Lek bij justitie in Nederland, klopjacht op anonieme getuigen in Paramaribo; De lange arm van Desi Bouterse

Binnen een jaar wordt Bouterse voor de rechter gedaagd, voorspelde justitie dit voorjaar. Maar uit een rondgang langs justitie en politie blijkt dat de strafzaak stokt. De verdediging kraait al victorie, justitie is de regie kwijt en ziet gevoelige informatie naar de tegenpartij lekken.

In Paramaribo wordt al gesproken over een klopjacht. Bij eenieder die ervan wordt verdacht op enigerlei wijze de Haagse politie informatie te hebben verstrekt over de rol die de voormalige Surinaamse legerleider Desi Bouterse speelt bij de handel in cocaïne, is de afgelopen dagen navraag gedaan. Bouterse-getrouwen zoeken stad en land af: wie zijn die acht getuigen die, uit angst voor represailles, anonieme verklaringen over de hoofdrolspelers van het Suri-drugskartel hebben afgelegd?

De zoekactie is een vervolg op de aankondiging die een getergde Bouterse twee weken geleden deed voor de Surinaamse televisie. Hij wil afrekenen met de lieden die hebben meegewerkt aan het CoPa-onderzoek (het onderzoek dat een speciaal Haags politieteam sinds 1992 uitvoert naar de Surinaamse drugshandel). Over de Haagse advocaat Gerard Spong bijvoorbeeld, die volgens Bouterses juridisch adviseur R. De Freitas informant is van het speciale CoPa-politieteam, zei hij toen: “En natuurlijk als ik hem moet afmaken, maak ik hem af.”

In Suriname heet het dat Bouterse hier bedoelde dat hij Spong verbaal te pakken zal nemen. Maar ook in meer algemene zin liet Bouterse zich dreigend uit over wat het lot zal zijn van de 'verraders'. “We moeten precies weten wat er gebeurd is. We gaan die zaak helemaal uitkleden. En we gaan alles na. En iedereen die ermee te maken heeft - en dat zijn er nogal wat - die gaan waarschijnlijk het land uitvluchten”, voorspelde Bouterse.

Toen Adviseur van Staat Bouterse vorige week op een persconferentie werd gevraagd wat hij verstaat onder het afrekenen met getuigen nuanceerde hij die uitlatingen. “We zullen ze voor het gerecht slepen”, zei hij - zonder duidelijk te maken waarom een getuige zich in rechte zou moeten verantwoorden voor het afleggen van een verklaring.

De woede van Bouterse zit diep. Hij is volgens ingewijden in Paramaribo wel degelijk geschrokken van de veertig dossiers die justitie over hem heeft samengesteld. Publiekelijk heet het nog steeds dat hij slachtoffer is van een “politiek proces”, maar Bouterse heeft de verbalen ook betiteld als “een meesterwerk” en dat is niet cynisch bedoeld. Het dossier-Bouterse is volgens deskundigen hard genoeg om bij de Haagse rechtbank een gerede kans te maken op een straf van zestien jaar onvoorwaardelijk.

De vermeende leider van het drugskartel is vooral onthutst over de anonieme getuigenverklaringen. Daaruit valt af te leiden dat hij geïncrimineerd wordt door mensen - veelal militairen - die jarenlang in zijn onmiddellijke nabijheid hebben verkeerd.

Suriname verwijt “politiek Den Haag” ongefundeerde criminalisering. Maar die tactiek lijkt hij in eigen land inmiddels te hebben overgenomen. De niet bij name genoemde directeur van een Surinaams radiostation en de in Nederland aan de politie-academie opgeleide commissaris C. Santokhi zijn door De Freitas - zonder een spoor van bewijs - er publiekelijk van beschuldigd hand- en spandiensten te hebben verleend aan de Haagse politie.

De CoPa-dossiers zijn in Paramaribo nog niet openbaar gemaakt. Wel zijn de afgelopen twee weken hele en halve feiten uit de stukken in de openbaarheid gebracht. De voormalige Surinaamse ambassadeur in Nederland en vriend van Bouterse H. Herrenberg - over wie ook belastende informatie staat in de strafdossiers - heeft in het dagblad De Ware Tijd al een reeks artikelen geschreven waarin hij citeert uit de processen-verbaal. Hij publiceerde onder andere een lijst met 150 namen van Surinamers die in de stukken worden genoemd, zonder duidelijk te maken in welke hoedanigheid - verdachte, getuige, handlanger of gewoon qualitate qua - ze door de politie zijn opgevoerd. Maar de suggestie is duidelijk: alle vooraanstaande Surinamers staan in de beklaagdenbank en dienen collectief in verzet te komen tegen het “justitiële Hollandse neokolonialisme”.

Dossiers in processie

Bouterse en zijn adviseur De Freitas hebben aangekondigd dat ze het liefst onmiddellijk “een expositie” maken van de justitiedossiers waar de Surinamers “één voor één in processie langs kunnen”. In een eerder onderzoek van het CoPa-team is gebleken dat Surinaamse verdachten weinig moeite hebben met het op grote schaal verspreiden van justitie-stukken. Een paar jaar geleden rondde het Haagse OM een onderzoek af naar steekpenningen die Nederlanders zouden hebben betaald aan vooraanstaande Surinamers. Kort nadat de stukken in handen waren gesteld van de Surinaamse verdachten, lag in Paramaribo welhaast bij iedere bushalte een exemplaar van de dossiers ter inzage.

Justitie in Nederland maakt zich grote zorgen over deze “tactiek van de totale openheid”. Het openbaar ministerie vreest dat de opzet van Bouterse er vooral op is gericht de anonieme verklaringen zo snel mogelijk openbaar te maken. “Als Bouterse die getuigenissen aan zo veel mogelijk mensen laat lezen, is de kans groot dat hij via tips in staat zal zijn de betrokkenen te identificeren, te intimideren en uiteindelijk zelfs te liquideren”, aldus een betrokkene bij het CoPa-onderzoek.

De Amsterdamse plaatsvervangend procureur-generaal E. Myjer verwoordde deze vrees afgelopen dinsdag op een symposium in Tilburg over de ethiek in het strafproces. Myjer is een van de vier topfunctionarissen van het OM die in het kader van intercollegiale toetsing het dossier Bouterse heeft gelezen. Daartoe behoorden ook de volledige, nog niet geanonimiseerde getuigen-verklaringen. Deze zijn pas later door de rechter-commissaris ontdaan van alle informatie die het identificeren van een getuige mogelijk maakt - waardoor een verklaring ook aan overtuigingskracht inboet. Bouterse heeft alleen die gekuiste verklaringen gekregen.

Uit de weg geruimd

Justitie zou er volgens de magistraat gek genoeg in zekere zin van profiteren als een anonieme getuige uit de weg wordt geruimd. “Als een van de anonieme getuigen wordt afgemaakt, dan kan justitie de oorspronkelijke verklaringen gaan gebruiken. Die liegen er niet om”, waarschuwde Myjer. De procureur-generaal noemde Bouterse overigens niet bij naam. Hij sprak over “meneer X die een groot internationaal drugskartel leidt” en over “een mega-schoft”. In de wandelgangen sprak hij echter niet tegen dat hij doelde op Desi Bouterse.

Myjer haalde in dit verband het voorbeeld aan van Helio Stewart. Deze voormalige Surinaamse verzekeringsagent en drugshandelaar werd in 1993 door de Rotterdamse officier van justitie M. Witteveen overgehaald een deal met justitie te sluiten. Stewart legde bij de politie verklaringen af over de drugshandel tussen de Nederlander Kobus L. en Bouterse. Een dag na de verhoren, in december 1993, werd hij echter voor zijn woning in Schiedam doodgeschoten. De onderwereld bleek precies op de hoogte van zijn afgelegde verklaringen.

De moord op Stewart is nooit opgelost, het lek niet getraceerd. Het gevolg was wel dat justitie niet meer hoefde te waken voor de belangen van de getuige Stewart en dus alle verklaringen integraal aan de dossiers kon toevoegen. Die vormden uiteindelijk het belangrijkste bewijsmiddel waarmee Kobus L. tot 15 jaar cel werd veroordeeld, onder andere wegens de invoer uit Suriname van 357 kilo cocaïne in mei 1991. Een zaak die nu ook Bouterse ten laste wordt gelegd.

Bij justitie deelt niet iedereen de 'optimistische' visie van Myjer. Het is heel wel mogelijk dat een rechter tegenwoordig niet langer de verklaringen van een inmiddels overleden anonieme getuige als bewijsmateriaal zal accepteren. Onder invloed van Europese rechtspraak stellen rechters immers steeds nadrukkelijker de voorwaarde dat een verklaring alleen als bewijs mag meetellen als een verdachte via een raadsman in de gelegenheid is geweest een getuige vragen te stellen. Een dode getuige, of een getuige die na intimidatie niet meer durft te verschijnen, is dan geen getuige.

Het pontificaal publiek maken van de complete dossiers is in ieder geval voorlopig uitgesteld. De Amsterdamse advocaat van Bouterse, A. Moszkowicz, heeft het zijn cliënt ontraden, onder andere omdat hij vreest dat een Nederlandse rechter een dergelijk handelen zou beschouwen als een oneigenlijke frustratie van de rechtsgang.

Er is bovendien een geraffineerder, legale wijze om anonieme getuigen op te sporen. Bouterse heeft natuurlijk vermoedens over de identiteit van de getuigen. Moszkowicz heeft de Haagse rechter-commissaris mevr. I. de Vries afgelopen woensdag een eerste lijst van 38 te horen getuigen (onder wie president Wijdenbosch en veel Surinaamse militairen) toegestuurd. Later volgt “een tweede tranche”, aldus Moszkowicz, die aangeeft dat dan ook mogelijk veronderstelde anonieme getuigen met naam zullen worden opgeroepen. Bouterse zal elke getuige die de rechter-commissaris dan niet oproept - bijvoorbeeld omdat de rechter ze eerder anonimiteit heeft gegarandeerd - aanmerken als een van de mysterieuze getuigen à charge.

Ridicuul

Bij justitie zien ze met lede ogen aan hoe het Bouterse-kamp anderszins het jarenlange opsporingswerk onschadelijk of ridicuul probeert te maken. Dat gebeurt volgens het OM onder andere door het selectief uitdelen van stukken uit het dossier die de indruk moeten wekken dat het CoPa-team onzorgvuldig te werk gaat. Als voorbeeld noemen opsporingsambtenaren de opening van het NOS-journaal van 10 oktober.

Het tv-nieuws toonde die dag beelden van de dossiers en meldde dat het Haagse openbaar ministerie Bouterse ook verdenkt van betrokkenheid bij de moord op drie muzikanten in Rijswijk in 1985. Naar alle waarschijnlijkheid hebben de nooit opgepakte moordenaar(s) de slachtoffers abusievelijk voor politieke tegenstanders van het Bouterse-bewind aangezien. In de dossiers staat echter alleen dat er bij de Regionale criminele inlichtingendienst van de Haagse politie destijds informatie binnenkwam die in de richting van Bouterse wees. Deze inlichtingen zijn onderzocht, maar konden nooit hard worden gemaakt. Er is dan ook geen gerechtelijk vooronderzoek geopend naar de rol van Bouterse bij deze moorden, laat staan dat Bouterse verdacht is van betrokkenheid.

De melding van het NOS-journaal werd de volgende dag in de meeste kranten als feit gepresenteerd. Als straks een dagvaarding wordt uitgereikt, zal de verdenking van moord er niet op staan. Dan zal Bouterse, zo vreest justitie, er wederom een nummer van maken dat 'politiek Den Haag' bezig is “de nationale volksleider van Suriname”, aldus De Freitas, te criminaliseren. Justitie schuwt immers niet de verdachte van moorden te betichten.

Mol in justitie

In kringen rondom Bouterse valt te vernemen dat men over nóg een troef beschikt. De Adviseur van Staat beschikt over een 'mol', een hooggeplaatste functionaris op het Haagse paleis van justitie die het Surinaamse drugskartel munitie verschaft in de vorm van vertrouwelijke justitiële informatie.

Dat men niet bluft, heeft het Haagse openbaar ministerie de laatste weken ervaren. De verdachten waren op de hoogte van strikt vertrouwelijke telefoontjes die de Haagse advocaat en Bouterse-hater G. Spong de afgelopen maanden pleegde met de huidige CoPa-officier van justitie E. Harderwijk. De contacten tussen Spong en OM worden door verscheidene bronnen bevestigd.

Moszkowicz verzekert bovendien dat twee voormalige CoPa-rechercheurs bereid zijn geweest ten behoeve van het Suri-kartel verklaringen op schrift te laten vastleggen waarmee “de strafzaak kapot kan worden gemaakt”. De agenten zullen door Moszkowicz worden opgeroepen te getuigen bij de rechter-commissaris.

Bij justitie in Den Haag troost men zich vooralsnog met de gedachte dat men ondanks 'de lekken' een sterke zaak overhoudt. “Er is in het onderzoek niets gebeurd dat voor een rechter niet is te verantwoorden. Er is keurig, rechtmatig onderzoek verricht”, heet het in Den Haag.

En dan is er nog iets. Naar verluidt heeft Bouterse dankzij een eigen in Nederland opererende inlichtingendienst, een soort schaduwdossier kunnen aanleggen waarmee hij Holland in ernstige verlegenheid denkt te kunnen brengen. Over de precieze aard van de informatie doet men in Paramaribo nog geheimzinnig, maar men is er heilig van overtuigd dat de Surinaamse regering in staat zal zijn de Nederlandse regering te bewegen tot een sepot van de strafzaak.

In ruil voor het niet openbaren van het Surinaamse schaduwdossier zou minister Van Mierlo zijn collega Sorgdrager van Justitie volgens het Suriname-kamp moeten dwingen een ministeriële aanwijzing te laten uitgaan waardoor het dossier-Bouterse in de prullenbak verdwijnt. De president van Suriname, J. Wijdenbosch, heeft al laten weten dat hij desnoods als getuige à décharge wil optreden met informatie waarmee hij de strafzaak onderuit denkt te kunnen halen.

Moszkowicz, die op de hoogte is gesteld van de inhoud van het schaduwdossier maar daar niets over kwijt wil, verzekert dat die stukken explosief zijn. “Ik ga ervan uit dat van de zijde van mijn cliënt er zoveel gevoelig materiaal op tafel kan komen dat Nederland zich twee keer zal bedenken om de vervolging voort te zetten.”

Arrestatie

Wijdenbosch komt later deze maand, op een tussenstop onderweg van Indonesië naar Suriname, even naar Nederland. Bij justitie vreest men dat de Surinaamse bewindsman dan van de gelegenheid gebruik zal maken de Nederlandse regering te bewerken. Een tactiek, zo is nog steeds de heilige overtuiging in kringen van het CoPa-team, die er in augustus toe leidde dat Van Mierlo de arrestatie van Bouterse in Brazilië belette.

De betrokken opsporingsambtenaren zijn ervan overtuigd, ook al wordt publiekelijk steeds het tegendeel beweerd, dat de Nederlandse regering eigenlijk nog steeds geen strafzaak tegen Bouterse wil. Ze leiden dat af uit het feit dat er na de uitvaardiging van het internationale opsporingsbevel tegen Bouterse, het ministerie van Justitie geen enkele tactiek voor de afronding van de strafzaak heeft ontwikkeld. Er is bijvoorbeeld nog steeds niet besloten om een aantal voormalige agenten van het CoPa-team - dat in 1995 werd ontbonden toen het onderzoek bijna klaar was - vrij te maken om zich nu met de afwikkeling van de zaken te bemoeien.

Van de oorspronkelijke groep functionarissen die het CoPa-onderzoek begeleidde, is behalve politiecommissaris Driessen niemand meer in functie. De initiator van het onderzoek minister Hirsch Ballin is weg, de voorzitter van de coördinerende stuurgroep secretaris-generaal Suyver is op last van Sorgdrager naar de Raad van State vertrokken, de Haagse hoofdofficier van justitie Blok is procureur-generaal geworden, de Haagse hoofdcommissaris Brand is met pensioen en de officier van justitie die het onderzoek vijf jaar leidde, Van der Voort, werd in opdracht van Sorgdrager wegens falen in een andere strafzaak deze zomer naar Breda overgeplaatst. Recente pogingen van het OM om Van der Voort toch weer voor een dag in de week de nieuwe CoPa-officier van justitie E. Harderwijk te laten assisteren, zijn gestuit op een veto van het ministerie van Justitie.

Volgens dit departement is de strafzaak nu in handen van de rechter-commissaris en kan het ministerie geen bemoeienis hebben. Dat is formeel juist maar de praktijk leert dat deze strafzaak zoveel politieke gevoeligheden kent dat de regering zich hoe dan ook met het onderzoek zal inlaten. De door de regering verijdelde arrestatie van Bouterse illustreert dat de vervolging geen zuiver justitiële aangelegenheid is.

Bovendien moet er nog steeds een besluit worden genomen over de vraag welke feiten nu precies in de dagvaarding tegen Bouterse worden opgenomen, moppert een betrokken ambtenaar. “Het is onthutsend te ervaren dat er in de meest ingewikkelde strafzaak die er ooit in Nederland is opgezet, totaal geen coördinatie is.”

Chef defensiestaf Etienne Boerenveen: 'Ik heb niets te verbergen'

De ambtenaren in Paramaribo staken, maar chef defensiestaf kolonel Etienne Boerenveen (40) zit deze donderdag gewoontegetrouw al weer voor dag en dauw op zijn departementale post. “Militairen mogen niet staken”, zegt Boerenveen, die op het Surinaamse ministerie van Defensie leiding geeft aan de tweehonderd ambtenaren en militairen.

In de dossiers van het CoPa-team wordt Boerenveen aangemerkt als een van de vijf leden van de Raad van Bestuur van het Surinaamse drugskartel. Hij zat van 1985 tot 1991 in Amerikaanse detentie. Hij werd veroordeeld na een undercover-actie van de Amerikaanse Drugs Enforcement Administration (DEA) die hem in onderhandelingen betrokken om Suriname te gebruiken als doorvoerhaven voor cocaïne.

Justitie in Nederland verdenkt Boerenveen er met name van, instrumenteel te zijn geweest bij het leggen van contacten met Colombiaanse drugshandelaren om via Suriname cocaïne te smokkelen. Eergisteren kreeg hij zijn Nederlandse advocaat A. M. Verbrugge op bezoek om de verdediging door te nemen. Voor het eerst spreekt hij in het openbaar over zijn strafzaak.

“Toen in 1994 bekend werd dat er tegen mij een gerechtelijk vooronderzoek liep heb ik de officier van justitie herhaaldelijk aangeboden mij te horen. Ik heb me nooit schuil gehouden, want ik heb niets te verbergen. Ik wil me niet aan de rechtsgang onttrekken. Maar justitie achtte het nooit wenselijk mij te horen. Toch blijft men lanceren dat ik de grote organisator ben van een criminele organisatie.”

Vindt u dat justitie u onbehoorlijk behandelt?

“Ik werk niet met emoties. Als ik me schuldig maak aan iets moet ik vervolgd worden. En als er andere achtergronden zijn, zal het blijken. Er gaat een moment komen dat justitie geconfronteerd gaat worden met Boerenveen en dan zullen de ware motieven in deze zaak blijken.

“Mijn advocaat zal van justitie eisen dat de hele strafzaak tegen mij onvoorwaardelijk wordt geseponeerd. Ik hecht er niet aan om mij in een strafproces te verdedigen. Het is aan het OM een zaak te beginnen en te stoppen, het is strictly business. Ik heb tijdens mijn vierjarige opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie in Nederland gemerkt dat je je in jullie samenleving niet door emoties moet laten leiden.

“Ik las vanochtend op Internet dat ene Dikke Charles (een pornofabrikant die in Het Parool beschuldigd is van criminele contacten, red.) een schadevergoeding eist omdat hij denkt ten onrechte te zijn beschuldigd. Ik zal geen schadevergoeding eisen. Justitie moet de zaak gewoon seponeren, dan kan ik een punt zetten achter deze episode.”

De juridische adviseur van Bouterse, De Freitas, zei vorige week dat Nederlandse agenten in uw ministerie zijn geïnfiltreerd. Baart u dat zorgen?

(lacht) “Dat is voor zijn rekening. Vanaf het moment dat de regering-Wijdenbosch in september 1996 in functie is, heb ik in ieder geval nooit iets van infiltratie gemerkt. Ik moet heel eerlijk toegeven dat ik met mijn Nederlandse collega's een hele goede, professionele en vriendelijke verhouding heb. We komen uit hetzelfde bed, dezelfde leerschool. Al betreur ik het dat de voormalige Nederlandse militaire attaché hier, Van Nugteren, na zijn afscheid deze zomer het Surinaamse leger een rol verweet bij drugshandel.”

Verbaast het u dat veel Surinaamse militairen belastende, anonieme verklaringen hebben afgelegd?

“Dat is begrijpelijk. Eind jaren tachtig is er een grote uittocht geweest uit het Surinaamse leger. Die kregen in Nederland asiel als ze verklaringen in een bepaalde richting wilden afleggen. Die militairen hebben gretig gebruikgemaakt van de tolerante houding van justitie. Vergelijk het met militairen uit Haïti of Cuba. Die kregen ook alleen asiel in Amerika als ze zeiden dat hun leven in gevaar was. Ook Surinaamse militairen hebben de krant gelezen.

“Iemand die nooit in Suriname is geweest en de situatie in ons binnenland niet kent omdat hij in Utrecht tien hoog woont, die vindt het leuk om te horen dat er bij ons zo gerotzooid wordt. We hoeven niet te ontkennen dat er bij ons bepaalde kwalijke zaken gebeuren, net zoals in Nederland, maar de vraag is op wiens conto schrijf je dat?”

Is handel in cocaïne een probleem dat hard moet worden aangepakt?

“Het fenomeen drugs is desastreus voor elke samenleving. Een structurele aanpak is nodig. Stimuleer een Colombiaan financieel om koffie te verbouwen in plaats van papaver. Als verantwoordelijke functionaris kan ik niet rechtvaardigen dat iemand in drugs doet. Alleen een imbeciel accepteert dat. Ik heb graag een wereld die vrij is van verderfelijk spul.”

Is die overtuiging gevormd tijdens uw zesjarig gevangenisverblijf?

(lacht) “Neen, al had ik dertig jaar gezeten: mijn overtuiging is nooit anders geweest. Ik ben in Amerika veroordeeld omdat ik gesprekken heb gevoerd met mensen die met mij wilden onderhandelen over de mogelijkheden Suriname voor cocaïnehandel te gebruiken. Uit een bepaald oogpunt wilde ik weten wat ze van plan waren. In Amerika is mijn rol in een strafbaar jasje gegoten, I respect that. Ik zou nu anders handelen dan ik twaalf jaar geleden deed maar ik blijf erbij dat ik destijds ben uitgelokt door DEA-agenten. Ik had geen criminele intentie.”

Is Suriname bij cocaïnehandel betrokken geraakt doordat de militaire revolutieplegers waartoe u behoorde, destijds dringend op zoek waren naar alternatieve geldstromen?

“Dat is een indianenverhaal dat u naar het rijk der fabelen kunt verwijzen. Wij hebben nooit voor de weg van de minste weerstand gekozen. En zeker niet de weg om het land in drugshandel te betrekken.”