Kwaliteit moet publiek lokken; Guggenheim Museum Bilbao vandaag officieel geopend

Het Guggenheim Museum in Bilbao, dat vandaag wordt geopend, krijgt veel kritiek te verduren. De rekening van 300 miljoen gulden die de lokale overheden in Baskenland krijgen gepresenteerd leunt zwaar op hun begroting. Bovendien lukt het maar niet de 'Guernica' naar het museum te krijgen.

Guggenheim Museum, Abandoibarra Etorbidea 2, Bilbao. Open. zo. 11-15u. di en wo 11-20u. Do t/m za. 11-21u.

BILBAO, 18 OKT. “Zoals een hond regelmatig uitgelaten moet worden, zo heeft deze regelmatig water nodig”, glundert Jeff Koons. De Kitsch-koning, stijlvol in het pak gestoken door sponsor Hugo Boss, liet zich deze week met zichtbaar welbehagen fotograferen bij zijn sculptuur Puppy - een metershoge terriër opgetrokken uit een bloemetjesklimplant - op de stoep van het Guggenheim Museum in Bilbao. Vandaag zal de Spaanse koning Juan Carlos het Guggenheim officieel openen, morgen kan het publiek in het spectaculaire gebouw met zijn golvende boegen van matglanzend titanium naar ontwerp van de Amerikaanse architect Frank Gehry.

De feestelijkheden rond de opening van het nieuwe Guggenheim Museum werden deze week overschaduwd door terreur. Slechts op enkele tientallen meters afstand van Koons' puppy vond afgelopen maandag een vuurgevecht plaats tussen de Baskische politie en drie terroristen van de Baskische afscheidingsbeweging ETA. Een agent overleed aan zijn verwondingen. De terroristen werden betrapt terwijl ze bezig waren twaalf anti-tankgranaten in te graven in de plantenbakken naast de ingang van het museum. Door middel van een afstandsbediening hadden de explosieven afgevuurd moeten worden tijdens de openingsfeestelijkheden van vandaag.

De ETA is inmiddels zo diep gezakt dat ze nu ook al aanslagen op hun eigen, Baskische musea plegen, zo was de bittere constatering die deze week in Spanje de ronde deed. Hoewel niet onverwacht - deze week begon het proces tegen 23 bestuursleden van de politieke arm van de ETA - vormt de aanslag geen beste reclame voor het Guggenheim Museum. “We hebben er voldoende vertrouwen in dat we een kwaliteit kunnen tonen die de mensen hier naartoe zal trekken”, zo verklaarde deze week evenwel Thomas Krens, directeur van het Guggenheim Museum in New York en de drijvende kracht achter het museum in Bilbao.

Het viel evenwel op dat de verwachting van 600.000 bezoekers, dat oorspronkelijk in de haalbaarheidsstudies werd genoemd, de afgelopen week in de presentaties al was bijgesteld tot 400.000. Dat heeft weer rechtstreekse gevolgen voor de begroting van de Baskische regioregering, die op moet draaien voor het nog onbekende tekort op de exploitatierekening. Bilbao heeft zijn nek uitgestoken voor het 'nieuwe baken van vooruitgang en ontwikkeling' zoals het museum de afgelopen week herhaaldelijk werd genoemd.

Afgezien van de veelgeprezen architectuur van het museum, is het dan ook van een financieel belang dat de kunstwerken bezoekers trekken. Krens heeft een strategie uitgestippeld waarbij de vaste Guggenheim-collectie van moderne kunst - waarvan thans maar 5 procent in de New-Yorkse vestiging kan worden getoond - volgens een roulerend systeem ook in Bilbao te zien zal zijn. Daarnaast bouwt Bilbao aan een eigen, vaste collectie: het grootste deel van een budget van ruim tachtig miljoen gulden is hiervoor reeds aangewend. Bovendien is er plaats voor het houden van tijdelijke exposities: voor volgend jaar staan er exposities van beelden uit de Nasher-collectie, over de Chinese cultuur en een retrospectief van Robert Rauschenberg op het programma.

Wat de eigen collectie betreft heeft het Guggenheim Bilbao vooral geïnvesteerd in abstract-expressionistisch werk (Pollock, De Kooning, Still), lokale artiesten en een aantal gevestigde kunstenaars. Aan de laatste zijn zelfs een aantal zalen van het museum gewijd: een ruimte met vijf monumentale schilderwerken van de Duitse schilder Anselm Kiefer en zeventien doeken van de Italiaanse kunstenaars Francesco Clemente, die gezamenlijk het fresco-achtige, barokke La Stanza della Madre vormen.

De rekening voor de lokale Baskische overheden - die volledig voor de stichtings-, inrichtings en exploitatiekosten opdraaien - is inmiddels opgelopen tot 23 miljard peseta's (300 miljoen gulden). Een zware belasting voor een gebied met twee miljoen inwoners, waarvan zeventig procent dan ook enquête-gewijs heeft laten weten dat het geld beter ergens anders in gestoken had kunnen worden.

Om tegemoet te komen aan de sluimerde onvrede rond het 'Amerikaanse cultuurimperialisme' wat hier op Baskische kosten zou zijn gepleegd heeft het museum ondermeer geïnvesteerd in een aantal werken van de Baskische beeldhouwer Eduardo Chillida. Aanvankelijk wilde het Guggenheim oud werk van de laatste, dat al in de New-Yorkse collectie aanwezig was, in Bilbao dumpen. De kunstenaar eiste evenwel dat er nieuwe werk zou worden getoond en na 'gezamenlijk overleg' werden alsnog vier werken aan de collectie van Bilbao toegevoegd.

Het spectaculairste deel van het museum betreft ongetwijfeld de meer dan honderd meter diepe hal op de begane grond, die met een vloeroppervlak van 3000 vierkante meter geschikt is voor het tentoonstellen van monumentaal werk. De ruimte bevat ondermeer Richard Serra's Snake, een meer dan dertig meter lang en vier meter hoog sculptuur van Corten staal, dat met zijn golvende vorm bijna een voortzetting van de architectuur van het museum is. Ook is er ruimte voor het beklemmende labyrint van Robert Morris, een ongetiteld werk waarin bezoekers hun claustrofobische weerstand kunnen testen. In deze ruimte komen eveneens de werken van Andy Warhol (Sixty-three White Mona Lisas en One hundred and fifty Multi-colored Marilyns) goed tot hun recht.

In de meer klassieke museumzalen op de tweede en derde verdieping zijn de belangrijkste kunstenaars van de twintigste eeuw vertegenwoordigd uit de collectie van het Guggenheim New York. Daarbij is getracht de belangrijkste stromingen een plaats te geven, al is het volgens Krens niet de bedoeling volledigheid na te streven en een encyclopedisch karakter aan het museum te geven. “Dat is een negentiende-eeuwse opvatting van het museum: een kluis met een verzameling waarvan je de sleutel weggooit. Wij willen verhalen vertellen, in de zalen zijn verschillende hoofdstukken te zien uit de kunst van de twintigste eeuw”.

Een van de verhalen van het Guggenheim Bilbao is de vergeefse poging om de Guernica van Pablo Picasso vanuit het Reina Sofía museum in Madrid naar Bilbao te halen. Een zaak die nogal wat stof deed opwaaien: uitgebreid technisch onderzoek wees uit dat verplaatsing van het sterk aangetaste doek tot onherstelbare schade zou leiden. Baskische nationalistische politici bleven echter - tot grote woede van veel Spaanse kunstenaars - de verplaatsing van de Guernica eisen, omdat het immers handelt over het Duitse bombardement op het gelijknamige Baskische stadje.

Aan de wand op de derde verdieping die oorspronkelijk voor het doek was gereserveerd laat nu een billboard met een potje vaseline en een komkommer zien van de britse kunstenaar Damien Hirst (The Problems with Relationships). Krens is er niettemin van overtuigd dat de Guernica vroeger of later in Bilbao te zien zal zijn. “Het Spaanse parlement heeft gezegd dat die uitleen doorgaat als het doek zonder schade vervoerd kan worden”, aldus Krens. “We hebben een speciale vrachtwagen ontworpen die het doek hier naartoe kan halen zonder dat het opgerold hoeft te worden. De Guernica komt, dat is een ding dat zeker is.”