Het P.Mausoleum

Minister Wijers heeft gewaarschuwd dat Nederland moet oppassen omdat het hier helemaal niet zo goed gaat als de meeste Nederlanders in hun nieuwe grootheids.p.waan zichzelf op de mouw spelden.

De groei van het aantal combinaties met dit woord dat begint met een p valt niet meer bij te houden. Dat op zichzelf is al een veeg teken, ook al omdat het zo typisch Nederlands is. Op het gebied van vatbaarheid komt na de verkoudheid voor dit volk de grootheidswaan. Of het nu gaat om de herinneringen aan de Verenigde Oost-Indische Compagnie, het voetballen of het p.model, men verslikt zich voor de spiegel in zijn eigen aanblik.

Het is de vraag of de waarschuwing van minister Wijers nog op tijd komt, want ieder tekort heeft een lange voorgeschiedenis. Degenen aan wie nu het succes van het p.model wordt toegeschreven, waren in hun jaren van belissende vorming toen Ajax en Oranje hun triomfen vierden. Die zegetocht heeft ons, de schrijver van dit stukje niet uitgezonderd, mooie ogenblikken bezorgd. Nog altijd zie ik het schot voor me, van veertig meter direct op het doel, waarmee Arie Haan de Duitsers het wereldkampioenschap in Argentinië uitknalde. Ik veroorloof me een persoonlijke herinnering. Daarna heb ik mijn enige stukje over voetbal geschreven. Het eindigt met de zin: “Dat was geen doelpunt; het was een executie.” Maar de historische waarheid gebiedt eraan toe te voegen dat vier jaar tevoren de Nederlanders ook al in een roes van grootheidswaan waren geweest. En iedereen die het toen heeft meegemaakt, weet nog hoe dat is afgelopen.

In die glorieuze jaren werd het leven hier bepaald door het voetbal. Zo was er ook een eredienst tot ontwikkeling gekomen met tijdschriften, boekjes en portretjes van de heiligen van de grasmat. De kinderen moesten de portretjes in de boekjes plakken. Op de lege plek, gereserveerd voor de foto stond een nummer. Ik noem een denkbeeldig voorbeeld. Op 23 hoorde Willem van der Gijp. Zei je nu tegen een gelovige jongen: 'Drie-en-twintig!' dan zei hij, zonder een seconde te hoeven nadenken: 'Willem van der Gijp'. Als we aannemen dat er toen vijftien elftallen aan de competitie in de eredivisie meededen, elk met drie reserves, dan betekent dit dat de bloem van de natie ogenblikkelijk 210 namen met een getal wist te verenigen. Voor de harde schijf van het geheugen is het een kleinigheid, zeker op die leeftijd. Het gaat om de belangstelling, de liefde en de concentratie waarmee al deze kennis is vergaard, en de tijd van concentratie die dit in beslag heeft genomen. In deze tijd kon geen andere kennis worden toegevoegd. Zo is het toen dag in dag uit, jaar in jaar uit gegaan. Ik ken iemand die, als ik tegen hem zeg: 'Thijs Kwakkernaat!' een ogenblik dromerig kijkt en dan zegt: 'Twee-en-zeventig!' Uit de generatie die toen in het voetbal was zijn degenen voorgekomen die nu al aan het hoofd van het p.model staan of daar binnenkort zullen komen.

De klacht van minister Wijers, of de toestand die zijn kritiek wekt, heeft dus een voorgeschiedenis van zeker dertig jaar. Nadat onlangs een groot icoon van deze jaren in een Parijse verkeerstunnel de dood had gevonden, hebben de kranten nog dagen lang volgestaan van de herdenkingen, beschouwingen en verklaringen. Een kritische lezer, Herman Franke, heeft zich toen op de opiniepagina van deze krant afgevraagd, waarmee al die ruimte gevuld zou zijn geweest als dat ongeluk niet was gebeurd. Dat is een interessante vraag, maar geen journalistieke. Het ongeluk is wèl gebeurd, en daarmee heeft de krant in de eerste plaats te maken. En dan zijn er nog journalisten die schrijven over wat er eigenlijk had moeten gebeuren, en wat er waarschijnlijk zal gebeuren. Maar het schrijven over wat er had kunnen gebeuren, als er niet dit of dat was gebeurd hoort niet tot de journalistiek. Het kan absurdistisch toneel zijn - een stuk van Arrabal of Ionescu - of wat we tegenwoordig virtual history noemen.

Zo kan ook in zekere zin de voorgeschiedenis van het p.model dienen tot inspiratie voor virtual history. Dat het volk en zijn gekozen leiders zich zowat dagelijks gelukwensen met de toestand van vandaag en gisteren, doet al denken aan de uitzinnige verwachtingen die vooraf zijn gegaan aan de zwarte dag van München. Of, om nog verder in de geschiedenis terug te gaan: aan het We gaan naar Rome, dat niet een katholiek strijdlied is maar een voetbalhymne uit de jaren dertig. De zegetocht is toen in Milaan gestrand. Of die schipbreuk op tijd is gekomen voor de Nederlandse intelligentsia van toen staat nog te bezien.

En nu deze praktisch dagelijkse, oorverdovende zelfgelukwensen met het p.model. Laten we ons eens verdiepen in de opmerkingen van minister Wijers. Bedenk eens een virtual future waarin het juist geopende Ajax Museum straks het Mausoleum van het p.model zal zijn.