Japanse tunnelbouwers tonen lef én kunde

Minister Jorritsma heeft in Japan met eigen ogen kunnen zien dat ze daar verder zijn met het boren van tunnels in een slappe bodem. De minister is ervan onder de indruk.

TOKIO, 18 OKT. “Als we niet zo snel mogelijk bijleren, nemen de Japanners de tunnelbouw in Nederland over.” Minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) toonde zich gisteren in Tokio onder de indruk van de Japanse prestaties bij het boren van tunnels in slappe grond. Deze techniek wordt in Nederland uitgeprobeerd bij de bouw van de tweede Heinenoordtunnel.

De Japanners zijn met deze techniek een stuk verder gevorderd dan Nederland. Het Nederlandse Centrum voor Ondergronds Bouwen, een samenwerkingsverband van overheid en bedrijfsleven, en de Japan Tunneling Association (JTA) tekenden gisteren een Memorandum van Overeenstemming voor kennisuitwisseling.

Bij de ondertekening in de Nederlandse ambassade keek minister Jorritsma goedkeurend toe. “Het is nu de tijd dat wij van Japan leren”, aldus de minister.

De tweede Heinenoordtunnel is de eerste geboorde verkeerstunnel in Nederland, wat in de slappe bodem een speciale techniek vereist. Inmiddels is het werk al twee keer stilgelegd wegens onverwachte problemen. In Japan wordt deze techniek echter al op ruime schaal in vergelijkbare omstandigheden toegepast. Daarom bezocht Jorritsma gisteren in Tokio een metrotunnel die over een lengte van twintig kilometer onder het centrum door wordt geboord. Een dag eerder liep zij door de nieuwe snelwegtunnel onder de baai van Tokio waarvan de boorwerkzaamheden onlangs zijn afgerond.

Vergeleken met deze TransTokio Bay Highway - twee buizen van tien kilometer lengte en een diameter van 18 meter - is de tweede Heinenoordtunnel maar kinderspel. Dit eerste Nederlandse 'praktijkproject' heeft een lengte van een kilometer en een diameter van ruim acht meter.

“In Japan is het lef op het gebied van bouwen groter dan bij ons”, zei voorzitter Henk Oud van het Centrum voor Ondergronds Bouwen (COB) na de ondertekening van de Nederlands-Japanse overeenkomst. Oud: “De Japanners beginnen gewoon en leren vervolgens vanuit de praktijk. Wij beginnen pas als alles op papier is uitgerekend. Bovendien, om een tunnel als de Trans-Tokio Bay Highway aan te leggen in een gebied dat gevoelig is voor aardbevingen, daar moet je toch lef voor hebben.”

De neiging van Nederlanders om “eerst alles uit te rekenen” biedt de Japanners op hun beurt een kans iets van de Nederlandse kennis op te steken. In dat kader tekenen later tijdens het bezoek van Jorritsma de onderzoeksinstituten Grondmechanica Delft en het Geo-Research Institute uit de Japanse stad Osaka ook een overeenkomst om te gaan samenwerken. Beide instituten houden zich bezig met bodemonderzoek, onder meer voor de tunnelbouw.

Door de toenemende samenwerking zijn de Japanners nu ook betrokken bij de problemen met de tweede Heinenoordtunnel. “Wij zijn gevraagd te kijken naar de schade aan de betonnen wand van de tunnelbuis”, zegt Rob Stroeks, werkzaam bij Chiyoda Engineering Consultants in Japan. Met twee Japanse boorexperts is hij onlangs wezen kijken in de tweede Heinenoordtunnel. Voor een oplossing van het Nederlandse probleem zoekt Chiyoda nu naar vergelijkbare incidenten in Japan.

Het Japanse Chiyoda hoopt meer commerciële activiteiten in Nederland te kunnen ontwikkelen. Voor voorzitter Oud van het COB is de doelstelling van Nederlandse kant juist om vooral kennis op te doen in Japan, opdat Nederlandse bedrijven daar profijt van kunnen trekken. COB en JTA zullen in het kader van het akkoord gezamenlijke studiegroepen en uitwisselingsprogramma's voor ingenieurs opzetten.

Jorritsma bezocht in Tokio ook de politieverkeerscentrale. “Als je hier een week zit, kom je terug met het idee dat Nederland geen verkeersprobleem heeft”, aldus Jorritsma. Via 15.000 sensoren en ruim 600 videocamera's houdt de politie op een wandscherm van 25 bij 5 meter in de verkeerscentrale permanent het verkeer op de doorgaande wegen en de 250 kilometer aan snelwegen in Tokio in de gaten. Op een willekeurig moment op vrijdagmiddag blijken volgens de sensoren ruim honderdduizend auto's op deze hoofdwegen in beweging te zijn, of te zijn vastgelopen in een van de tientallen files. De politie verspreidt informatie over de files, ongelukken en werkzaamheden via electronische borden langs de wegen, via de radio en draadloos naar auto-navigatiesystemen in particuliere auto's. Jorritsma: “We gaan in Nederland in dezelfde richting.”

De videocamera's in de stad zijn niet opgesteld om de bewegingen van de 12 miljoen inwoners van Tokio na te gaan, maar “als we iets zien wat kan helpen bij het oplossen van een misdaad, gebruiken we die informatie natuurlijk wel”, zegt Toru Oshiki, officier van politie.

Anders is het bij de tolwegen in de stad. “We registreren precies welke auto waar en wanneer de tolweg opgaat en die informatie gebruiken we zeker bij het onderzoek naar misdrijven”, aldus Oshiki.

Minister Jorritsma gaat nog naar het eiland Kyushu, waar de Nederlandse Spoorwegen een samenwerkingsovereenkomst zullen tekenen met het daar geprivatiseerde spoorwegbedrijf. Kyushu komt in grootte en aantal inwoners overeen met Nederland. De NS zal met de lokale spoorwegen informatie uitwisselen over onder meer het benaderen van klanten, de prijsstrategie en de bedrijfsvoering.

In midden-Japan komt Jorritsma weer in aanraking met zaken die ook op de Nederlandse agenda staan. Ze zal enkele uren op en neer rijden in de nieuwste Japanse hogesnelheidstrein.

Daarna keert zij terug naar Nederland vanaf het vliegveld Kansai, gebouwd op een eiland in zee. Jorritsma: “Maar in Nederland is een vliegveld op een eiland momenteel natuurlijk niet meer dan een optie.”