Honderd hotspots; Eerste stap naar een Europees netwerk van natuurlijke bossen

Het Wereldnatuurfonds Nederland heeft de actuele bossenkaart van Europa het licht doen zien. De kaart stemt somber, echt ongerept woud is in Europa nauwelijks meer te vinden.

DE SMALLE STROOK wildernis heet La Frayère du Petit Gravier ofwel: de vissenpaaiplaats bij de kleine grindbank. Het is een schiereilandje van 2,8 hectare in de Maas, zuidelijk van Maastricht en deels Nederlands, deels Belgisch grondgebied. Dertig jaar geleden was het nog een kaal terrein tussen de oude Maas en een pas gegraven nieuwe bedding, maar sindsdien heeft zich hier een weelderig ooibos ontwikkeld, dat inmiddels onder beheer staat van het Wereldnatuurfonds.

Namens die organisatie bracht Martine LeJeune de lokale plantenwereld in kaart, wat opmerkelijke resultaten heeft opgeleverd. “Er groeien en bloeien hier zo'n driehonderd soorten, waaronder ruim vijftig verschillende bomen en struiken”, vertelt ze tijdens een excursie. Een botanische lusthof, kan men dus rustig zeggen, die ook diverse zeldzaamheden omvat. De term 'uniek' wordt te pas en te onpas gebruikt, maar is hier op zijn plaats voor de kogelbies: een sprieterig gewas met (in dit jaargetij) verdorde zaadbollen. Het schiereilandje telt slechts één exemplaar van de soort en dat is tegelijk de enige kogelbies van heel Nederland.

Voor het Wereldnatuurfonds geldt La Frayère als lichtend voorbeeld van een proces dat zich ook elders langs de grote rivieren kan gaan afspelen. Men denkt in het bijzonder aan het vijftig kilometer lange Maastraject dat de grens vormt tussen Belgisch en Nederlands Limburg en daarom Grensmaas heet. Dit onbevaarbare deel, van Maasbracht tot Maastricht, heeft weinig natuurlijks meer als gevolg van jarenlange menselijke ingrepen, waardoor de stroom in een nauw keurslijf van steen en steile oevers werd geperst: een 'dooie bak', zoals natuurbeschermers zeggen. Er bestaan echter vergevorderde plannen om de Grensmaas tot nieuw leven te wekken en de groei van rivierbegeleidend ooibos, dat vroeger kenmerkend was voor deze contreien, krachtig te bevorderen.

SATELLIETFOTO'S

Het tochtje door de jungle bij Maastricht dient als recreatieve begeleiding van een min of meer officiële activiteit. Het Wereldnatuurfonds Nederland presenteert de actuele bossenkaart van Europa, een kaart die de nog resterende bossen en boomrijke gebieden van Europa laat zien en deels berust op een reeks satellietfoto's. De opnamen bieden, vergeleken met vroeger, een somber beeld: van het oorspronkelijke bosareaal in dit werelddeel is in de loop der eeuwen 62 procent verloren gegaan. Zweden en Finland zijn nog redelijk groen, maar dat is het groen van naaldhout voor pure productie. Echt ongerept woud is in Europa nauwelijks meer te vinden; slechts twee procent van het totaal verdient het predikaat 'natuurlijk'. En eenzelfde schamel oppervlak heeft een strikt beschermde status.

Voor het Wereldnatuurfonds is de nood hoog genoeg gestegen om de stormbal te hijsen. Tegelijk met het verschijnen van de bossenkaart heeft deze organisatie, samen met het World Conservation Monitoring Centre, honderd Europese gebieden geselecteerd, waar bescherming van bestaand dan wel herstel van verdwenen bos dringend geboden is. “Een eerste stap op weg naar een netwerk van natuurlijke bossen, waar de burgers ook na de eeuwwisseling van kunnen genieten”, aldus WNF-medewerker A. van Kreveld. “Bovendien betekent het realiseren van zo'n netwerk het behoud van de rijkdom aan planten en dieren die van deze bossen afhankelijk zijn.”

Van die honderd hotspots liggen er twee in Nederland: de Biesbosch met zijn grienden en de Grensmaas, waar het oude ooibos moet terugkeren. Volgens het WNF is dit soort begroeiing niet alleen van groot ecologisch belang, maar heeft ze ook betekenis voor de veiligheid tegen hoog water. Bos in de uiterwaarden breekt immers de golfslag en kan als verdediging van de dijken worden beschouwd.

Eerlijkheidshalve voegt de organisatie er een nadeel aan toe: ooibossen remmen de afstroming van overtollig water. Daarom wordt er langs de benedenrivieren slechts een zeer bescheiden rol aan toegekend. Te veel bos zou daar het water over de dijk kunnen stuwen. Langs een traject als de Grensmaas (de middenloop van de Maas) geldt dat bezwaar echter niet of in mindere mate.

In de Biesbosch, althans het natte deel van dit natuurgebied op de grens van Zuid-Holland en Noord-Brabant, gaat het om behoud van bestaand wilgenbos. Ooit was dit het domein van griendwerkers, die regelmatig de takken van de bomen hakten, maar die tijd is waarschijnlijk voorgoed voorbij. Ook eb en vloed zijn hier grotendeels verdwenen sinds in 1970 het Haringvliet werd afgedamd. Van het oorspronkelijke tijverschil van twee meter resteren slechts enkele decimeters.

SPUISLUIZEN

Maar de kans bestaat dat op dit punt de oude tijden in afgezwakte vorm gaan herleven. Rijkswaterstaat heeft namelijk plannen om voortaan weer zeewater binnen te laten, wat een zeker herstel van de getijdenbeweging zou inhouden. Dat kan, omdat de dam in het Haringvliet geen hermetische afsluiting is. Er zitten zeventien spuisluizen in om overtollig Rijnwater op zee te lozen. Die sluizen zijn ook in omgekeerde richting te gebruiken, zodat de zee weer kan binnendringen - een verandering die neerkomt op een plaatselijke herziening van de Deltawerken.

Als de plannen doorgaan, kan de Biesbosch zijn oorspronkelijke karakter van zoetwatergetijdendelta of vloedwoud enigszins terugkrijgen ten gunste van plant en dier. Rietgorzen die nu verkommeren door gebrek aan water zouden weer opleven en de kwak, een zeldzame reigerachtige die hier vroeger in kleine aantallen broedde, zou hopelijk een revival beleven.

Wat voor de Biesbosch nog onder het hoofdstuk toekomstmuziek ressorteert, werd ruim honderd kilometer zuidoostelijk daarvan een verrassende werkelijkheid. De 'vissenpaaiplaats bij de kleine grindbank' onder Maastricht kent, dankzij spontane vormen van natuurontwikkeling, niet alleen een overvloed aan plantaardig, maar ook een rijk vogelleven. Er broeden 28 soorten, waaronder bijzonderheden als ransuil en buidelmees. Zelfs de ijsvogel vertoont zich wel eens op dat schiereilandje, om te bewijzen dat hij niet alleen op het nieuwe biljet van tien gulden voorkomt.