Verschillen in beleid minima nemen toe

De mogelijkheid van de gemeenten om met toeslagen en het geven van bijzondere bijstand een eigen minimabeleid te voeren leidt tot steeds grotere onderlinge verschillen. Dat constateert de FNV naar aanleiding van een onderzoek in 48 gemeenten.

Het onderzoek staat afgedrukt in het FNV-magazine van deze week en kwam tot stand met medewerking van de sociale diensten. Gemiddeld werd vorig jaar in de onderzochte gemeenten 594 gulden aan bijzondere bijstand per uitkeringsgerechtigde uitbetaald. Uitschieters waren de gemeente Hardenberg met 1485 gulden en Loppersum met 130 gulden.

Amsterdam geeft het overgrote deel van het voor bijzondere bijstand beschikbare geld uit aan hulp voor mensen die actief op zoek gaan naar een baan, zogenoemde uitstroom bevorderende maatregelen. Rotterdam doet dat nauwelijks.

In Amsterdam gaat 93 procent van het budget voor bijzondere bijstand op aan medische dienstverlening, deelname aan maatschappelijk verkeer en uitstroombevordering. In Rotterdam gaat maar 32 procent naar deze drie categorieën.

Er zijn volgens het FNV-onderzoek ook nog gemeenten die een eigen bijdrage van 100 tot 200 gulden vragen voor een voorziening of die een minimaal bedrag stellen dat iets moet kosten om voor vergoeding in aanmerking te komen.

Driekwart van de onderzochte gemeenten heeft sociale fondsen voor inkomensondersteuning. Brummen en Sneek waren het royaalst en keerden gemiddeld ruim 400 gulden per bijstandsgerechtigde uit.

De gemeenten hebben ook de mogelijkheid gemeentelijke belastingen kwijt te schelden. Ook hier zijn grote onderlinge verschillen. In Amsterdam was hier vorig jaar 20 miljoen mee gemoeid. In Rotterdam slechts 5 miljoen.

De onderzoekers stellen met klem dat er geen oordeel te geven valt over wie het goed of slecht doet. Dat hangt van een groot aantal factoren af. Wel wil de vakcentrale de uitkomsten van het onderzoek gebruiken om die bij de komende gemeenteraadsverkiezingen aan de orde te stellen.

De FNV vindt dat de gemeenten maximaal gebruik moeten maken van hun mogelijkheden om een eigen minimabeleid te voeren.