De Schone Slaapster van Europa

'Schwerpunkt' Portugal valt tijdens de Frankfurter Buchmesse vooral op door een tentoonstelling van modernistische schilders uit de tijd van Pessoa.

Tentoonstelling: Portugals Moderne. Frankfurt, Kunsthalle Schirn. T/m 30 nov. Cat. 54 D-mark.

FRANKFURT A/M, 18 OKT. 'De Schone Slaapster aan de rand van de Europese cultuur.' Zo werd Portugal, het themaland van de 49ste Frankfurter Buchmesse, deze week genoemd door de Portugese essayist Eduardo Lourenço. De cultuur en literatuur van Portugal zijn nog steeds grotendeels onontdekt, en wachten op het moment dat ze worden wakker gekust.

De mooiste klapzoen was natuurlijk de Nobelprijs voor literatuur geweest. Zowel José Saramago als António Lobo Antunes maakten dit jaar grote kans om de eerste Portugees-schrijvende laureaat te worden, maar ze werden allebei op het nippertje 'verslagen' door de outsider Dario Fo. Na vorige week restten Portugal dus alleen nog de Schwerpunkt-activiteiten op de Buchmesse om de eigen literatuur grotere bekendheid in het buitenland te geven.

Van de tentoonstelling in het Portugalpaviljoen, centraal gelegen op het Messe-terrein, zal de Portugese literatuur het echter niet moeten hebben. Verstoken van duidelijke uitleg, en verveeld door zweverige teksten, wordt de bezoeker rondgeleid langs facsimile-manuscripten, boekkaften en schrijversportretten, die tezamen een beeld moeten geven van de Portugese literatuur sinds de nationale dichter Cams (vijftiende eeuw). Het motto van de expositie is een dichtregel van Portugals beroemdste 20ste-eeuwse dichter Pessoa: 'Ik ben een zeevaarder in mijn onbekende zelf'; maar wie niet al bij voorbaat expert was in de Portugese literatuur voelt zich een schipbreukeling. Het meeste bekijks trekt dan ook het 'virtuele aquarium' (te bezichtigen met 3D-bril) dat om onduidelijke redenen aan het begin van de tentoonstelling is opgebouwd.

Pessoa, zonder twijfel de bekendste naam uit de Portugese cultuurgeschiedenis, is ook de leidraad van een andere, veel beter opgezette expositie die ter gelegenheid van Schwerpunkt Portugal in de Schirn-kunsthal in Frankfurt te zien is: Portugals Moderne 1910-1940 - Kunst in der Zeit Fernando Pessoas. Meer dan honderd schilderijen, tekeningen en beeldhouwwerken geven een overzicht van de ontwikkeling van de moderne kunst in het Portugal van vóór de Tweede Wereldoorlog. Van de meeste kunstenaars hebben we nog nooit gehoord, gemonopoliseerd als onze blik is door vergelijkbare Spaanse en Franse avant-gardisten als Picasso, Dalí, Braque en Delauney. Maar hun verbinding van kubistische en expressionistische technieken met Portugese motieven en decors is verrassend en legt namen als Mário Eloy en José de Almada Negreiros vast in het geheugen.

De wortels van de Portugese moderne kunst liggen in 1910, het jaar dat koning Dom Manuel II verdreven wordt en in Porto het tijdschrift A 'Aguia (De adelaar) wordt opgezet. Twee jaar later publiceert Pessoa in A 'Aguia een artikelenserie over 'De nieuwe Portugese poëzie', waarin hij een nieuwe, anti-naturalistische manier van kijken propageert die ook grote invloed heeft op beeldend kunstenaars. Vooral voormalige karikaturisten als Christiano Cruz en Almada Negreiros voelen zich tot het modernisme van Pessoa en buitenlandse voorbeelden als Picasso aangetrokken. Van Cruz is op de tentoonstelling onder meer een kleurige vierkante gouache te zien van een grijsblauw geklede soldaat die wegduikt voor een in strakke vuurlijnen verbeelde explosie. Almada is vertegenwoordigd met een intrigerend Zelfportret in groep en een broeierig zelfportret-met-pet in hoekige stijl en groen-blauwe tinten.

Aan pure abstractie of vergaande experimenten hebben de Portugese modernen zich blijkens de tentoonstelling in de Schirnhalle nauwelijks gewaagd - de suggestie is dat ze zich vanaf 1926 lieten inpakken door het nieuwe autoritaire regime, dat vooral het zogeheten Rustige Modernisme stimuleerde. Maar de Estado Novo van de militairen stond niet de bloei in de weg van een kunstenaar als Mário Eloy, een naïef-expressionist die in Frankfurt opvalt door een zestal schilderijen die dynamiek paren aan felle kleuren. In de jaren dertig schilderde hij zowel strakke zelfportretten met licht-kubistische invloeden (Eloy maakte tussen 1925 en 1927 deel uit van de Parijse schilderswereld) als onbekommerd aandoende stadstaferelen - dromerige en onbevangen levendig geschilderde herinneringen aan een Lissabon dat waarschijnlijk nooit bestaan heeft.

Portugals Moderne eindigt met een aantal onopmerkelijke schilderijen uit de late jaren dertig, die duidelijk maken dat het isolement waarin het land terecht kwam onder het Salazar-regime, de beeldende kunst niet ten goede kwam. De Tweede Wereldoorlog zou Portugal nog meer afzonderen en het land definitief veranderen in de Schone slaapster van Europa. Alleen een vervolgtentoonstelling over de Portugese beeldende kunst in de jaren vanaf 1940 zou duidelijk kunnen maken of de rust inderdaad roestte.