Verjongde Fraga geeft links nog één pak slaag

Volgens peilingen wordt Manuel Fraga, 'nestor van de Spaanse politiek', morgen opnieuw regiopresident van de deelstaat Galicië. De eerste krachtmeting sinds de verkiezingen van vorig jaar lijkt een grote nederlaag voor de links op te leveren.

MADRID, 18 OKT. Don Manuel, die komende maand zijn vijfenzeventigste verjaardag hoopt te vieren, onderging de afgelopen weken een virtuele verjongingskuur. Zonder rimpels en met een opmerkelijk glad huidje rond mond en kin lonkte Manuel Fraga, reeds acht jaar president van Spanjes noordwestelijke regio Galicië, vanaf meters hoge posters naar de gunst van de kiezer.

Tot groot vermaak van zijn politieke tegenstanders had de campagne-leiding besloten om zeker twintig jaar van het portret van de conservatieve leider weg te poetsen. “Lelijk als ik ben, vind ik het niet erg dat ze me er wat mooier uit laten zien”, grapte de sterke man van rechts over zijn digitale face-lift.

Don Manuel weigerde een openbaar debat aan te gaan met zijn politieke tegenstanders. Verkiezingstoernee voerde hij nauwelijks, wel opende de regiopresident de afgelopen weken een schier eindeloze reeks sporthallen, stukken autoweg en andere publieke werken. Hij is seniel en hij is moe, zo schimpen zijn politieke tegenstanders.

Als de enquêtes het bij het juiste eind hebben, slaat de Cycloon Fraga evenwel nog eenmaal toe. Manuel Fraga, in zijn gloriedagen bekend om zijn wervelende energie bij het opruimen van zijn politieke tegenstanders, zal morgen de verkiezingen winnen in zijn geboorte-regio. En wel met een absolute meerderheid van de stemmen. Zodat hij komende week voor de derde achtereenvolgende maal uitgeroepen kan worden tot de regio-president van Galicië.

Het is een mooie afsluiting van de loopbaan van een man die zichzelf deze week uitriep tot “de nestor van de Spaanse politiek”. In dat laatste heeft de regiopresident meer dan gelijk: als enige levende gezagsdrager diende Manuel Fraga zowel in Spanjes democratie als onder het dictatorschap van wijlen caudillo Francisco Franco.

Van 1962 tot 1969 was Fraga minister van toerisme en informatie. Hij voerde de controversiële Perswet in en stond aan de wieg van Spanjes staatshotels, de Paradores. Hervormingsgezind, maar een trouw dienaar van de dictatuur. Na een aanvaring met de ultra-katholieke Opus Dei-beweging moest hij het veld ruimen. Als ambassadeur in Londen zette de ex-minister tijdig de bakens om. Na het invoeren van de democratie, die in Spanje nooit met een bijltjesdag gepaard ging, kwam Fraga terug als de leider van conservatief Spanje en de oprichter van de Partido Popular die de huidige regering vormt.

Op schaamte over zijn enigszins beladen verleden is Fraga niet snel te betrappen. Integendeel: Don Manuel mag graag zijn vroegere wapenfeiten in herinnering brengen. Zo beschimpte hij zijn socialistische tegenstander in de Galicische regioverkiezing, Abel Cabellero, dat deze slechts een uiterst armzalig minister in een kabinet van Felipe González is geweest. Rijp voor de politieke vergeetput, wat hemzelf niet snel zal overkomen. Iedereen kent hem immers als de man van de Perswet en de Paradores, snoefde Fraga.

Autoritair, ad rem, ongeduldig. Maar ook belezen, intelligent en ondernemend. Zijn vijanden beseffen dat ze met de politieke overlevingskunstenaar Fraga rekening moeten houden. Het is de eerste maal na de wankele zege van Fraga's conservatieve Partido Popular bij de algemene verkiezingen van vorig jaar dat Spanje weer een politieke krachtmeting van enige omvang ondergaat. En als de uitslag morgen de peilingen volgt, is er reden tot grote zorg bij Spanjes centrum-linkse oppositie. Niet alleen krijgen zij het “enorme pak slaag” dat de regio-president reeds in het vooruitzicht heeft gesteld.

Ook kampt links nog steeds met de onderlinge verdeeldheid en gebrek aan vernieuwing. Galicië was de regio waar de lokale afdeling van Izquierda Unida (IU), de Spaanse variant van Groen Links, besloot een lijstverbinding aan te gaan met de socialisten. Dit tot diepe ergernis van landelijk secretaris van de linkse partijfederatie, de communistische leider Julio Anguita. Volgens Anguita moeten de socialisten juist geïsoleerd worden. En hoewel deze strategie de linkse partijfederatie tot dusver slechts stemmen gekost heeft, werd de landelijke secretaris dermate driftig dat hij brak met zijn Galicische afdeling en met een eigen lijst de verkiezingen in ging.

Ook zonder de communistische knoet gaat het de socialisten niet voor de wind. In plaats van de populaire burgemeester van La Coruña, Francisco Vázquez, werd geopteerd voor de vrij fletse Abel Caballero als lijsttrekker. En wellicht niet geheel toevallig maakte het openbaar ministerie bovendien eind deze week bekend dat tegen de socialistische ex-minister Barrionuevo en diens staatssecretaris Rafael Vera 23 jaar gevangenisstraf wordt geëist vanwege hun participatie in de doodseskaders die in de jaren tachtig tegen de Baskische afscheidingsbeweging ETA werd ingezet.

De strijd werd er de laatste dagen dan ook niet subtieler op. Vanuit het socialistische kamp werd gesuggereerd dat de Partido Popular nauwe banden houdt met de drugssyndicaten die Galicië gebruiken als Europa's belangrijkste doorvoerhaven van cocaïne en soft-drugs. En het leedvermaak in rechtse kring over de doodseskaders-kwestie werd gepareerd met suggesties dat het misschien eens tijd werd om de misdaden begaan onder Franco-regime onder een strafrechtelijke loep te leggen.

Don Manuel ligt er niet wakker van. Met de overwinning praktisch op zak is het nu zaak om het aanzwellende gerommel over zijn opvolging in de hand te houden. Want of Manuel Fraga zijn vierjarige periode uit zal dienen wordt allerwege sterk betwijfeld. De president heeft inmiddels laten weten dat hij zelf wel bepaalt wanneer hij opstapt. “Ik besluit wat er te besluiten valt en nooit ben ik voor anderen geweken. Precies daardoor ben ik uitgegroeid tot de nestor van de Spaanse politici.”