Een stukje 'oer-Holland'

Zeeland-nummer. Uitgave van Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO, Postbus 157, 2000 AD Haarlem. ISBN 90-72869-58-3.

ZEELAND MAG WEL zo'n beetje als het prototype worden beschouwd van het resultaat dat Nederland heeft bereikt in zijn nooit aflatende strijd tegen de zee: dijken, polders, geulen als getuigenissen van vroegere inbraken door de zee, etc. Hoezeer Zeeland ook een echt 'zee-land' mag zijn, het heeft dat karakter pas na de laatste ijstijd (10.000 jaar geleden) gekregen doordat de zeespiegel binnen enkele duizenden jaren met tientallen meters steeg tot z'n huidige niveau. De ontwikkeling van Zeeland, na de ijstijd, wordt uit de doeken gedaan in een speciaal nummer van de Mededelingen Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO (sinds kort opvolger van de Mededelingen Rijks Geologische Dienst; de RGD moest, helaas, zijn zelfstandigheid opgeven, wat een schande voor een ontwikkeld land!).

Gelukkig heeft de kwaliteit van de 'Mededelingen' er niet onder geleden. Het speciaal aan Zeeland gewijde nummer (nr. 59), dat op 18 september aan de Zeeuwse autoriteiten werd aangeboden op een bijeenkomst te Middelburg, ziet er even verzorgd uit als vorige delen. En, belangrijker, de informatie is nog steeds even interessant, gevarieerd en gedetailleerd.

In het Zeeland-nummer (142 blz.) worden in twee grote artikelen sterk uiteenlopende aspecten aan de orde gesteld, onder meer de diverse geologische eenheden, de archeologische ontwikkeling, de ontwikkeling van het landschap, de stratigrafie op basis van diatomeeën, etc. Het interessantst is echter de behandeling van de paleogeografie, aan de hand van gegevens uit boorkernen en andere bronnen. Voor zowel de deskundige als de geïnteresseerde buitenstaander wordt een en ander nog eens extra duidelijk gemaakt aan de hand van talrijke kaartjes die de ontwikkeling van Zeeland (en van de kustlijn) schetsen door de eeuwen heen; letterlijk door de eeuwen heen, want op de bij de tekst behorende kaarten zijn alleen al voor de 2.000 jaar sinds het begin van onze jaartelling tien paleogeografische kaartjes, in kleurendruk, aanwezig; op alle kaartjes wordt een toelichting gegeven. Op een andere set bijgeleverde kaarten is de verbreiding van de diverse geologische eenheden, zoals het Hollandveen, weergegeven; diverse dwarssecties laten bovendien zien hoe de opbouw van de (ondiepe) ondergrond is.

Natuurlijk is de uitgave in eerste instantie bedoeld voor deskundigen op het gebied van de Kwartairgeologie, de geologie van het IJstijdvak en de tijd sindsdien. Daarnaast heeft de redactie echter kennelijk terdege beseft dat voor de ontwikkeling van zo'n stukje 'oer-Holland' ook buiten de enge kring van deskundigen veel belangstelling zou bestaan. Dat komt onder meer tot uiting in het historisch overzicht van het onderzoek, en in de talrijke illustraties (foto's, oude kaarten) die, naast de typisch wetenschappelijke illustraties, het ter hand nemen van de bundel ook voor de buitenstaander tot een genoegen maken. Zelfs als die buitenstaander in het verre verleden op school niet veel meer van de geologie heeft geleerd dan 'oude blauwe zeeklei' als onderdeel van het 'Alluvium'. Ook voor hem zal de nieuwe terminologie (Afzettingen van Calais als onderdeel van het Holoceen), door zijn plaatsing in een bredere context, gauw beter begrijpelijk worden.

Als bijzonderheid is bij de bundel een cd-rom te krijgen met als titel 'De ontstaansgeschiedenis van het Zeeuwse kustlandschap'. Hierop wordt de hele ontwikkelingsgeschiedenis van Zeeland na het IJstijdvak nog eens uiteengezet op een wijze die vooral voor geologische bijeenkomsten en tentoonstellingen, maar zeker ook voor het onderwijs, buitengewoon geschikt is. Met deze gecombineerde uitgave van een speciaal tijdschriftnummer heeft de nieuwe organisatie waarin de voormalige Rijks Geologische Dienst is opgegaan, zich op een zeer moderne en geslaagde wijze gepresenteerd. Dat schept misschien wel wat al te grote verwachtingen: wie dit materiaal in handen heeft gehad maar primair in een ander gebied is geïnteresseerd, zal graag ook zijn eigen regio op een dergelijke manier behandeld zien. Waar Zeeuwen van oudsher het water tot de knieën reikt, daar zal nu bij anderen het water in de mond lopen. Of er plannen bestaan om ook de niet-Zeeuwen op een dergelijke aangename wijze te verrassen, wordt echter nergens duidelijk. En dat is dan tegelijk de belangrijkste kritiek die op deze Zeeland-bundel kan worden uitgeoefend.