The Element of Crime

The Element of Crime/ Forbrydelsens Element (Lars von Trier, 1984, Den.), zondag, Ned.3, 22.56-0.42u.

'Moord is iets van mannen', merkt Martin Amis op in zijn laatste boek: vrouwen zijn slachtoffers, nabestaanden of getuigen. The Element of Crime/Forbrydelsens Element (1984), de eerste lange speelfilm van de Deense regisseur Lars von Trier, is een mannenfilm. Politieman, Fisher, wordt na een lang verblijf in Egypte teruggeroepen naar Europa, waar hij een serie moorden moet oplossen: de Lotto-moorden, zo genoemd omdat de slachtoffers verkoopsters van Lotto-kaartjes zijn - jonge meisjes. De methode die hij gebruikt, 'element of crime', heeft hij van zijn grote voorbeeld Osborne, een man die inmiddels doorgedraaid is; de methode houdt in dat de inspecteur zich zo veel mogelijk verplaatst in de dader, om zo zijn volgende moord te weten.

Von Trier roept een Europa van de toekomst op, dat in een staat van chaos en verval verkeert. Een wezenloze, vervreemdende wereld, bijna surrealistisch. Een groep kale mannen voert een zelfmoordritueel uit dat 'de duik' heet. Boeken liggen overal verspreid, alles lekt en is modderig. Beelden in bruin, soms gelig, soms rozig.

De sfeer is kil, hard. Mannelijk. Onpersoonlijke seks met een prostituée, die geslagen wordt omdat ze liegt. De moord op een onschuldig jong meisje, dat huilt van angst. Een machtsstrijd tussen politiemannen. Evenals bij Peter Greenaway's The Cook, The Thief, His Wife and Her Lover vroeg ik mij af waarom deze fictieve, nare wereld door de regisseur is gecreëerd. In vergelijking met Scorsese's eveneens harde Taxi Driver, dat in The Element of Crime wordt geciteerd, zie je in die film meer een visie op de maatschappij, een observatie die iets zegt over de tijd en de plek waarin hij gemaakt is - een moraal, zelfs. The Element of Crime is een knap gemaakte stijloefening, geïnspireerd op het werk van o.a. Tarkovsky, Orson Welles, Scorsese en de Deense filmmaker Carl Dreyer. Von Trier lijkt iets te willen zeggen over Europa, maar het is niet duidelijk wat. Wat overblijft is een onprettige blik in een mannelijke psyche die geen hoop meer lijkt zien voor een rotte maatschappij en er slechts een wezenloze zelfvernietiging tegenover kan zetten.