Verplicht kijken naar Nova en Netwerk

Anil Ramdas is de grootste televisieliefhebber van de twee. “Ik kijk ook graag naar ordi-dingen. Als ik bij mijn schoonmoeder ben kijk ik vaak naar de 5 Uur Show.” Stephan Sanders: “Dat zie ik nooit, maar dat komt omdat ik geen schoonmoeder heb.”

De schrijvers Ramdas en Sanders presenteren sinds enkele weken bij de VPRO het tweewekelijkse media-/discussieprogramma Het blauwe licht. Daarin voorzien ze samen met twee gasten televisiebeelden van commentaar. Vooral grote en kleine historische gebeurtenissen komen aan bod. Zo werd tijdens de aflevering van vorige week woensdag onder andere gediscussieerd over de vraag of een echtpaar dat volgens de Raad voor de kinderbescherming niet in staat was om hun eigen kinderen op te voeden, wel 'wilsbekwaam' genoeg is om de gevolgen van hun optreden in een documentaire van Zembla te overzien. Ook het media-optreden van het Kamerlid Mateman werd onder de loep genomen. Die liet zich thuis met zijn gezin filmen, terwijl hij wachtte op het telefoontje van CDA-partijvoorzitter Helgers, waarin hem de wacht zou worden aangezegd. Daarbij werd vooral gelet op het gezin-Mateman, dat op de achtergrond op bank televisie zat te kijken. In diezelfde uitzending werd de bijna-religieuze houding van Tony Blair tijdens zijn toespraak op het congres van Labour besproken.

Ramdas en Sanders zijn op een andere manier televisie gaan kijken sinds ze het programma maken. “Televisiekijken is niet bepaald leuker geworden”, zegt Sanders. “Je moet nu echt opletten, terwijl het prettige van televisie juist is, dat je er helemaal niks mee hoeft.” Ramdas: “Voor ik dit programma ging doen, ging ik meestal pas vanaf een uur of half elf, als ik moe was van het schrijven, een beetje zappen. Het liefst kijk ik naar Britse comedyseries en oude series op TV10. Nu kijk ik veel meer naar actualiteitenprogramma's als Nova en Netwerk.”

Waar de discussie tijdens de eerste aflevering van Het blauwe licht nog vooral ging over de inhoud van de behandelde onderwerpen, slagen Ramdas en Sanders er nu beter in om het gesprek echt over de beelden te laten gaan. “Er komt elke dag een eindeloze stroom beelden de huiskamer in, die vrijwel meteen weer weg zijn”, legt Ramdas uit. “Televisie is als een boek dat maar vijf minuten in de boekwinkel ligt. Wij proberen het beeld stop te zetten, terug te halen en opnieuw bekijken, als een soort videorecorder.”

Ramdas: “Je zou het een literaire manier van televisiekijken kunnen noemen, omdat we aandachtig proberen te kijken naar plots, meerdere lagen in een verhaal en personages. Maar het is vooral een aandachtige manier van kijken, die je ook journalistiek kunt noemen. Er is kennelijk gewoon nog geen woord voor.”

Sanders: “Tegelijkertijd moet het programma ook een soort familie- of vriendenclubje zijn, dat commentaar levert op de televisiebeelden. Dat is toch het leuke van televisie - en ook het vervelende van de bioscoop omdat het daar niet mag - dat je er voortdurend doorheen kan praten.”

Ze bespreken bij voorkeur beelden uit het nieuws en documentaires, en geen soaps of dramaproducties. Ramdas: “Non-fictie is het meest interessant, omdat daarover nog vaak het idee bestaat, dat de werkelijkheid wordt getoond zoals die is. Wij willen aantonen dat ook in die programma's elementen van fictie worden gebruikt. Dat zie je bij een programma als Netwerk iedere avond, bijvoorbeeld door het gebruik van dramatische muziek. Alle cliché's van een speelfilm komen daarin voor.”

Sanders en Ramdas beperken zich niet tot de high brow-programma's, waar de VPRO vooral mee wordt geassocieerd. Sanders: “Vroeger ging in sommige kringen op zondagavond om acht uur, als de VPRO begon uit te zenden, de televisie aan en die ging pas om half een, als die speelfilm uit Kazachstan was afgelopen, weer uit. Die tijd is voorbij.” Ramdas: “Vroeger mocht je je als intellectueel niet serieus bezig houden met televisie als medium voor het volk. Hugo Brandt Corstius zat altijd af te geven op hoe slecht de Nederlandse televisie wel niet is. En vervolgens maakt hij een hele leuke televisieavond bij Zomergasten.”

Sanders en Ramdas gebruiken vooral fragmenten van de publieke omroepen. Dat heeft deels een praktische reden. Het opvragen van beelden van commerciële stations is veel omslachtiger, en soms ook duurder, dan het opvragen van materiaal van de publieke omroep. Maar ze vinden het ook lastiger om iets zinnigs te zeggen over programma's als All you need is love of het programma van misdaadverslaggever Peter R. de Vries. Ramdas: “Je kunt van All you need is love wel zeggen dat het wansmakelijk is, maar dat is niet interessant. En wat je te zien krijgt bij Peter R. de Vries, is verbijsterend. Maar meer kan je er bijna niet over zeggen. Dan krijg je dus en hele korte uitzending. Sommige beelden zijn alleen grappig, op een candid camera-achtige manier. Daar valt ook niet zoveel over te zeggen.”

Kunnen ze in hun programma ook kritisch zijn over VPRO-coryfeeën als Van Kooten en De Bie? Ramdas: “Natuurlijk kan dat. Het leuke van de VPRO is dat het in dat opzicht helemaal geen chauvinstische omroep is.” In de uitzending van komende woensdag zullen ze een VPRO-programma onder het mes leggen. Sanders: “Maar we zeggen niet welk programma, want als het niet doorgaat, gaat men zeggen dat we het uiteindelijk toch niet durfden.”

Veel mediaprogramma's op televisie zijn na een of twee seizoenen wegens gebrek aan succes van het scherm gehaald. Het laatste was het NOS-programma Medialand van Charles Groenhuijzen. Maar Ramdas maakt zich daar geen zorgen over. “Wat ons onderscheidt van die programma's, is dat wij geen kijkje in de keuken bieden. Dat vinden mensen volgens mij helemaal niet zo interessant. Wij kiezen de invalshoek van gewone kijkers. Niet als deskundigen, die de hele techniek van het maken van televisie uit de doeken doen, maar gewoon als mensen die je zo van de straat kan plukken.” “Nou, van de straat”, vult Sanders aan, “mensen die je zo van de Keizersgracht kunt plukken.”