voordeel van een café is, dat de mensen heel dicht bij zijn waardoor je heel direct contact kunt hebben. Ik zoek terwijl ik zing ook altijd naar mensen die open staan voor dat contact. Dus kijk ik naar iemand die gebiologeerd zit te luisteren en negeer ik degene die in zijn neus zit te peuteren.

“Natuurlijk houd ik bij het repertoire rekening met de ambiance. De titelsong van mijn nieuwe cd bijvoorbeeld is zo zacht en gespatieerd dat het weinig zin heeft die te zingen in een heel rumoerig café. Dat geldt ook voor enkele andere ballads, waarin de drummer met brushes speelt of heel gevoelig met zijn handen. Een langzame blues daarentegen kan weer wel, en zeker de soul- en gospelachtige dingen.

“Van het rumoer dat nu eenmaal vast zit aan cafés heb ik zelden last. Ik kan me godzijdank zo goed concentreren dat het meeste ervan niet tot me doordringt. Bovendien heb ik me speciaal voor café-optredens een minimonitor aan laten meten waardoor ik het contact met mijn eigen stem niet verlies. Toch apprecieer ik het als de mensen vlak voor me niet beginnen te kletsen. Tafeltjes vlak voor het podium en de bar achterin, dat is voor een café-optreden de beste formule omdat het een duidelijke scheiding aanbrengt tussen luisteraars en praters.

“In cafés wordt natuurlijk alcohol geschonken maar daar doe ik hoogstens bescheiden aan mee. Soms drink ik alleen maar thee, een andere keer een enkel biertje. Alcohol helpt mij niet om beter te zingen en zelfs als aan de entourage alles mis is, van de versterking tot de verwarming, zal ik het niet op een zuipen zetten. Dat de organisatie niet professioneel is, is voor mij geen reden me ook te verlagen tot een wanprestatie. Ik voel me heel gelukkig als ik zing en wens dat gevoel nog vaak te beleven, ook in schouwburgen, concertzalen en bejaardensociëteiten.”