Kamer eist beter inzicht in geweld

DEN HAAG, 18 OKT. Het CDA vindt minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) “te laks” in het organiseren van een goede informatievoorziening tussen politiekorpsen over straatgeweld. “Het is buitengewoon raar dat Binnenlandse Zaken niet doet wat NRC Handelsblad wel heeft gedaan: uitzoeken hoe de korpsen met informatie over straatgeweld omgaan”, aldus F. van der Heijden, CDA-woordvoerder in de Tweede Kamer. De woordvoerder-politie van de PvdA, G. van Oven, sluit zich aan bij de kritiek.

De fracties reageren op een onderzoek van deze krant, gisteren. Daaruit blijkt dat er geen landelijk overzicht bestaat van geweldpleging. Verschillen in computersystemen van de korpsen zijn daarvan onder meer de oorzaak.

Van der Heijden: “Binnenlandse Zaken zoekt zulke zaken zelf niet meer uit, omdat het een 'volgend' departement is geworden. Het neemt niet de leiding bij het opzetten van een goede informatievoorziening. De minister zegt dat hij niks kan doen door de Politiewet, maar dit probleem heeft niets met die wet te maken. Je kunt als minister toch heldere beleidslijnen ontwikkelen waardoor de informatievoorziening verbetert? Vroeger deden politiekorpsen waar ze zelf zin in hebben, en dat doen ze nog steeds, zo blijkt.” Van der Heijden zal de kwestie aan de orde stellen bij de behandeling van de politie-begroting.

Van Oven vindt dat er snel eén landelijk computersysteem voor de registratie van misdrijven moet komen. Gisteren zei W. van Blanken, secretaris van het Platform Politiële Informatievoorziening, dat het nog vijf jaar kan duren voordat zo'n landelijke voorziening er is. Van Oven acht deze termijn “onaanvaardbaar. Je hoeft niet elk politiekorps in een bepaald keurslijf te dwingen. Maar je moet wel zorgen dat je over het hele land behoorlijke cijfers verzamelt en een behoorlijk beeld krijgt” De woordvoerder van D66, Th. de Graaf, relativeert het probleem: “Vijf jaar geleden hadden we 148 politiekorpsen met een grote mate van autonomie. De registraties hoefden maar aan een paar hoofdvoorwaarden te voldoen. Sindsdien hebben we de slag gemaakt naar 25 regionale korpsen. Er zijn toen meer eisen gesteld aan de registratie. We zijn op weg naar meer centrale en uniforme informatie.”