Voorhoeve wil staatssecretaris voor rijksdelen; 'Nederland kan niet alle rekeningen van de Antillen betalen'

Over twee weken verdedigt minister Voorhoeve zijn laatste begroting voor de Antillen en Aruba als lid van het kabinet-Kok. Voorhoeve bepleit dat er bij de kabinetsformatie volgend jaar naast een minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkszaken een aparte staatssecretaris komt die zich fulltime kan bezighouden met de zorg voor de rijksdelen.

DEN HAAG, 18 OKT. Het conflict tussen Nederland en de rijksdelen over een vermindering van de rijstexport naar de Europese Unie noemt Voorhoeve “pijnlijk”. Maar een alternatief voor de beslissing van de rijksministerraad was er volgens hem niet. “Als het Luxemburgse compromisvoorstel niet door Nederland was aanvaard, had je een concrete dreiging gehad dat zuidelijke lidstaten een nog verdere vermindering hadden afgedwongen dan 160.000 ton per jaar. Dan waren de rijksdelen nog veel slechter af geweest”.

Voorhoeve vindt dat de samenwerking met en de zorg voor de Antillen en Aruba niet meer bij elke kabinetsformatie van departement moet wisselen. “Dan was het Landbouw, dan Sociale Zaken, Justitie en dan weer Defensie. Dit beleid moet een structurele plaats krijgen binnen de rijksoverheid en niet meer een aanhangsel zijn. Vandaar dat we in samenspraak met de rijksdelen hebben besloten het Kabinet voor Antilliaanse en Arubaanse zaken vanaf 1 januari onder te brengen bij Binnenlandse Zaken. Tot de volgende formatie blijf ik politiek verantwoordelijk.”

Bij de kabinetsformatie na de verkiezingen wordt er een ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkszaken gevormd, aldus Voorhoeve. “Het zou mij een lief ding waard zijn als er behalve de nieuwe verantwoordelijke minister ook een staatssecretaris komt die zich fulltime met de Koninkrijkszaken kan bezighouden.” Het bevorderen van “zelfredzaamheid” voor de eilanden moet volgens de minister het centrale thema van beleid blijven. “Op Aruba gaat het beter dan toen ik drieëneenhalf jaar geleden begon. Het rapport van de Commissie-Biesheuvel (over de financiële onafhankelijkheid van Nederland in tien jaar tijd, red.) wijst in dezelfde richting, al dreigt op Aruba nu een ernstig liquiditeitentekort. Op de Antillen is de toestand moeilijker. Daar speelt een groot aantal problemen tegelijk, die voor een belangrijk deel het gevolg zijn van beslissingen uit het verleden. De grootste bedreiging van de eigen kracht van de Antillen zijn het gebrek aan financieel-economisch evenwicht en de sociale problemen, zoals een hoge staatsschuld en een jeugdwerkloosheid die in sommige wijken van Willemstad is opgelopen tot 50 procent.”

Voorhoeve prijst de Antilliaanse regering van premier Pourier, die advies over een saneringsplan voor de overheidsbegroting heeft gevraagd aan het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en een begin met de uitvoering heeft gemaakt. “De politici en het bestuur moeten nu een grotere effectiviteit en daadkracht ontwikkelen om hun eigen boontjes te doppen. De uitgaven van de landsregering worden nu voor 70 à 80 procent aan salarissen besteed, dus blijft er erg weinig over voor ander beleid.”

Volgens de IMF-targets moeten de Antillen in vier jaar tijd een financiële ombuiging van in totaal 272 miljoen gulden bereiken, ofwel 6,8 procent van het bruto nationaal product, door verlaging van de uitgaven en verhoging van de inkomsten. Dan komt het financieringstekort (vorig jaar nog 124 miljoen) uit op nul.

Voorhoeve houdt de rijksdelen een spiegel voor: “Het zelf nemen van moeilijke besluiten en die ook uitvoeren, dat is óók een deel van die autonomie. Van onze kant willen wij daarbij behulpzaam zijn. We hebben voor de komende drie jaar 75 miljoen gulden extra aan de Antillen beschikbaar gesteld voor een Sociaal noodfonds om de ergste achterstanden in wijken, het onderwijs en de welzijnszorg op te vangen en er is nog eens 25 miljoen toegezegd voor een economisch actieprogramma. Maar binnen de geldende Statuutverhoudingen zou het niet goed zijn als Nederland de problemen voor de Antillen zou gaan oplossen door steeds maar rekeningen te betalen. De Antillen moeten zelf de oorzaken aanpakken.”

De benodigde forse inkrimping van het ambtenarenkorps met 1.000 op een totaal van 8.000 in ruim twee jaar tijd betekent meteen meer werkloosheid, erkent Voorhoeve. “Tegelijk zul je in de particuliere sector activiteiten moeten stimuleren om dat op termijn op te vangen. Er zijn mogelijkheden om de inkomsten van de overheid te vergroten. De kwaliteit van de belastinginning kan beter en sommige belastingen kunnen omhoog.”

Voorhoeve heeft halverwege de periode van zijn ministerschap pogingen gedaan om tot een modernisering van het Koninkrijksstatuut te komen. Vooral wilde hij het artikel dat aan de Koninkrijksregering de taak opdraagt om te “waarborgen” dat de democratie, een goede rechtsorde en de rechten van de mens in de rijksdelen worden nageleefd, “meer handen en voeten geven”. “De feitelijke middelen die je hebt om die garantie te bieden zijn zeer beperkt”, constateert hij.

“Het zou goed zijn het waarborgartikel meer praktisch uit te werken. Dat moet op de agenda komen. Maar je hebt voor iedere wijziging van het Statuut de medewerking van de Antillen en Aruba nodig, en daar gaf men geen prioriteit aan. Daarom heb ik intensivering van het beleid en de bijstand aan de eilanden gebaseerd op het Statuut-artikel 36 over de samenwerking bepleit”. Als voorbeelden noemt hij de oprichting van de gezamenlijke kustwacht die drugstransporten in de Caraïbische Zee rondom de eilanden opspoort en de versterking van het justitiële apparaat en de politie, verbetering van de milieuzorg, het onderwijs en de financiële kwesties.

Over het voorstel van zijn partijgenoten Rijpstra en Kamp in de Tweede Kamer om een toelatingsregeling voor rijksgenoten in Nederland af te kondigen heeft hij geen oordeel. Wel vindt hij het “een wat vreemde verhouding” dat er voor Nederlanders die naar Aruba en de Antillen willen, wel zo'n regeling bestaat en omgekeerd niet. “Ik heb een voogdijregeling voor minderjarige rijksgenoten voorgesteld om de problemen hier, met jonge Antillianen en Arubanen die geen afgeronde opleiding hebben, noch werkervaring, en nogal eens in het criminele circuit terechtkomen, te verminderen. Dat is nu voorwerp van overleg tussen de ministers van Justitie. Als de VVD bedoelt dat er een visumregeling moet komen, dan zeg ik: dat kan niet, want het gaat om mensen met de Nederlandse nationaliteit. Maar een vestigingsregeling wordt momenteel bestudeerd. Daar zitten nogal wat juridische haken en ogen aan. Het beste is om het kernprobleem aan te pakken op de Antillen: verbetering van scholing en opleiding, sociale aanpassing. Daaraan wordt nu volop gewerkt via het sociale noodprogramma.”