Paard van Troje

Een gepensioneerd, in gemeenschap van goederen getrouwd echtpaar kent geen financiële zorgen. Meneer geniet een royaal pensioen en bouwde daarbij in de loop van de jaren een florerend effectenbezit op. De waarde van die portefeuille is aanzienlijk en de baten navenant. Hij betaalt 60 procent inkomstenbelasting over de top van zijn inkomen.

Mevrouw, schoonheidsspecialiste in ruste, ontvangt een gering pensioen en belegde de verkoopsom van haar eigen praktijk in aandelen. Dat leek haar een beter belegging dan een lijfrenteverzekering. Haar inkomsten (pensioen en dividenden) vallen theoretisch in het voor 65-plussers laagste belastingtarief van circa 15 procent.

Voor lezers die meer willen over de veranderingen in hun belasting- en premiesituatie als ze 65 jaar worden: zie de gratis brochure Als u 65 jaar wordt in 1997,van de belastingdienst. Een van hun vele brochures die ieder jaar worden bijgewerkt.

Kortom: Huize Tevredenheid. Hoewel. Mevrouw mokt. Alle dividenden en renten uit hun belegde vermogen worden belast bij meneer, tegen 60 procent. Dat steekt, want eigenlijk moeten de inkomsten uit haar vermogen onder het laagste tarief vallen, meent zij. Op zeg vijfduizend gulden per jaar aan inkomsten kost die hogere tariefgroep hen netto 2.250 gulden per jaar. Dus zint zij op een list. Of is de belastingwet onredelijk?

Belastingbetalers vinden natuurlijk iedere wet onredelijk, wanneer ze een voordelige sluiproute ontdekken. Mede daarom werkt het ministerie van financiën aan een fundamentele wijziging van de huidige, verouderde opzet. Wie ingrijpende veranderingen in de eigen situatie overweegt, om belasting te besparen, kan beter even wachten op de nieuwe voorstellen en pas daarna beslissen. Of juist niet, afhankelijk van de gewenste wijziging.

Iedere echtgenoot wordt belast voor het eigen verzelfstandigde inkomen: persoonlijk inkomen gecorrigeerd voor persoonlijke vermeerderingen en verminderingen. Onder dit inkomen vallen onder meer: inkomsten uit (vroegere) arbeid zoals lijfrenten en pensioenen, en uitkeringen van lijfrenten. De niet-persoonlijke inkomsten worden toegerekend aan de meest verdienende partner (hier: meneer). Dat zijn onder meer: rente en dividenden.

De list van mevrouw is deze. Ze wil een direct ingaande, levenslange lijfrente op haar leven kopen. Deze periodieke bedragen zijn persoonlijke inkomsten en vallen dan in haar laagste tarief en niet langer meer in de 60 procent van meneer. Slim? Nog slimmer! Want: de koopsom waarmee ze de lijfrente koopt is haar eigen geld -er is nooit belastingaftrek voor verleend- en daarom wordt op de lijfrenten geen belasting ingehouden. Pas wanneer het totaal van de uitgekeerde renten het bedrag van de koopsom overschrijdt, zijn de uitkeringen belast. Dat is, heel in het kort, de essentie van de saldomethode.

In de eerste jaren levert dit een voordeel van drie duizend gulden per jaar op, vergeleken bij een belastingheffing van 60 procent (over 5.000 gulden inkomen) bij meneer.

Fiscaal oogt deze oplossing verstandig en iedere assurantiebemiddelaar zal direct een aanmeldingsformulier uit zijn koffertje grissen. Maar haalt mevrouw door die fiscale fixatie niet een paard van Troje binnen? Er kleven immers nadelen aan een lijfrente en daar gaat ze aan voorbij door zo sterk te fiscaliseren. Een paar voorbeelden.

Haar vermogen in aandelen is door koerswinsten belastingvrij gegroeid. Door daarmee een lijfrente te kopen, betaal je na een aantal jaren (wanneer de vrijstelling is opgesoupeerd) belasting over uitkeringen die je zonder lijfrente belastingvrij op had kunnen nemen bij de bank. Je moet betalen om je eigen sigaren op te mogen roken.

Daarbij doe je afstand van toekomstige vermogensgroei. Die compenseert min of meer de inflatie, want dat biedt een gelijkblijvende lijfrente niet, tenzij je er extra voor betaalt.

Dan het overlijdensrisico: als je een dag na ondertekening overlijdt, ben je al je geld kwijt, tenzij je daar een extra verzekering voor sluit. Ook die kost geld.

En tot slot de kosten. Verzekeraars en tussenpersonen brengen allerlei soorten kosten in rekening bij het sluiten van de lijfrenteverzekering en tijdens de uitkeringsfase. Daar is niets op tegen, want die mensen leveren een tegenprestatie. Maar die kosten spaar je bijna geheel uit door je eigen vermogen te beheren, zo moeilijk is dat niet.

Zijn er dan geen voordelen aan een levenslange lijfrente? Jazeker. De uitkering is levenslang. Je maakt sterftewinst, waardoor de uitkering iets hoger uitkomt dan de huidige marktrente. En het is een bijzonder gemakkelijke faciliteit, want de verzekeraar zorgt overal voor. Vandaar de kosten die hij rekent.

Bestaat er een fiscaal alternatief voor mevrouw? Ja. Ze kan vermogen aan haar drie kinderen. De eenmalige vrijstelling bedraagt bijna 40 duizend gulden per kind. Die zien zo'n geste vast niet als een paard van Troje.